Hoe kwam Rau bij u - een geboren oorlogsverslaggever - terecht?
...

Hoe kwam Rau bij u - een geboren oorlogsverslaggever - terecht? Daniel Demoustier: Omdat ik evenveel van de kunsten als van reizen hou. Ik heb mijn burgerdienst bij de audiovisuele dienst van de KU Leuven gedaan. Daar maakte ik met choreograaf Wim Vandekeybus de dansvideo Roseland (1990). In 1993 belandde ik bij het VRT-programma Panorama en trok ik met Johan Depoortere naar Libanon. Dat was mijn eerste missie. De volgende dertig jaar was ik acht maanden per jaar van huis. Vaak dook ik een museum in, of maakte ik video-installaties. Kunst is een katalysator, het helpt de emoties te nivelleren. In 2017 kreeg ik kanker, en daarmee ook tijd om na te denken. Ik besefte dat ik meer wilde doen dan berichten over oorlogen. Toen belde Milo Rau, directeur van NTGent. Hij wilde Oresteia (Aeschylos' trilogie uit 458 voor Christus waarin een bloedbad ontstaat nadat Orestes de moord van zijn moeder op zijn vader wreekt, nvdr) in Mosul situeren en nodigde me uit voor een gesprek. Zes uur lang vertelde ik over mijn leven. Enkele dagen later kreeg ik een sms: 'Ga je overmorgen mee naar Mosul?' Waarom precies die stad? Demoustier: Je moet het drama spelen waar het zich afspeelt, met de mensen die het meemaakten. Die stad ging gebukt onder de IS, Al-Qaeda en corrupte regimes. Die stad ís drama. Zodra we - dat waren Milo, dramaturg Stefan Bläske, acteur Johan Leysen, de fixer die ons langs alle controleposten loodste en ik - de stad bereikten, zochten we een hotel en namen we contact op met de kunstacademie. We nodigden mensen uit om auditie te doen. Begrijp: hun leven te vertellen. Zo deden we vier dagen research. Midden maart trokken we er met de andere acteurs naartoe: Elsie de Brauw, Bert Luppes, Risto Kübar, Marijke Pinoy, Duraid Abbas Ghaieb en Susana AbdulMajid. Een uitdaging voor de fixer. Hij moest vijftien dagen lang een bus door een onveilige stad gidsen. Want er zijn geruchten dat de IS opnieuw briefjes in de brievenbus steekt. 'We weten u te vinden', staat erop. Via Duraid en Susana communiceerden we met de locals. In de eerste scène die we opnamen, legt Susana hen het verband uit tussen de Oresteia en hun situatie. U filmde de scènes? Demoustier: Dat deed vooral Moritz von Dungern. Hij filmt ook tijdens het stuk. Rau zet altijd een camera in, eigenlijk wil hij gewoon films maken. Ik filmde alles rondom de scènes. De reis, de discussies, een kamp voor IS-moeders, de verwoeste oude stad waar kinderen tussen de lijken spelen. En ik interviewde elk crewlid. Het gesprek met Susana hakte erin. Ze vertelde dat haar familie vlakbij woont, maar niet mocht weten dat zij er was omdat ze volgens hun religie iets 'verbodens' doet: acteren. Het Eén-programma De zevende dag toonde beelden waarin de lokale acteurs een IS-executiescène naspelen. Zaten die mensen daarop te wachten? Demoustier: Ze zaten te wachten om te zingen, te spelen. Ze maalden niet om die scènes, wél om een aanraking of een kus. Daar werd fel over gedebatteerd. Rau integreert dat wellicht in het stuk. Wat krijgen we te zien? Demoustier: Geen idee! (lacht) Met Rau weet je 't nooit. Wat zeker is: ik filmde de ontbijtzaal van ons hotel, en die ruimte wordt nagebouwd in het decor. Mosul wordt het decor voor de Oresteia. Het wordt een stuk over zoeken naar gerechtigheid en de rol van de kunst daarin. Ik heb twintig uur film. Er zit een docu van anderhalf uur in, op groot scherm. Daar maak ik nu werk van.