Meisjesbendes terroriseren de Brugse stationsbuurt. Aan de Gentse Overpoort worden studenten in elkaar geslagen en bestolen. Criminele minderjarigen komen weer op vrije voeten omdat er geen plaats is in de gesloten jeugdinstelling van Everberg. Als je zou afgaan op recente berichten in de media, lijkt onze maatschappij nooit misdadiger geweest te zijn.
...

Meisjesbendes terroriseren de Brugse stationsbuurt. Aan de Gentse Overpoort worden studenten in elkaar geslagen en bestolen. Criminele minderjarigen komen weer op vrije voeten omdat er geen plaats is in de gesloten jeugdinstelling van Everberg. Als je zou afgaan op recente berichten in de media, lijkt onze maatschappij nooit misdadiger geweest te zijn. Perceptie is realiteit, zeggen ze wel eens, maar in dit geval klopt het niet. Sinds het hoogtepunt in 2011 daalt het aantal geregistreerde criminele feiten in ons land jaar na jaar - en niet zo'n klein beetje ook. De daling zette zich door tot in de eerste helft van vorig jaar, de recentste beschikbare cijfers. 2011 was 'het meest criminele jaar', met alles bij elkaar 1.063.254 geregistreerde criminele feiten. Het gaat om misdrijven die aangegeven zijn bij de politie en waarvan proces-verbaal is opgemaakt. In 2015 werden er bijna 920.000 misdrijven aangegeven. Dat aantal verminderde tot 884.615 in 2016: een daling van ongeveer vijf procent. Tijdens de eerste zes maanden van vorig jaar werden er 425.083 criminele feiten geregistreerd. Dat zijn er bijna 25.000 minder dan in dezelfde periode een jaar eerder. Omgerekend zijn er per dag 68 misdrijven minder. De federale politie geeft toe dat niet alle misdrijven een proces-verbaal krijgen. Dat is bijvoorbeeld het geval als de plaatselijke politieagent uit ervaring weet dat het parket toch niet zal vervolgen. De daling zet zich door bij haast alle types misdrijven. Kijken we eerst naar de diefstallen, nog altijd de belangrijkste subgroep binnen de criminele feiten. De federale politie maakt een onderscheid tussen inbraken in woningen, in openbare gebouwen en in bedrijven. Tussen 2015 en 2016 verminderde het aantal woninginbraken met 17 procent. In 2000 ging het nog om iets meer dan 75.000 inbraken; in 2016 was dat aantal gedaald tot 56.434. Dat betekent evenwel nog altijd dat er elke dag in meer dan honderdvijftig huizen wordt ingebroken (of dat er een poging daartoe wordt ondernomen). Toch is Patrick Ludinant, de directeur van de federale politiedienst die werkt op zware en georganiseerde criminaliteit, tevreden. 'Inbraken hebben een grote impact op het veiligheidsgevoel van burgers. Daarom maakte de federale regering enkele jaren geleden in het Nationaal Veiligheidsplan van woninginbraken een prioriteit. Met succes.' Wat wordt er zoal gestolen? 'Vooral geld en juwelen. Een tiental jaar geleden werden er ook gsm-toestellen meegenomen; dat gebeurt nu veel minder. De meeste smartphones zijn immers uitgerust met een app waarmee het toestel gelokaliseerd kan worden.' Het aantal inbraken in openbare gebouwen daalde met vier procent (alleen in scholen is er sprake van een stijging), in bedrijven daalde het met veertien procent. Nog groter is de daling in benzinestations en elektrozaken. In fietswinkels wordt dan weer merkelijk vaker ingebroken: daar hebben dieven het gemunt op dure koersfietsen en elektrische fietsen. Een ander 'populair' misdrijf is auto's stelen. In 2000 ging het om 40.000 auto's; in 2016 was dat spectaculair gedaald tot net geen 9000. De daling zette zich door in de eerste helft van vorig jaar (4196 aangegeven autodiefstallen). De verklaring ligt volgens Patrick Ludinant voor de hand: 'De autoconstructeurs hebben zwaar geïnvesteerd in