Het gaat vaak zo: Daniel Dardha zit aan het schaakbord tegenover een speler die een hoofd groter en minstens dubbel zo oud is. De jongen oogt rustig, geconcentreerd. Slechts een snel knipperen met de ogen af en toe verraadt innerlijke spanning. Alleen wanneer de partij op haar einde loopt en de bedenktijd drastisch slinkt, trilt zijn hand even als hij een zet uitvoert en de schaakklok indrukt. Die hand wordt even later geschud door de wat forsere van zijn tegenstander. Het teken van opgave.
...

Het gaat vaak zo: Daniel Dardha zit aan het schaakbord tegenover een speler die een hoofd groter en minstens dubbel zo oud is. De jongen oogt rustig, geconcentreerd. Slechts een snel knipperen met de ogen af en toe verraadt innerlijke spanning. Alleen wanneer de partij op haar einde loopt en de bedenktijd drastisch slinkt, trilt zijn hand even als hij een zet uitvoert en de schaakklok indrukt. Die hand wordt even later geschud door de wat forsere van zijn tegenstander. Het teken van opgave. In augustus, twee maanden voor zijn veertiende verjaardag, werd Daniel Dardha Belgisch kampioen schaken. Niet bij de U14, zijn leeftijdscategorie, ook niet bij de U16 of de U20, maar bij de volwassenen. Niemand wist ooit het Belgisch kampioenschap op een jongere leeftijd te winnen - het is zelfs een Europees record voor een nationale titel. Onder de tien deelnemers in de expertengroep waren er drie op papier sterker dan hij, drie grootmeesters, maar hij hield ze allemaal achter zich. In de laatste ronde had hij genoeg aan een remise, een gelijkspel, tegen de 25-jarige Oost-Vlaming Tanguy Ringoir, momenteel de jongste Belgische grootmeester. Meester en grootmeester, het zijn eretitels die een schaker krijgt wanneer hij aan bepaalde voorwaarden voldoet. Ten eerste moet je drie zogenaamde meester- of grootmeesternormen halen. Dat doe je door in sterke toernooien een bepaald aantal punten te scoren (dat afhangt van de sterkte van de tegenstand). Ten tweede moet je rating (je klassement, zoals in het tennis) hoog genoeg zijn: minstens 2400 elo-punten (vernoemd naar de bedenker van het ratingsysteem Arpad Elo) voor de meestertitel, 2500 voor de grootmeestertitel. Daniel begon 2019 zonder titel, zelfs zonder dat hij één norm behaald had, en met een rating van 2337 elo. En toen ging het plots snel. Nog voor de zomervakantie begon, had Daniel drie meesternormen gescoord én zijn rating met bijna honderd punten opgedreven, tot 2420 elo. Aan beide voorwaarden was voldaan, de titel van internationaal meester was binnen. Een grote stap voor de jonge schaker, een reuzensprong voor de Belgische schaaksport. Maandagmiddag 16 december. Op de eerste verdieping van een rijhuis aan de Turnhoutsebaan in Deurne spelen Daniel en zijn vader Ben, ook een sterke schaker, enkele snelle partijtjes met een bedenktijd die soms maar één minuut bedraagt. Bullet chess. Geen betere manier om het einde van de examens te vieren. Daniel volgt les aan het Xaveriuscollege in Borgerhout en zit in het derde jaar Latijnse. Zijn laatste vak die voormiddag was fysica. Iets wat in de lijn ligt van het schakersbrein, afgestemd op rekenen, toch? 'Het was oké', zegt Daniel. 