Een eerste black-out dompelde begin maart nog heel Venezuela in het donker. Een tweede panne, op het einde van diezelfde maand, legde het openbare leven gedurende een week helemaal lam. Ook de watertoevoer werd toen onderbroken. De regering van Nicolas Maduro schreef de pannes toe aan "terreuraanvallen" van de oppositie en de Verenigde Staten. Die zouden doelbewust de hydro-elektrische centrale Guri, goed voor 80 procent van de elektriciteitsvoorziening van het land, hebben geviseerd. De oppositie beweert dan weer dat de pannes het gevolg zijn van gebrekkige investeringen en corruptie binnen de regering. Het Venezolaanse platteland krijgt de dag van vandaag wel vaker te maken met stroompannes, maar de hoofdstad blijft doorgaans gespaard van de onderbrekingen. (Belga)