Op 21 september oordeelde de politierechter van Charleroi dat de avondklok onwettig was. Het was een van de maar weinig rechterlijke beslissingen die de wettelijkheid van de ministeriële besluiten (MB's) en de genomen coronamaatregelen in twijfel trokken. Tegen de uitspraak ging het parket onmiddellijk in beroep. Nu heeft de correctionele rechtbank het vonnis vernietigd, maken vicepremier en minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) en minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) dinsdagavond bekend.

De politierechter wordt in het ongelijk gesteld omdat de wet van 15 mei 2007 de minister van Binnenlandse Zaken wel degelijk de mogelijkheid biedt om in de huidige uitzonderlijke omstandigheden dergelijke maatregelen te nemen, luidt het in een mededeling. 'Opnieuw wordt de (grond)wettelijke basis van het coronabeleid (...) bevestigd', reageert Van Quickenborne. 'Dit bewijst dat de coronamaatregelen wettelijk solide zijn. Het zijn maatregelen die een regering niet graag treft maar ze zijn noodzakelijk om onze gezondheid te beschermen. Ze worden opgelegd met respect voor de grondwettelijke vrijheden. Zo hoort het in een rechtsstaat.'

Verlinden wijst erop dat de Raad van State al meermaals vastgesteld heeft dat de MB's met de coronamaatregelen een voldoende wettelijke basis hebben. 'Nu heet ook een bodemrechter in beroep dit nogmaals bevestigd. De wet van 15 mei 2007 biedt ons wel degelijk de mogelijkheid om in de huidige uitzonderlijke omstandigheden alle nodige maatregelen te treffen.'

In totaal heeft de Raad van State al meer dan 30 keer de wettelijkheid van het optreden van de regering bevestigd, zeggen de ministers. Drie keer deed de Raad dat niet omdat de beslissingen onvoldoende gemotiveerd waren. 'Telkens ging de bevoegde overheid met de bemerkingen aan de slag en werden de coronamaatregelen aangepast om in overeenstemming te zijn met het oordeel van de Raad van State', luidt het.

Op 21 september oordeelde de politierechter van Charleroi dat de avondklok onwettig was. Het was een van de maar weinig rechterlijke beslissingen die de wettelijkheid van de ministeriële besluiten (MB's) en de genomen coronamaatregelen in twijfel trokken. Tegen de uitspraak ging het parket onmiddellijk in beroep. Nu heeft de correctionele rechtbank het vonnis vernietigd, maken vicepremier en minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) en minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) dinsdagavond bekend. De politierechter wordt in het ongelijk gesteld omdat de wet van 15 mei 2007 de minister van Binnenlandse Zaken wel degelijk de mogelijkheid biedt om in de huidige uitzonderlijke omstandigheden dergelijke maatregelen te nemen, luidt het in een mededeling. 'Opnieuw wordt de (grond)wettelijke basis van het coronabeleid (...) bevestigd', reageert Van Quickenborne. 'Dit bewijst dat de coronamaatregelen wettelijk solide zijn. Het zijn maatregelen die een regering niet graag treft maar ze zijn noodzakelijk om onze gezondheid te beschermen. Ze worden opgelegd met respect voor de grondwettelijke vrijheden. Zo hoort het in een rechtsstaat.' Verlinden wijst erop dat de Raad van State al meermaals vastgesteld heeft dat de MB's met de coronamaatregelen een voldoende wettelijke basis hebben. 'Nu heet ook een bodemrechter in beroep dit nogmaals bevestigd. De wet van 15 mei 2007 biedt ons wel degelijk de mogelijkheid om in de huidige uitzonderlijke omstandigheden alle nodige maatregelen te treffen.' In totaal heeft de Raad van State al meer dan 30 keer de wettelijkheid van het optreden van de regering bevestigd, zeggen de ministers. Drie keer deed de Raad dat niet omdat de beslissingen onvoldoende gemotiveerd waren. 'Telkens ging de bevoegde overheid met de bemerkingen aan de slag en werden de coronamaatregelen aangepast om in overeenstemming te zijn met het oordeel van de Raad van State', luidt het.