'Ook wiskunde gaat wel. Maar toch zijn talen eerder mijn ding. Frans vind ik plezierig.' Veel schakers doen ingenieursstudies, wiskunde of informatica, maar in Daniels hoofd zit blijkbaar een talenknobbel. Misschien niet zo vreemd, want hij is tweetalig opgevoed, in het Nederlands en het Albanees. Zijn papa Ben (47) kwam in 1997 van Albanië naar België, samen met Bens vader Bardhyl (82). Het is een rasechte schaakfamilie. Bij een koffie en een borrel toont Ben een boek met foto's van vroeger. Opa Bardhyl coachte de club Tomori uit Berat en begeleidde de jonge Ben naar toernooien. Toen hij zestien was, werd Ben U20-kampioen van Albanië. Op zijn gezegende leeftijd speelt Bardhyl nog altijd tien uur per dag online schaak. Een generatie verder herhaalt de geschiedenis zich. Nu is het Ben die met zijn zoon Daniel rondreist, zeker in de zomer. Dan staan er een vijftal internationale toernooien op het programma, die meestal een negental dagen duren. Ben is ook jeugdleider van de Vlaamse Schaakfederatie en de Liga Antwerpen. Hij coacht nu meer dan dat hij zelf nog speelt, vertelt hij. Voor de beste jeugdspelers, onder wie uiteraard Daniel, organiseert hij trainingen met buitenlandse grootmeesters zoals de Bosnische Nederlander Ivan Sokolov of de gewezen wereldtopper Michail Goerevitsj, die in de jaren negentig de Belgische nationaliteit kreeg. Die namen verraden het al: Oost-Europa en Rusland spelen nog altijd een dominante rol in het schaken. Na het neerhalen van het IJzeren Gordijn trokken veel grootmeesters naar het Westen en lieten zich hier naturaliseren. Het trio van grootmeesters dat na Daniel Dardha eindigde op het Belgisch kampioenschap in augustus bestond naast Tanguy Ringoir verder uit Alexandre Dgebuadze (ex-Georgië) en Mher Hovhanisian (ex-Armenië). Daniel zelf is een geboren en getogen Antwerpenaar. Een andere trend is dat topschakers steeds jonger worden. Of beter gezegd: dat jongeren, kinderen nog, op almaar jongere leeftijd bijzondere prestaties leveren in het schaken. Dat weerspiegelt zich in de tabellen van 'jongste grootmeesters'. De legendarische Bobby Fischer (1943-2008) werd in 1958 grootmeester toen hij 15 jaar, 6 maanden en 1 dag jong was. Het Amerikaanse wonderkind scherpte daarmee het record van Boris Spasski aan met zomaar eventjes tweeënhalf jaar. Fischers record hield stand tot in 1991, toen de Hongaarse Judit Polgar er ruim een maand af kneep. Sindsdien is het record meermaals gesneuveld. De jongste ooit is de Rus Sergej Karjakin, die in 2002 grootmeester werd op een leeftijd van 12 jaar en 7 maanden. Een bijzonder scherp record, dat weliswaar al een tijd meegaat, maar in de breedte tekent zich die tendens evengoed af: sinds 1990 veroverden al ruim dertig jonge schakers de grootmeestertitel voor ze 15 jaar werden. Tussen grootmeester en meester gaapt wel een stevige kloof, maar het mag duidelijk zijn dat Daniel Dardha met een IM-titel op zijn dertiende iets bijzonders verwezenlijkt heeft. Een volgende stap is grootmeester worden. 'Ik zou daar graag voor mijn zestiende in slagen', zegt hij. Voor 1 oktober 2021 dus. 'Dat is binnen de twee jaar. Maar ik leg mezelf geen limieten op, ik wil gewoon zover gaan als ik kan.' België telt momenteel acht grootmeesters, maar slechts drie van hen werden ook in België geboren. Ze verwierven hun titel telkens op jongere leeftijd. Ouderdomsdeken Luc Winants in 1991, toen hij 28 was. Bart Michiels in 2013, toen hij 27 was. En Tanguy Ringoir in 2015, toen hij 21 was. Als Daniel Dardha zijn doelstelling haalt, dan knabbelt hij daar nog eens zes jaar vanaf. Bekijken we het internationaal, dan zien we pas echt hoe sterk Dardha momenteel is. Op de wereldranking van schakers geboren in 2005 stond hij in december op een zevende plaats. Tussen allemaal spelers die graag snel grootmeester willen worden - of het al zijn. 'Maar ik vind het geen race op zich', nuanceert Daniel. 