In Dhaka (Bangladesh) werd vorige week het negende 'Global Forum on Migration and Development' georganiseerd. Het Global Forum zag het licht in juli 2007 in Brussel. Die jaarlijkse wereldwijde dialoog en uitwisseling tussen overheden, instituties en niet-gouvernementele organisaties, is een verademing in de zoektocht naar een samenhangend migratiebeleid. De GFMD heeft als uitgangspunt dat de migrant een factor van ontwikkeling is. De spirit is dat een verstandig migratiebeleid winst kan betekenen voor duurzame en wereldwijde ontwikkeling, rechtvaardigheid, vrede en ook aanpak van de gevolgen van de klimaatverandering.

Dag van de migrant: Verstandig migratiebeleid kan positieve impact hebben op wereldwijde ontwikkeling

200 ngo's deden op 10 december vanuit Dhaka een oproep (http://tinyurl.com/h8gxow6) om 'het beleid omtrent migratie en ontwikkeling te verankeren in de mensenrechten'. Ze stellen vijf prioriteiten: het beschermen en versterken van arbeidsmigranten en hun arbeidsrechten; het tegemoetkomen aan de mensenrechten van migranten onderweg en in transit; het inzetten op sociale integratie en wegwerken van structurele ongelijkheden, met een bijzondere aandacht voor de rol van steden en gemeenten daarin; het inzetten op het goede gebruik van de investeringen vanuit de diaspora en hun competenties in het ontwikkelingsproces in de landen van herkomst en de UN 2030 agenda over migratie te realiseren met extra middelen en nieuwe ideeën; vrouwen en kinderen in de migratie erkennen als actor voor mensenrechten en verandering.

In ons Federaal Parlement werd in de tweede helft van november, dus ongeveer gelijktijdig, de 'Beleidsnota Asiel & Migratie' van de federale staatssecretaris voor Asiel & Migratie Theo Francken neergelegd en besproken.

Ik citeer de staatssecretaris uit het voorlopig verslag van de besprekingen in de Commissie Binnenlandse Zaken: "Voor het volgende parlementaire jaar zullen die klemtonen liggen op het integreren van het vereiste respect voor de Europese rechten, vrijheden, waarden en normen in het migratiebeleid, op de strijd tegen het misbruik van de legale migratiekanalen en op het verder uitbouwen van de terugkeercapaciteit." En verder: "Een solide gedwongen terugkeer is het sluitstuk van elk goed migratiebeleid. Dat begint bij een daadkrachtig interceptiebeleid." Op zijn persoonlijke blogpagina lezen we de populaire vertaling van zijn intenties inzake het aantal 'terugkeervluchten': "Volgend jaar elke week eentje? Let's do it!" (Federaal staatssecretaris asiel & migratie T. Francken op zijn blogpagina 3/12/2016).

Dhaka en Brussel, een wereld van verschil

De Dienst Vreemdelingenzaken krijgt de instrumenten om als een 'integratiepolitie' de 'onaangepasten' naar eigen goeddunken een bevel te geven om het grondgebied te verlaten.

In Dhaka worden door actieve dialoog perspectieven aangereikt om van de wereldwijde migratie een beleidsdomein met een veelzijdige positieve impact te maken. In Brussel wordt hetzelfde thema - met een actieve afwijzing van elke vorm van dialoog - gereduceerd tot een kwestie van cijfers over het aantal terugkeervluchten en het opdrijven van de pakkans van degenen die zonder wettig verblijf zijn. De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) krijgt de instrumenten om als een 'integratiepolitie' de 'onaangepasten' naar eigen goeddunken een bevel te geven om het grondgebied te verlaten. Dat is de essentie van de nieuwe wetten die de DVZ toegang geeft tot de politiedatabanken en een 'integratietoets' toestaat bij bepaalde buitenlanders met een tijdelijke verblijfsvergunning. In Dhaka wordt de migrant geacht, in Brussel verdacht.

Ondertussen gebruikt de bevoegde staatssecretaris zijn beleidsdomein als een instrument van persoonlijke en partijpolitieke propaganda. Hij geeft dat zelf aan, naar aanleiding van de visumkwestie voor het Syrisch gezin: "Wat de finale juridische uitkomst van deze asielvisakwestie ook moge zijn, het overgrote deel van de bevolking wil hier totaal niet van weten. En dat telt toch ook nog mee in een democratie. Of heb ik het mis?"

De federale regering stuurt de boot van het constructief migratiebeleid de mist in

Wat het overgrote deel van de bevolking wil, weet ik niet. Ik baseer mij niet op de polls in bepaalde kranten of sociale media om mijn eigen gelijk door te zetten of mijn ongelijk te meten. Wat ik wel weet is dat politici die op deze manier met migratiezaken omgaan de burgers zand in de ogen strooien. Deze regering wordt de zoveelste in de rij die er niet in zal slagen om een constructief migratiebeleid op poten te zetten. Dat is nochtans nodig. Dat is wat internationale instellingen ons proberen duidelijk te maken.

