Tot vorig weekend was Carlo Herpoel in het vluchtelingenkamp van Idomeni. Het kamp aan de Grieks-Macedonische grens is vandaag ontruimd door de Griekse ordediensten.
...

Ik verblijf reeds enkele dagen in Macedonië. Dat lijkt misschien ironisch, maar het is voor mij veel dichter bij Idomeni, en het is er veel goedkoper. Ik bespaar geld en tijd. Waarom zou een mens twijfelen om zich te verplaatsen? Het is wel wat vreemd als de vluchtelingen me vragen waar ik ergens logeer. 'In Macedonia.''Really?''Yes, in Macedonia.''Oh you come from Macedonia and I want to go to Macedonia.'Ondertussen is dit een running gag geworden bij de vele vluchtelingen die ik hier reeds ken, en schotelen ze me voortdurend vragen en grapjes over Macedonië voor. Het geeft hen een tijdelijk goed gevoel. Ik help reeds enkele dagen in de foodbus van de Al-Khair Foundation uit Engeland. Ik leerde Ghafoor Hussain, de man van de foodbus, kennen in het reeds opgedoekte vluchtelingenkamp in Duinkerke. Sorry, vrouwlief, maar ik, die bijna nooit in de keuken sta, help hier slaatjes klaarmaken voor een slordige duizend vluchtelingen. Samen met Mohamed heb ik er hard geweend... niet van verdriet, niet van vreugde maar bij het versnijden van 25 kilogram ajuinen. Het klaarmaken van dit 'slaatje' neemt ruim drie uur in beslag, en dan nog zijn we maar net op tijd klaar voor de voedselbedeling.De foodbus bereidt warme maaltijden. Het is er snikheet bij al die grote kookpotten. Per shift kookt men er rijst voor twee- tot drieduizend vluchtelingen. Er zijn drie bedelingsmoment per dag, en dan ben ik slechts een schakel in de grote 'verdeelmachine'. Want het moet snel gaan: er staan duizenden vluchtelingen in een rij te wachten op een maaltijd. Als ze allemaal in 'one line' staan, dan beginnen we eraan: een grote portie voor de volwassenen, kleine porties voor de kinderen. Meestal staat er rijst met bonen en een saus op het menu. Best lekker, maar wel licht pikant. En iedere keer moeten we een honderdtal vluchtelingen ontgoochelen als het eten op is. 'Finished!' Sommigen blijven om eten vragen, maar op is op. Jammer genoeg moeten ze dan afdruipen.Aanhoudende regen en een nachtje met stevige wind hebben veel tenten en andere geïmproviseerde onderkomens weggevaagd. Vandaag worden we geconfronteerd met vluchtelingen die geen tent meer hebben. En reservetenten zijn er niet meer. Opnieuw is dit voor sommige gezinnen een aanleiding om weg trekken uit het kamp. Ze zijn het beu om te wachten, in deze erbarmelijke omstandigheden. Wat hebben ze hier nog te zoeken, nu ze letterlijk geen dak meer boven hun hoofd hebben. Het is letterlijk de druppel die de emmer doet overlopen. Hoe zouden we zelf zijn? Ik kan hen alleen maar groeten en het beste wensen. 'Take care', zeg ik dan. Het laat me niet onberoerd wanneer er vluchtelingen vertrekken, ook al weet ik maar al te goed dat het hier niet ideaal is. Het kamp is een hel, maar sommigen verschuilen zich ironie om hun frustraties te onderdrukken. Zo is er Shero, een jongen die we al kennen van zijn ontsnappingspogingen eerder in dit dagboek. Shero omschrijft het zo: 'This my new country and I have my hotel, a nice tent.'Ik zie hier vele groepjes mensen bijbels en korans uitdelen. Maar de vluchtelingen geloven niet in goddelijke hulp. Ze blijven vriendelijk en aanhoren het verhaal van de predikanten, maar eens ze vertrokken zijn, vliegen de heilige geschriften in de container.Verder is het rustig in Idomeni. Alles gaat er zijn gangetje. Vluchtelingen staan uren in de zon staan om voedsel te halen. Kinderen spelen in het rond. De theetent draait op volle toeren, vele vluchtelingen bezoeken de infostand, op zoek naar enig positief nieuws. Ook nu pakken steeds weer vluchtelingen hun bagage bij elkaar om te vertrekken naar andere oorden, waar ze denken dat het beter is. Sommige Koerden gaan zelfs terug naar Turkije, waar ze niet echt geliefd zijn. Anderen trekken naar oorlogsgebied...Wat ik eerder in mijn dagboek voorspelde, komt vandaag uit. 