beveiliging. Dieven zijn vooral geïnteresseerd in de nieuwste en duurste modellen, maar die zijn tegenwoordig bijna allemaal uitgerust met gps-lokalisatie en allerlei alarmsystemen.' Een andere verklaring is de verdere uitbouw van het zogenaamde ANPR-netwerk, met slimme camera's die nummerplaten kunnen lezen. Gestolen of niet-verzekerde voertuigen worden meteen herkend. Aan de Belgische snelwegen hangt ondertussen een 'schild' van duizend van zulke camera's. Technologische evoluties zorgden er ook voor dat het aantal bankovervallen in tien jaar tijd verschrompelde van 127 tot 11 per jaar. Er is dan ook steeds minder cash aanwezig in de kantoren, en dankzij de invoering van slimme geldkoffers, 'plofkoffers', zijn er volgens Ludinant ook bijna geen overvallen op geldtransporten meer. Diefstallen met geweld kenden een daling van twaalf procent tussen 2015 en 2016. Tijdens de eerste zes maanden van vorig jaar werden nog 1755 diefstallen met een wapen gepleegd. Jaarlijks worden er zo'n 35.000 fietsdiefstallen aangegeven bij de politie, al ligt het werkelijke aantal gestolen fietsen waarschijnlijk een heel stuk hoger. Dat aantal blijft redelijk stabiel, al is er de eerste helft van vorig jaar wel een lichte stijging merkbaar. Ook hier ligt de verklaring bij de populariteit van de - duurdere - elektrische fietsen. Zakkenrollers beleven barre tijden. Het aantal feiten van zakkenrollerij is gehalveerd sinds 2012. Dat is het sterkst te merken op het openbaar vervoer, en dan vooral in de Brusselse metro. De daling is het gevolg van enkele welgemikte bewustmakingscampagnes van de overheid, en vermoedelijk ook door de aanwezigheid van gewapende militairen sinds de terreurdreiging. Ook het aantal misdrijven tegen de lichamelijke integriteit blijft dalen. In 2011 werden er 90.130 feiten geregistreerd; in 2016 waren dat er nog bijna 79.000 en tijdens de eerste zes maanden van vorig jaar nog 38.000. Het aantal gevallen van moord en doodslag bleef stabiel, op een duizendtal gevallen per jaar. (Het aantal geregistreerde moorden moet wel gerelativeerd worden: in tachtig procent van de gevallen gaat het om moordpogingen.) Enkele jaren geleden ging er geen dag voorbij zonder dat de NMBS af te rekenen kreeg met een koperdiefstal, met veel vertragingen en ongemakken voor de treinreiziger tot gevolg. Maar kijk, uit cijfers van de federale politie blijkt dat metaaldiefstallen met 34 procent verminderden. Dat komt door de daling van de koperprijs én door enkele justitiële ingrepen. 'Vroeger kon een dief zonder veel moeite zijn gestolen goederen kwijt. Nu wordt elke transactie officieel geregistreerd. De verkoper moet zijn identiteitskaart en btw-nummer voorleggen en aantonen waar hij zijn waar vandaan heeft.' Zoiets schrikt veel potentiële dieven af, denkt Ludinant. Een andere verklaring is de massale opkomst van de bewakingscamera's. Enkele jaren geleden meldde de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken dat de kaap van 400.000 geregistreerde camera's was bereikt, en het aantal stijgt nog elke dag. Ze hangen overal: in winkels en treinstations, maar ook in de belangrijkste winkelstraten en aan invalswegen van steden en gemeenten. In de Antwerpse metro alleen al hangen er 508 camera's. Dankzij die camera's kwam de politie bijvoorbeeld Mohamed Abrini, 'de man met het hoedje', op het spoor. Hij was de enige terrorist die de aanslag in Zaventem overleefde. Tientallen camera's registreerden zijn vluchtweg. Onlangs keurde het parlement de zogenaamde Camerawet van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) goed. Die bepaalt onder meer dat politieagenten uitgerust worden met mobiele camera's of