Tussen 2015 en 2019 raakten jaarlijks gemiddeld 2.500 kinderen op weg naar of van school verwikkeld in een verkeersongeval, wat neerkomt op veertien per schooldag. In 2019 is het aantal gedaald met 13 procent ten opzichte van 2015. Van alle kinderen die betrokken bij een letselongeval, waren er vier op de tien op weg van of naar school. Het risico bij schoolkinderen om betrokken te raken bij een ongeval, stijgt het sterkst op twee specifieke leeftijden. Zo groeit het risico op een ongeval met 80 procent tussen de 11 en 12 jaar. "12 jaar is typisch de leeftijd waarop veel kinderen zelfstandig naar school beginnen te gaan. Het is dus absoluut noodzakelijk om hen goed voor te bereiden op dit moment", zegt Vias. Daarnaast neemt het risico tussen 15 en 16 jaar toe met meer dan 60 procent. "Op 16 jaar beginnen jongeren zich vaak met andere vervoersmiddelen te verplaatsen, zoals met de bromfiets", aldus Vias. "Ze nemen vaker risicovol gedrag aan, ook ten opzichte van andere weggebruikers." Jongens van 16 jaar lopen overigens het meeste risico op een ongeval, met 340 slachtoffers per 100.000 inwoners. Dat is twee keer meer dan op 14-jarige leeftijd en vier keer meer dan bij 10-jarige jongens. In vergelijking met 16-jarige meisjes ligt hun risico 45 procent hoger. Het einde van de schooldag is ook gevaarlijker dan de start, met volgens Vias een derde meer slachtoffers, zo blijkt voorts. "Vooral op donderdag- en vrijdagavond gebeuren er meer ongevallen. We stellen dan 40 procent meer ongevallen vast dan op maandagochtend. De vermoeidheid en de euforie op het einde van de schoolweek zullen hier zeker een rol in spelen, zowel voor de kinderen als voor de andere weggebruikers." De cijfers die Vias gebruikte in deze analyse, dateren nog van voor de coronapandemie. Wegens de lockdown vielen er in de eerste zes maanden van dit jaar 43 doden en 6.000 gewonden minder in het verkeer dan tijdens dezelfde periode vorig jaar. Wat het effect van het coronavirus bij de start van het nieuwe schooljaar zal zijn, is onmogelijk te voorspellen, aldus het instituut. (Belga)

Tussen 2015 en 2019 raakten jaarlijks gemiddeld 2.500 kinderen op weg naar of van school verwikkeld in een verkeersongeval, wat neerkomt op veertien per schooldag. In 2019 is het aantal gedaald met 13 procent ten opzichte van 2015. Van alle kinderen die betrokken bij een letselongeval, waren er vier op de tien op weg van of naar school. Het risico bij schoolkinderen om betrokken te raken bij een ongeval, stijgt het sterkst op twee specifieke leeftijden. Zo groeit het risico op een ongeval met 80 procent tussen de 11 en 12 jaar. "12 jaar is typisch de leeftijd waarop veel kinderen zelfstandig naar school beginnen te gaan. Het is dus absoluut noodzakelijk om hen goed voor te bereiden op dit moment", zegt Vias. Daarnaast neemt het risico tussen 15 en 16 jaar toe met meer dan 60 procent. "Op 16 jaar beginnen jongeren zich vaak met andere vervoersmiddelen te verplaatsen, zoals met de bromfiets", aldus Vias. "Ze nemen vaker risicovol gedrag aan, ook ten opzichte van andere weggebruikers." Jongens van 16 jaar lopen overigens het meeste risico op een ongeval, met 340 slachtoffers per 100.000 inwoners. Dat is twee keer meer dan op 14-jarige leeftijd en vier keer meer dan bij 10-jarige jongens. In vergelijking met 16-jarige meisjes ligt hun risico 45 procent hoger. Het einde van de schooldag is ook gevaarlijker dan de start, met volgens Vias een derde meer slachtoffers, zo blijkt voorts. "Vooral op donderdag- en vrijdagavond gebeuren er meer ongevallen. We stellen dan 40 procent meer ongevallen vast dan op maandagochtend. De vermoeidheid en de euforie op het einde van de schoolweek zullen hier zeker een rol in spelen, zowel voor de kinderen als voor de andere weggebruikers." De cijfers die Vias gebruikte in deze analyse, dateren nog van voor de coronapandemie. Wegens de lockdown vielen er in de eerste zes maanden van dit jaar 43 doden en 6.000 gewonden minder in het verkeer dan tijdens dezelfde periode vorig jaar. Wat het effect van het coronavirus bij de start van het nieuwe schooljaar zal zijn, is onmogelijk te voorspellen, aldus het instituut. (Belga)