Vele burgers beseften met de verhoogde aankomst van vluchtelingen en migranten in 2015, dat we in een andere wereldtijd zijn terechtgekomen. Er was solidariteit en inzicht. Het was een ideaal momentum om de bevolking mee te nemen in een volwassen aanpak van de kwestie. Het momentum om de oude slogan 'streng maar rechtvaardig' om te buigen naar 'solidair en realistisch'.

We moeten er alles aan doen om te voorkomen dat ons migratiebeleid strandt op de zoveelste zandbank van de politieke populariteit.

Niets is minder waar. Sinds een jaar vaart het regeringsschip mijlenver weg van haar regeerakkoord, waarin nochtans een aantal routes werden afgesproken om het migratievraagstuk op een solidaire en realistische koers te zetten. Er waren afspraken over een oplossing voor de groep mensen die niet kunnen teruggebracht worden naar hun land van herkomst, voor de staatlozen, voor een grondige evaluatie van het vrijwillig terugkeerbeleid en het starten van nieuwe projecten samen met ngo's, voor een betere verhouding tussen ons migratie- en ontwikkelingsbeleid, voor een andere benadering van het arbeidsmigratiebeleid,... . Er was de afspraak om de Dienst Vreemdelingenzaken te onderwerpen aan een audit, na jaren negatieve rapporten van de federale ombudsman. Nu twee jaar later is het juist die DVZ die meer bevoegdheden krijgt om mensen de deur te wijzen. Het kan niet cynischer.

Naar een interfederaal migratiepact

We moeten er alles aan doen om te voorkomen dat ons migratiebeleid strandt op de zoveelste zandbank van de politieke populariteit. Om te beginnen moeten de regeringspartijen kleur bekennen en het regeerakkoord van onder het stof halen. Maar daarbovenop is er nu nood aan een 'interfederaal migratiepact'. Het sluiten van zo'n pact zou ons de kans geven - in vertrouwen - de dialoog weer aan te gaan met alle actoren. Het kan er voor zorgen dat we ons migratiedenken niet langer opsluiten in een kortzichtige discussie over een open of gesloten grens. Want dat is een dooddoener, een 18de december, dag van de migrant, niet waardig. 18 december is de feestdag van de VN-conventie over de rechten van de arbeidsmigranten en van hun gezinsleden. Laat die conventie de rode draad zijn voor het interfederaal migratiepact.

