De beelden zijn ondertussen twee maanden oud. Mensen die zich in de chaos op de luchthaven van Kaboel vastklampen aan Amerikaanse evacuatievliegtuigen om net na opstijgen te pletter te storten. De beelden zijn een verschrikkelijke maar treffende metafoor voor hoe de wereld Afghanen en anderen in nood liet vallen. Laat vallen, moeten we zeggen. Ondanks beloftes dat Afghanen in gevaar ook na de internationale exit niet vergeten zouden worden, oogt de situatie vandaag erg somber.

De machtsovername door de taliban heeft de mensenrechtencrisis in Afghanistan nog doen toenemen. Afghanistan is al vele jaren niet veilig, maar nu lopen onder meer activisten voor vrouwenrechten, mensenrechtenverdedigers, journalisten en mensen uit etnische en religieuze minderheden extra gevaar. Hun opties om veiligheid en bescherming te zoeken, zijn sinds het afbreken van de evacuaties eind augustus heel erg schaars geworden.

Het begint al aan de grenzen van Afghanistan en de zogenoemde 'opvang in de regio'. Alle buurlanden sloten de facto hun grenzen voor mensen op zoek naar bescherming. Iran, Pakistan, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan laten niemand binnen zonder geldige reisdocumenten. Alsof de taliban reisdocumenten zouden uitreiken aan hen die ze vervolgen.

Crisis Afghanistan: we mogen mensen in gevaar niet laten vallen.

Naast de buurlanden, hebben ook bitter weinig andere landen woord gehouden om inspanningen te doen voor hen die in gevaar verkeren. Naast lovenswaardige acties van onder andere Canada en Ierland, zijn er weinig tot geen betekenisvolle programma's voor hervestiging of andere legale wegen opgezet voor hen die dreigen vervolgd, mishandeld, gevangen of zelfs gedood te worden.

Door het sluiten van zowat alle veilige routes, moeten mensen die gevaar lopen dus irreguliere wegen nemen en beroep doen op mensensmokkelaars. Als ze na zo'n risicovolle reis eindelijk in veiliger gebied terechtkomen, zou je mogen verwachten dat ze op zijn minst de kans krijgen om bescherming te vragen in een asielprocedure. Niets is minder waar.

De 'strijd tegen irreguliere migratie' gaat voor: mensen worden aan de grens meteen teruggedreven naar Afghanistan, tegengehouden aan grenzen of vastgehouden in niemandsland.

Zo laat Tadzjikistan 80 Afghaanse families aan hun lot over aan de Tadzjieks-Afghaanse grens. Turkije heeft plannen om een muur aan de grens met Iran uit te breiden. En terwijl de Europese Unie de andere kant opkijkt, zijn aan de grens tussen Polen en Belarus 32 Afghanen illegaal teruggedreven die nu vastzitten zonder enige menswaardige opvang. Het zijn maar een paar voorbeelden van hoe de grendels worden dichtgeschoven en de bruggen opgehaald.

Mensen worden bovendien niet alleen tegengehouden, maar ook effectief teruggestuurd. Iran, Pakistan en Turkije zetten nog steeds Afghanen uit terug naar Afghanistan. En hoewel vele Europese landen gedwongen terugkeer naar Afghanistan hebben opgeschort, worden in Frankrijk nog steeds bevelen tot uitzetting uitgeschreven en houdt Denemarken Afghaanse mensen vast in gesloten terugkeercentra.

Een lichtpunt in dit alles zou de ongeziene inspanning moeten zijn die de Verenigde Staten deden om vele tienduizenden mensen te evacueren in Operation Allies Welcome. Ondanks de beloftevolle intentie van de VS om 95.000 geëvacueerden te hervestigen, moeten ook daar kanttekeningen bij gemaakt worden. Velen die nog niet naar de VS werden overgebracht zitten vast op basissen in het buitenland. Ook zij leven in limbo.

De internationale plicht om de grenzen open te houden voor hen die asiel nodig hebben en het internationale gebod om mensen niet terug te sturen naar een plek waar ze reëel gevaar lopen, worden openlijk en georkestreerd onder de mat geveegd in deze crisis. Dat vraagt snelle en grondige bijsturing op internationaal niveau. Dat vraagt om leiderschap van en binnen de Europese Unie. En dat vraagt om een Belgische regering die mee het voortouw neemt door in deze crisis een betekenisvol aantal mensen uit Afghanistan te evacueren, ze te hervestigen en landen in de regio meer te steunen. Op dit kritieke moment mogen we mensen in nood niet laten vallen.