bodycams. Winkeliers mogen voortaan in hun winkels schermen plaatsen met livebeelden van de bewakingscamera's. Dat zou potentiële dieven afschrikken. Toch is het niet allemaal goed nieuws aan het misdaadfront. Zo zit de drugscriminaliteit in de lift. Het aantal geregistreerde drugsmisdrijven steeg van 52.000 in 2015 tot 53.700 een jaar later. De war on drugs lijkt dus op het eerste gezicht niet zoveel resultaat op te leveren. Ook zaken die gelinkt zijn aan terrorisme, kennen een stijging. Patrick Ludinant: 'Twee jaar geleden hadden we de aanslagen in Maalbeek en Zaventem, maar ook daarnaast waren de veiligheidsdiensten druk doende met aanslagen te verijdelen en verdachten op te sporen en te arresteren. Zowel het aantal pv's met harde info over terrorisme als het aantal gerechtelijke informatierapporten steeg sterk. Het terreurdreigingsniveau is weliswaar verlaagd, maar we moeten attent blijven. Kijk maar naar de jongste terroristische aanslag in Frankrijk.' Conflicten elders in de wereld kunnen tot meer geregistreerde criminaliteit bij ons leiden. 'We zien bijvoorbeeld een sterke stijging van mensensmokkel die gelieerd is aan de migratiecrisis en de oorlog in Syrië. In 2016 stelde politie 32.755 overtredingen op de Vreemdelingenwet vast. Daarbij steeg het aantal gevallen van mensensmokkel van 741 in 2015 tot 1074 een jaar later. Ik heb het dan onder meer over acties langs de snelwegparkings op de E40 en de E17 naar de kust.' De voorbije jaren steeg ook het aantal registraties van intrafamiliaal en seksueel geweld. Dat komt volgens Patrick Ludinant vooral omdat de overheid meer aandacht besteedt aan dit soort fenomenen. Het is ook een aandachtspunt van de regionale overheden geworden. 'Ik denk niet dat er meer seksueel geweld voorkomt dan vroeger. Wel is de gevoeligheid ervoor toegenomen, en dat leidt tot meer aangiften.' Ook het aantal zogenaamde economische misdrijven neemt toe, vooral via het internet. Stilaan kun je spreken van een verschuiving van offline naar online criminaliteit. Burgers dienen bijvoorbeeld een klacht in omdat ze online bestellingen nooit ontvangen hebben of omdat de producten namaak bleken te zijn. Criminoloog Stefaan Pleysier (KU Leuven) vermoedt dat die trend zich zal doorzetten. 'De strijd tegen e-crime is evenwel heel moeilijk, want het is een heel internationaal fenomeen.' Inbreuken op de informaticawet (hacking, informatiebedrog, sabotage en valsheid in informatica) stegen met elf procent. Betaalkaartfraude steeg van 8400 feiten in 2015 tot 9500 in 2016. Patrick Ludinant maakt zich ook zorgen over de opkomst van het cryptogeld, met de nieuwe virtuele munten als de bitcoin. 'Criminelen gebruiken die munten onder meer om hun misdaadgeld wit te wassen. Dat kunnen ze volledig anoniem. De strijd daartegen is heel gespecialiseerd, en de politie beschikt niet altijd over dezelfde middelen als de tegenstander. Als wij een nieuw computerprogramma nodig hebben, dan duurt het een jaar om het aan te schaffen. In de privésector heb je dat binnen de week. Na twee jaar zijn onze computers verouderd, maar we moeten ze vijf, zes jaar blijven gebruiken. Op die manier hol je achter de feiten aan.' De daling van de geregistreerde criminaliteit is geen Belgisch fenomeen. De nationale politie van Nederland maakte enkele weken geleden bekend dat de criminaliteit bij onze noorderburen 'gestaag blijft dalen', en het gezaghebbende Britse magazine The Economist schreef in 2014 dat de criminaliteit in grote delen van de rijke wereld aan het uitsterven is. Dat vindt professor Pleysier overdreven. 