Didier Vanderslycke is directeur van ORBIT vzw www.orbitvzw.be

In Dhaka (Bangladesh) werd vorige week het negende 'Global Forum on Migration and Development' georganiseerd. Het Global Forum zag het licht in juli 2007 in Brussel. Die jaarlijkse wereldwijde dialoog en uitwisseling tussen overheden, instituties en niet-gouvernementele organisaties, is een verademing in de zoektocht naar een samenhangend migratiebeleid. De GFMD heeft als uitgangspunt dat de migrant een factor van ontwikkeling is. De spirit is dat een verstandig migratiebeleid winst kan betekenen voor duurzame en wereldwijde ontwikkeling, rechtvaardigheid, vrede en ook aanpak van de gevolgen van de klimaatverandering. 200 ngo's deden op 10 december vanuit Dhaka een oproep (http://tinyurl.com/h8gxow6) om 'het beleid omtrent migratie en ontwikkeling te verankeren in de mensenrechten'. Ze stellen vijf prioriteiten: het beschermen en versterken van arbeidsmigranten en hun arbeidsrechten; het tegemoetkomen aan de mensenrechten van migranten onderweg en in transit; het inzetten op sociale integratie en wegwerken van structurele ongelijkheden, met een bijzondere aandacht voor de rol van steden en gemeenten daarin; het inzetten op het goede gebruik van de investeringen vanuit de diaspora en hun competenties in het ontwikkelingsproces in de landen van herkomst en de UN 2030 agenda over migratie te realiseren met extra middelen en nieuwe ideeën; vrouwen en kinderen in de migratie erkennen als actor voor mensenrechten en verandering. In ons Federaal Parlement werd in de tweede helft van november, dus ongeveer gelijktijdig, de 'Beleidsnota Asiel & Migratie' van de federale staatssecretaris voor Asiel & Migratie Theo Francken neergelegd en besproken. Ik citeer de staatssecretaris uit het voorlopig verslag van de besprekingen in de Commissie Binnenlandse Zaken: "Voor het volgende parlementaire jaar zullen die klemtonen liggen op het integreren van het vereiste respect voor de Europese rechten, vrijheden, waarden en normen in het migratiebeleid, op de strijd tegen het misbruik van de legale migratiekanalen en op het verder uitbouwen van de terugkeercapaciteit." En verder: "Een solide gedwongen terugkeer is het sluitstuk van elk goed migratiebeleid. Dat begint bij een daadkrachtig interceptiebeleid." Op zijn persoonlijke blogpagina lezen we de populaire vertaling van zijn intenties inzake het aantal 'terugkeervluchten': "Volgend jaar elke week eentje? Let's do it!" (Federaal staatssecretaris asiel & migratie T. Francken op zijn blogpagina 3/12/2016).In Dhaka worden door actieve dialoog perspectieven aangereikt om van de wereldwijde migratie een beleidsdomein met een veelzijdige positieve impact te maken. In Brussel wordt hetzelfde thema - met een actieve afwijzing van elke vorm van dialoog - gereduceerd tot een kwestie van cijfers over het aantal terugkeervluchten en het opdrijven van de pakkans van degenen die zonder wettig verblijf zijn. De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) krijgt de instrumenten om als een 'integratiepolitie' de 'onaangepasten' naar eigen goeddunken een bevel te geven om het grondgebied te verlaten. Dat is de essentie van de nieuwe wetten die de DVZ toegang geeft tot de politiedatabanken en een 'integratietoets' toestaat bij bepaalde buitenlanders met een tijdelijke verblijfsvergunning. In Dhaka wordt de migrant geacht, in Brussel verdacht. Ondertussen gebruikt de bevoegde staatssecretaris zijn beleidsdomein als een instrument van persoonlijke en partijpolitieke propaganda. Hij geeft dat zelf aan, naar aanleiding van de visumkwestie voor het Syrisch gezin: "Wat de finale juridische uitkomst van deze asielvisakwestie ook moge zijn, het overgrote deel van de bevolking wil hier totaal niet van weten. En dat telt toch ook nog mee in een democratie. Of heb ik het mis?" Wat het overgrote deel van de bevolking wil, weet ik niet. Ik baseer mij niet op de polls in bepaalde kranten of sociale media om mijn eigen gelijk door te zetten of mijn ongelijk te meten. Wat ik wel weet is dat politici die op deze manier met migratiezaken omgaan de burgers zand in de ogen strooien. Deze regering wordt de zoveelste in de rij die er niet in zal slagen om een constructief migratiebeleid op poten te zetten. Dat is nochtans nodig. Dat is wat internationale instellingen ons proberen duidelijk te maken. Vele burgers beseften met de verhoogde aankomst van vluchtelingen en migranten in 2015, dat we in een andere wereldtijd zijn terechtgekomen. Er was solidariteit en inzicht. Het was een ideaal momentum om de bevolking mee te nemen in een volwassen aanpak van de kwestie. Het momentum om de oude slogan 'streng maar rechtvaardig' om te buigen naar 'solidair en realistisch'. Niets is minder waar. Sinds een jaar vaart het regeringsschip mijlenver weg van haar regeerakkoord, waarin nochtans een aantal routes werden afgesproken om het migratievraagstuk op een solidaire en realistische koers te zetten. Er waren afspraken over een oplossing voor de groep mensen die niet kunnen teruggebracht worden naar hun land van herkomst, voor de staatlozen, voor een grondige evaluatie van het vrijwillig terugkeerbeleid en het starten van nieuwe projecten samen met ngo's, voor een betere verhouding tussen ons migratie- en ontwikkelingsbeleid, voor een andere benadering van het arbeidsmigratiebeleid,... . Er was de afspraak om de Dienst Vreemdelingenzaken te onderwerpen aan een audit, na jaren negatieve rapporten van de federale ombudsman. Nu twee jaar later is het juist die DVZ die meer bevoegdheden krijgt om mensen de deur te wijzen. Het kan niet cynischer. We moeten er alles aan doen om te voorkomen dat ons migratiebeleid strandt op de zoveelste zandbank van de politieke populariteit. Om te beginnen moeten de regeringspartijen kleur bekennen en het regeerakkoord van onder het stof halen. Maar daarbovenop is er nu nood aan een 'interfederaal migratiepact'. Het sluiten van zo'n pact zou ons de kans geven - in vertrouwen - de dialoog weer aan te gaan met alle actoren. Het kan er voor zorgen dat we ons migratiedenken niet langer opsluiten in een kortzichtige discussie over een open of gesloten grens. Want dat is een dooddoener, een 18de december, dag van de migrant, niet waardig. 18 december is de feestdag van de VN-conventie over de rechten van de arbeidsmigranten en van hun gezinsleden. Laat die conventie de rode draad zijn voor het interfederaal migratiepact. Didier Vanderslycke is directeur van ORBIT vzw www.orbitvzw.be