's Avonds tijdens de voedselbedeling ontstaat aan de foodbus een rookpluim. Vanwaar die komt is, is een raadsel, al denk ik meteen aan een rookbom. Wie die daar heeft geworpen, is niet te achterhalen. Maar het wordt het begin van een heuse opstand. De vluchtelingen komen massaal in actie. Ze bestormen die vervloekte grens, maar het lukt hen niet om een bres te slaan. De Griekse politie schiet traangas en mistgranaten af, zowel langs de grenspost, in het kamp als daarachter, in de velden. Niemand kan nog een kant op. We zitten ingesloten.Intussen gebruikt een groep vluchtelingen een treinwagon om de grens te bestormen. Ze duwen hem met vereende krachten voort, tot hij tegen een behoorlijke snelheid recht op de zwaarbewapende politie afstormt. Wanneer de wagon de politieagenten ternauwernood mist en hun gepantserde autobussen in gevaar komen, werpen ze daar ook traangas en rookbommen. Maar de opstandige vluchtelingen trekken zich daar niets van aan. Ze nemen grote stenen en bekogelen er de politie mee. De politie wijkt en hergroepeert zich om vooral de weg naar de grens te blokkeren. Maar de stenenregen houdt aan. De politie moet heel alert blijven om al die keien op te vangen met hun schilden, en verkeert echt in een gevaarlijke positie. Ze weren zich met extra rookbommen en traangas. Het gas is voor niemand nodig, maar ze werpen er op los, in paniek. Ondertussen vindt de politie en niet beter op om de keien die ze opvangen terug te werpen. Het vluchtelingenkamp is totaal in rook en traangas ondergedompeld. Gezinnen met baby's moeten hoestend vluchten. Een oude dame geraakt niet weg en zit vast aan een piket van een tent. Gelukkig komt een vrijwilligster haar helpen. Maar het traangas is niet te harden. Samen met de moeders help ik zeven baby's in de velden te ontkomen, zo ver mogelijk weg van het gas. De baby's krijgen het hard te verduren. We gieten vlug water over hun gezichtjes en beschermen ze met natte doeken en kompressen. Maar ook wij worden niet van het traangas gespaard. Dat was even afzien. Soms moet een moeder haar baby aan een ander doorgeven om even te bekomen, dan neem ik over totdat ikzelf de baby opnieuw moet doorgeven, echt niet te doen! Het is voor de eerste maal in mijn leven dat ik zo geconfronteerd wordt met traangas. Kinderen lopen wenend en verbouwereerd alle richtingen uit. Enkele vrijwilligers nemen ze mee naar een loods iets verderop, waar ook vluchtelingen wonen. De opstandelingen beseffen dat de bestorming mislukt is en werpen zich uit frustratie nog meer op de politie. Maar het gaat van kwaad naar erger. Vluchtelingen forceren deuren en gooien de ramen in van de containers waar divers materiaal opgeslagen ligt. Dekens , medisch materiaal, voedsel, water: alles wordt geplunderd of vernield.Stilletjes aan komt de rust terug. Het traangas trekt weg en we kunnen stilletjesaan weer het kamp naderen. De gezinnen vinden elkaar terug. Vader, moeder en baby zijn weer samen, maar ze durven niet terug naar de tenten. Stenen vliegen nog altijd door de lucht, en er blijft toch nog wel wat rook hangen.Wanneer ik het kamp wil verlaten, zie ik dat er werd ingebroken in een van de tenten van Artsen zonder Grenzen. Ik verjaag er de vluchtelingen die spullen aan het stelen zijn. Een Engelsman die een boek aan het schrijven is en die ik een paar dagen geleden leerde kennen, komt me helpen. De plunderaars druipen vrijwillig af. Velen van hen ken ik, ik heb hen bij de foodbus nog voedsel gegeven. We ruimen het grootste gedeelte van het materiaal op en leggen het op een veldbed. De schade is niet zo groot, we waren er tijdig bij. Plots brengt men een tiener binnen, een meisje. Ze is gevallen en heeft een grote schaafwonde op haar knie. Omdat de medewerkers van Artsen zonder Grenzen ervandoor zijn gegaan zodra het gevaarlijk werd, besluit ik haar dan maar zelf te verzorgen. Even ontsmetten, een gaasje erop en een klever eroverheen en de meid is weer te been. Er blijven vluchtelingen binnendruppelen met klachten die niets te maken hadden met de opstand en de rellen: keelpijn, verkoudheid... We zenden ze weg. Ze moeten zich maar morgen aanmelden. Maar ze gaan niet zomaar weg. We sluiten dan maar alles af, zetten de elektriciteit uit en vertrekken uit het kamp. Wat een avond, wat een nacht. Ik ben uitgeput, zowel moreel als fysiek. Mijn batterijen zijn nu echt wel leeg.Met een dubbel gevoel rijd ik terug naar Macedonië. Kwaad op de politie en hun traangas, kwaad op de groep vluchtelingen die kinderen in gevaar brengen, maar ook begrip voor hun situatie. Boos op plunderaars, blij dat de rust is teruggekeerd en ja, ook blij dat ik er even weg ben. Maar ik ben vooral tevreden dat ik heb kunnen helpen, al was het geen lachertje.Ik heb het gevoel dat dit wel eens het begin van het einde van Idomeni zou kunnen zijn.