Wies De Graeve is directeur Amnesty International Vlaanderen.

De beelden zijn ondertussen twee maanden oud. Mensen die zich in de chaos op de luchthaven van Kaboel vastklampen aan Amerikaanse evacuatievliegtuigen om net na opstijgen te pletter te storten. De beelden zijn een verschrikkelijke maar treffende metafoor voor hoe de wereld Afghanen en anderen in nood liet vallen. Laat vallen, moeten we zeggen. Ondanks beloftes dat Afghanen in gevaar ook na de internationale exit niet vergeten zouden worden, oogt de situatie vandaag erg somber.De machtsovername door de taliban heeft de mensenrechtencrisis in Afghanistan nog doen toenemen. Afghanistan is al vele jaren niet veilig, maar nu lopen onder meer activisten voor vrouwenrechten, mensenrechtenverdedigers, journalisten en mensen uit etnische en religieuze minderheden extra gevaar. Hun opties om veiligheid en bescherming te zoeken, zijn sinds het afbreken van de evacuaties eind augustus heel erg schaars geworden. Het begint al aan de grenzen van Afghanistan en de zogenoemde 'opvang in de regio'. Alle buurlanden sloten de facto hun grenzen voor mensen op zoek naar bescherming. Iran, Pakistan, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan laten niemand binnen zonder geldige reisdocumenten. Alsof de taliban reisdocumenten zouden uitreiken aan hen die ze vervolgen.Naast de buurlanden, hebben ook bitter weinig andere landen woord gehouden om inspanningen te doen voor hen die in gevaar verkeren. Naast lovenswaardige acties van onder andere Canada en Ierland, zijn er weinig tot geen betekenisvolle programma's voor hervestiging of andere legale wegen opgezet voor hen die dreigen vervolgd, mishandeld, gevangen of zelfs gedood te worden. Door het sluiten van zowat alle veilige routes, moeten mensen die gevaar lopen dus irreguliere wegen nemen en beroep doen op mensensmokkelaars. Als ze na zo'n risicovolle reis eindelijk in veiliger gebied terechtkomen, zou je mogen verwachten dat ze op zijn minst de kans krijgen om bescherming te vragen in een asielprocedure. Niets is minder waar. De 'strijd tegen irreguliere migratie' gaat voor: mensen worden aan de grens meteen teruggedreven naar Afghanistan, tegengehouden aan grenzen of vastgehouden in niemandsland.Zo laat Tadzjikistan 80 Afghaanse families aan hun lot over aan de Tadzjieks-Afghaanse grens. Turkije heeft plannen om een muur aan de grens met Iran uit te breiden. En terwijl de Europese Unie de andere kant opkijkt, zijn aan de grens tussen Polen en Belarus 32 Afghanen illegaal teruggedreven die nu vastzitten zonder enige menswaardige opvang. Het zijn maar een paar voorbeelden van hoe de grendels worden dichtgeschoven en de bruggen opgehaald. Mensen worden bovendien niet alleen tegengehouden, maar ook effectief teruggestuurd. Iran, Pakistan en Turkije zetten nog steeds Afghanen uit terug naar Afghanistan. En hoewel vele Europese landen gedwongen terugkeer naar Afghanistan hebben opgeschort, worden in Frankrijk nog steeds bevelen tot uitzetting uitgeschreven en houdt Denemarken Afghaanse mensen vast in gesloten terugkeercentra.Een lichtpunt in dit alles zou de ongeziene inspanning moeten zijn die de Verenigde Staten deden om vele tienduizenden mensen te evacueren in Operation Allies Welcome. Ondanks de beloftevolle intentie van de VS om 95.000 geëvacueerden te hervestigen, moeten ook daar kanttekeningen bij gemaakt worden. Velen die nog niet naar de VS werden overgebracht zitten vast op basissen in het buitenland. Ook zij leven in limbo.De internationale plicht om de grenzen open te houden voor hen die asiel nodig hebben en het internationale gebod om mensen niet terug te sturen naar een plek waar ze reëel gevaar lopen, worden openlijk en georkestreerd onder de mat geveegd in deze crisis. Dat vraagt snelle en grondige bijsturing op internationaal niveau. Dat vraagt om leiderschap van en binnen de Europese Unie. En dat vraagt om een Belgische regering die mee het voortouw neemt door in deze crisis een betekenisvol aantal mensen uit Afghanistan te evacueren, ze te hervestigen en landen in de regio meer te steunen. Op dit kritieke moment mogen we mensen in nood niet laten vallen. Wies De Graeve is directeur Amnesty International Vlaanderen.