Sinds 2002 worden statistieken over de vruchtbaarheidsgraad uit alle 27 lidstaten van de Europese Unie ingezameld. In een relatief gunstige economische context steeg de Europese vruchtbaarheidsgraad sindsdien van 1,46 tot 1,60 kinderen per vrouw in 2008. Die bescheiden opmars is sinds 2009 gestopt. In 2011 klokte de indicator af op 1,57 kinderen per vrouw. Na decennia van dalende geboortecijfers begon de vruchtbaarheidsgraad in de meeste lidstaten vanaf het nieuwe millennium opnieuw aan te trekken. Ook in België zat het geboortecijfer sinds 2000 opnieuw in de lift. In 2010 bereikte de vruchtbaarheidsgraad zo een nieuwe piek van 1,86 kinderen per vrouw. In 2011 daalde ook in België het cijfer echter opnieuw tot 1,81 kinderen per vrouw. (MVL)

Sinds 2002 worden statistieken over de vruchtbaarheidsgraad uit alle 27 lidstaten van de Europese Unie ingezameld. In een relatief gunstige economische context steeg de Europese vruchtbaarheidsgraad sindsdien van 1,46 tot 1,60 kinderen per vrouw in 2008. Die bescheiden opmars is sinds 2009 gestopt. In 2011 klokte de indicator af op 1,57 kinderen per vrouw. Na decennia van dalende geboortecijfers begon de vruchtbaarheidsgraad in de meeste lidstaten vanaf het nieuwe millennium opnieuw aan te trekken. Ook in België zat het geboortecijfer sinds 2000 opnieuw in de lift. In 2010 bereikte de vruchtbaarheidsgraad zo een nieuwe piek van 1,86 kinderen per vrouw. In 2011 daalde ook in België het cijfer echter opnieuw tot 1,81 kinderen per vrouw. (MVL)