'Criminaliteit is een cyclisch gebeuren. Het aantal geregistreerde feiten steeg tot in 2011. Toen is de maatschappij zich ertegen gaan "bewapenen". Er werd bijvoorbeeld massaal geïnvesteerd in veiliger ramen en deuren en in alarmsystemen. Als de daling zich nog een aantal jaar doorzet, is het goed mogelijk dat de aandacht voor beveiliging gaat slabakken, waardoor de criminaliteitscijfers opnieuw kunnen stijgen.' Patrick Ludinant vermoedt dat niet alle feiten geregistreerd worden. 'En omdat we niet weten hoe groot dat dark number is, heeft de federale politie beslist om voor het eerst sinds 2009 opnieuw een grootschalige Veiligheidsmonitor te organiseren.' Rond deze tijd ontvangen bijna een half miljoen Belgen een invulformulier waarin wordt gevraagd of ze de voorbije maanden het slachtoffer zijn geweest van een inbraak, autodiefstal, oplichting via het internet of bedreiging, en zo ja, of ze dat hebben aangegeven bij de politie. Buitenlands onderzoek, onder meer in Nederland, leert dat de aangiftebereidheid bij de bevolking de jongste jaren daalt en dat de tolerantiegrens ten aanzien van sommige criminele feiten stijgt. Volgens professor Pleysier kan het te maken hebben met een verminderd vertrouwen in de instellingen, waaronder de politiediensten. Volgens hem hangt de aangiftebereidheid sterk samen met het soort misdrijf. 'Bij intrafamiliaal en seksueel geweld ligt de aangifte relatief laag. Dat is ondertussen wel aan het stijgen, vooral omdat die thema's intussen veel beter bespreekbaar zijn gemaakt.' Dat de aangiftebereidheid bij woninginbraken en autodiefstallen veel hoger is, heeft volgens hem vooral te maken met de verzekeringen. De Veiligheidsmonitor, waarvan de resultaten in 2019 worden verwacht, peilt ook naar het (on)veiligheidsgevoel van de Belg. Er is niet altijd een rechtstreeks verband tussen het aantal criminele feiten en het - subjectieve - (on)veiligheidsgevoel. Bij de recente Stadsmonitoren viel bijvoorbeeld op dat het onveiligheidsgevoel in enkele kleinere gemeenten opvallend groot is, terwijl er nauwelijks misdaad in de buurt is. Internationale studies leren dat mensen die echt het risico lopen slachtoffer te worden, zich vaak veiliger voelen dan anderen. 'Mensen met vliegangst kun je honderd keer zeggen dat er vorig jaar geen vliegtuig is neergestort, toch zullen ze bang blijven', legt professor Pleysier uit. 'Een gevoel is iets subjectiefs, en dat evolueert trager dan de feiten.' Volgens Patrick Ludinant denken sommigen ook te snel dat het vroeger allemaal beter was. 'In Borgerhout ontploffen enkele handgranaten en het land staat op stelten, maar men is vergeten dat er twintig jaar geleden handgranaten werden gegooid naar een Brussels politiebureau en dat de politie met kalasjnikovs werd beschoten. Het geweld tussen de drugsbendes in Antwerpen wijst er misschien net op dat de politie goed bezig is en dat ze de druk op de drugshandelaren verhoogt.' Ludinant vreest dat de perceptie het soms van de realiteit wint door de snelheid waarmee gebeurtenissen op sociale media verslagen worden. 'Vroeger las je de krant de volgende ochtend, nu komt het meteen binnen op je smartphone. Dat kan het onveiligheidsgevoel vergroten.' Professor Pleysier is het daar helemaal mee eens. 'Mijn specialiteit is jeugdcriminaliteit. Toen onlangs tijdens het weekend een zware jeugdcrimineel moest worden vrijgelaten omdat er geen plaats was in de gesloten instelling van Everberg, leek het op de sociale media alsof België een straffeloos land was geworden. Ook een jeugdrechter verklaarde in de media dat er nog nooit zoveel criminele minderjarigen waren. Welnu, de cijfers van het jeugdparket tonen aan dat de jeugdcriminaliteit in ons land al verschillende jaren daalt, nog sterker dan de totale criminaliteit.'