De dagprijs steeg in 2019-2020 minder dan in de voorgaande jaren, toen de dagprijs telkens met meer dan 2 procent steeg. De algemene inflatie lag ook hoger, waardoor de reële stijging lager uitkwam: 0,65 pct in 2019 en 0,47 pct in 2018. Elk voorjaar bevraagt het agentschap de woonzorgcentra naar hun dagprijzen. "Eenmaal per jaar kan een ouderenvoorziening de prijzen indexeren, maar dat doen ze niet ieder jaar. Een woonzorgcentrum kan tot drie jaar terug gaan om te indexeren als het dat nog niet gedaan had", zegt woordvoerder Joris Moonens. Precies 618 woonzorgcentra hebben hun prijzen geïndexeerd op basis van de stijging van de levensduurte in de voorafgaandelijke jaren. Nieuwe en gerenoveerde woongelegenheden in woonzorgcentra resulteren in hogere dagprijzen. Zo werd voor 2.726 nieuwe woongelegenheden een zogeheten infrastructuurforfait aangevraagd. De dagprijsstijging vond grotendeels plaats voor het begin van de corona-uitbraak, stelt het agentschap. Net als in 2019 was de dagprijsstijging het sterkst is in Limburg (2,25 pct). Oost-Vlaanderen (1,40 pct), vorig jaar de tweede sterkste stijger, kent op Brussel (0,18 pct) na dit jaar de minst uitgesproken stijging. Antwerpen (63,87 euro) en Brussel (63,51) kennen de hoogste gemiddelde dagprijzen, Oost-Vlaanderen (57,35 euro), West-Vlaanderen (57,63) en Limburg (58,07) de minst hoge. In openbare woonzorgcentra steeg de dagprijs gemiddeld met 1,56 pct (tot 57,15 euro), in de social profit was dit 1,95 pct (tot 58,54) en in de profit 1,28 pct (tot 65,49 euro). De dagprijs omvat een aantal verplichte kosten (woongelegenheid, maaltijden en de zorg). Daar bovenop kan een wzc extra vergoedingen aanrekenen voor kosten zoals internet of kapper. Die extra kosten zijn niet meegerekend in de monitoring, aldus het agentschap. (Belga)

De dagprijs steeg in 2019-2020 minder dan in de voorgaande jaren, toen de dagprijs telkens met meer dan 2 procent steeg. De algemene inflatie lag ook hoger, waardoor de reële stijging lager uitkwam: 0,65 pct in 2019 en 0,47 pct in 2018. Elk voorjaar bevraagt het agentschap de woonzorgcentra naar hun dagprijzen. "Eenmaal per jaar kan een ouderenvoorziening de prijzen indexeren, maar dat doen ze niet ieder jaar. Een woonzorgcentrum kan tot drie jaar terug gaan om te indexeren als het dat nog niet gedaan had", zegt woordvoerder Joris Moonens. Precies 618 woonzorgcentra hebben hun prijzen geïndexeerd op basis van de stijging van de levensduurte in de voorafgaandelijke jaren. Nieuwe en gerenoveerde woongelegenheden in woonzorgcentra resulteren in hogere dagprijzen. Zo werd voor 2.726 nieuwe woongelegenheden een zogeheten infrastructuurforfait aangevraagd. De dagprijsstijging vond grotendeels plaats voor het begin van de corona-uitbraak, stelt het agentschap. Net als in 2019 was de dagprijsstijging het sterkst is in Limburg (2,25 pct). Oost-Vlaanderen (1,40 pct), vorig jaar de tweede sterkste stijger, kent op Brussel (0,18 pct) na dit jaar de minst uitgesproken stijging. Antwerpen (63,87 euro) en Brussel (63,51) kennen de hoogste gemiddelde dagprijzen, Oost-Vlaanderen (57,35 euro), West-Vlaanderen (57,63) en Limburg (58,07) de minst hoge. In openbare woonzorgcentra steeg de dagprijs gemiddeld met 1,56 pct (tot 57,15 euro), in de social profit was dit 1,95 pct (tot 58,54) en in de profit 1,28 pct (tot 65,49 euro). De dagprijs omvat een aantal verplichte kosten (woongelegenheid, maaltijden en de zorg). Daar bovenop kan een wzc extra vergoedingen aanrekenen voor kosten zoals internet of kapper. Die extra kosten zijn niet meegerekend in de monitoring, aldus het agentschap. (Belga)