'Ik vergelijk mezelf niet zo met anderen. Ik vind schaken leuk, dus ik blijf gewoon voortdoen en trainen.' Ambitie heeft hij wel. Naast die grootmeestertitel wil hij graag ooit de kaap van de 2700 elo ronden, vertelt hij. Dan behoor je tot het selecte clubje van de supergrootmeesters, de top dertig van de wereld min of meer. Voor wie op zijn veertiende tot de top tien behoort, moet dat mogelijk zijn. Twee jaar geleden stond Daniel al eens op het hoogste trapje door zijn zege op het WK blitz voor spelers U14 (bij blitz of snelschaak krijgt elke speler ongeveer vijf minuten bedenktijd, bij rapid ongeveer 30 minuten en bij klassiek schaak twee uur en meer). In het rapidschaak behaalde hij toen een gedeelde tweede plaats. Geen wonder dat hij een voorkeur heeft voor partijen met een kortere bedenktijd. Tijdens de examens heeft Daniel amper tijd gehad om te trainen. De dag voor ons interview speelde hij wel nog een interclubwedstrijd met de Belgische landskampioen Fontaine, uit bij Eynatten. Het werd een korte remise met zwart, tegen een gelijkwaardige tegenstander. Zijn weekdagen zien er meestal hetzelfde uit. 'Wanneer ik van school kom, maak ik eerst mijn huiswerk. Daarna probeer ik nog twee of tweeënhalf uur te trainen. In de weekends is dat langer, al moet ik dan ook rekening houden met andere activiteiten, zoals toernooien of de interclubcompetitie.' Zijn favoriete training bestaat uit tactische oefeningen: in een bepaalde positie de beste zet of zettenreeks trachten te vinden. Ook partijen van wereldtoppers naspelen vindt hij leuk, zoals van enkele wereldkampioenen uit de vorige eeuw: Emanuel Lasker, José Raúl Capablanca of zijn favoriet Michail Tal, de Tovenaar uit Riga. Aangezien hij geboren werd in 2005, is Daniel opgegroeid met de computer. Die maakt onvermijdelijk deel uit van een goede schaaktraining. Wat aan het menselijk oog ontsnapt, achterhaalt de machine wel, of de engine zoals schaakprogramma's tegenwoordig worden genoemd. Ze worden steeds belangrijker, zeker bij de openingstheorie, de studie van de zettenreeksen aan het begin van een partij. 'Ik maak gebruik van een engine bij het analyseren van mijn eigen partijen en bij het studeren van openingen', legt Daniel uit. 'Soms laat ik de engine tien of twintig minuten rekenen en dan kijk ik welke zettenreeks volgens hem de beste is.' Soms traint hij in groep, via het project Go For Grandmaster, of met een persoonlijke trainer. Zo skypet hij geregeld met Ivan Sokolov. Maar het liefst van al traint hij individueel, in zijn eigen tempo, verklapt hij. Een vaste planning heeft hij daar niet bij. Hij gaat meestal verder waar hij de dag ervoor gestopt is. Al probeert zijn vader Ben hem daarin wel te sturen. 'Ik probeer hem zo goed mogelijk te coachen. Trainen kan ik hem niet meer, want hij zit boven mijn niveau, maar ik kan hem wel coachen. Ik lees veel, zoek naar goeie boeken, geef hem raad over strategie.' En hoewel een veertienjarige dat niet altijd wil aannemen, weet vader het soms nog beter. 'Ik ben nog net iets beter in het eindspel, denk ik. Maar het is logisch dat Daniel mij niet altijd volgt. Ik was zelf ook zo op die leeftijd.' Hij lacht: 'Toen ik veertien was, vond ik dat mijn vader helemaal niks wist. Toen ik eenentwintig werd, was ik er verbaasd over hoeveel hij had bijgeleerd!' Toen Daniel vijf was, ondernam Ben een eerste poging om zijn zoon de regels van het schaken bij te brengen. 'Ik wilde dat niet, ik vond het saai', vertelt Daniel. 'Maar toen ik zeven was, kreeg ik plots belangstelling en vroeg ik om het nog eens uit te leggen. Hij zag snel dat ik talent had. Toen ik tien was, dacht ik dat ik er wel eens erg goed in zou kunnen worden.' Welke volgens hem de kenmerken zijn van een sterke schaker? 'Je moet dingen snel begrijpen, snel patronen kunnen herkennen. En je hebt een goed geheugen nodig - dat heb ik gelukkig.' Wat voor alle sporten geldt, gaat ook op voor het schaken: met talent alleen haal je de top niet. Daar is veel oefenen en studeren voor nodig. 'Schaken moet een deel van je leven zijn', zegt Ben. 'Het eerste waar je aan denkt als je wakker wordt. Niet iets wat je twee uur per dag moet studeren. Het is wetenschappelijk bewezen dat je iets 10.000 uren moet doen voor je er top in bent. Reken maar uit.' Na schooltijd dagelijks nog vijf uur schaken is onhaalbaar, dat weet Ben ook. Bovendien komt die school nog altijd op de eerste plaats, zegt hij: 'School is een moetje, schaken is een magje. Dat is dubbel, ik weet het. Maar als je het graag doet en je wilt de top halen, moet je er constant mee bezig zijn, met een boek op het toilet, op de speelplaats... Alle wereldtoppers zijn keiharde werkers. Ik heb het er met Daniel over gehad, hij zegt dat hij zich niet wil forceren om de top te halen. Dat is oké voor mij. Als hij een random grootmeester wil worden: prima. Ik wil het hem alleen nu zeggen, zodat hij me later niet verwijt: waarom heb je me dat nooit verteld? Want tijd is kostbaar, de klok tikt.' De mogelijkheden in België zijn helaas beperkt. In Frankrijk, Duitsland of Nederland zijn er veel meer mogelijkheden qua structuur, omkadering en sponsoring. Het zou voor België nochtans een enorm succes zijn mocht Daniel binnen de twee jaar grootmeester worden. 'Voor België wel, voor Daniel zelf niet echt', zegt Ben. Zeker het Belgische jeugdschaak is Daniel allang ontgroeid. 'Ik zeg hem altijd: if you are the best in the room, you are in the wrong room. ' Ook het Belgische onderwijssysteem is niet aangepast aan jeugdige topsporters - nog los van het statuut dat schaken hier heeft. 'Kijk naar Magnus Carlsen of Fabiano Caruana of Anish Giri, die zijn allemaal gestopt met hun studies', vertelt Ben. 'Zo zijn er velen. Degenen die de top halen worden prof, degenen die het niet halen, pikken de school of de unief na hun twintigste weer op.Ben heeft wel woorden van lof voor het Xaveriuscollege. 'De directie is erg behulpzaam. Ze doet nooit moeilijk als Daniel een toernooi moet gaan spelen.' Zo bleef hij dit najaar een weekje weg van school omdat hij het Europees landenkampioenschap speelde met België. 'Er worden bijlessen georganiseerd voor wie iets gemist heeft of ziek was of extra uitleg wil', zegt Daniel. Alleen sommige leraars willen weleens commentaar hebben als zijn punten een keer tegenvallen. Dan heet het al gauw dat hij wat minder tijd moet besteden aan zijn 'hobby'. Maar op dat niveau is schaken niet echt een 'hobby' meer, benadrukt Ben: 'Kijk naar de zomervakantie. Met 45 wedstrijddagen en het reizen tussendoor heeft Daniel eigenlijk geen vakantie.' Voor de rest is de jonge schaakkampioen een gewone veertienjarige, die graag naar de film gaat en ook échte hobby's heeft. 'Ik ga graag sjotten met mijn vrienden, of skaten, of pingpongen. En ik speel ook graag op de PlayStation.' Net zoals de jonge en blitse wereldkampioen Magnus Carlsen het schaken immens populair gemaakt heeft in Noorwegen, zouden de successen van Daniel Dardha het schaken in België een boost kunnen geven. Chess is cool, zeker bij de internetgeneratie. En wat als mensen hem jennen door te zeggen dat schaken iets voor nerds is? Daniel lacht en antwoordt zelfverzekerd: 'Dan negeer ik dat. Dat is hun probleem.'