In de bestrijding van de COVID-19-pandemie vormt de strikte toepassing van de maatregelen inzake preventie van infecties de eerste lijn van verdediging. Dat geldt in de samenleving, dus ook in de woonzorgcentra. Zorginspectie deed daarom een toezichtsronde in de woonzorgcentra om hen een spiegel voor te houden van de praktijk van hun infectiepreventie en maakte er een rapport van. Deze toezichtsronde startte in juli 2020, eindigde in december 2020 en omvatte 540 wzc's (66 procent van 824 woonzorgcentra erkend in Vlaanderen). Deze periode viel tijdens de tweede golf van besmettingen. De vaststellingen van deze toezichtsronde tonen volgens de Zorginspectie een gemengd beeld: enerzijds is duidelijk zichtbaar dat verschillende aspecten van infectiepreventie aanwezig zijn. Anderzijds tonen de bevindingen ook aan dat er nog ruimte is voor verbetering. De Zorginspectie ging ook na hoe de maatregelen ter preventie van infecties nageleefd werden. Er zijn daarom geen inspecties doorgegaan in wzc's waar er COVID-19-uitbraken waren. Deze toezichtsronde was geen klassieke inspectie. Ze diende als een spiegel voor elk bezocht woonzorgcentrum. Daarom ook gebeurden de inspectiebezoeken onaangekondigd. Elk individueel verslag gaf aan welke punten goed liepen en met welke werkpunten het woonzorgcentrum aan de slag kon. Waar er meerdere verbeteringen aan de orde waren, werd via de mobiele teams van het Agentschap Zorg en Gezondheid een aanbod gedaan over onder andere vorming rond infectiepreventie, handhygiëne, gebruik van persoonlijk beschermingsmateriaal. Verschillende onderwerpen die bevraagd werden tijdens de inspectie gingen over randvoorwaarden die een goede infectiepreventie mogelijk maken. Binnen deze randvoorwaarden vond Zorginspectie grote verschillen. Bijna alle voorzieningen hebben schriftelijke afspraken over infectiepreventie, zoals bijvoorbeeld rond contactdruppelisolatie en cohortering. Maar daarnaast werd er in 44 procent van de wzc's een werkpunt geformuleerd omwille van wastafels die niet volledig geëquipeerd waren met het materiaal dat een correcte handhygiëne mogelijk maakt. Ook stelde Zorginspectie vast dat het dragen van een mondneusmasker tot de normale gang van zaken behoort. Bijna alle medewerkers droegen het mondneusmasker correct (96 procent). De basisvoorwaarden met betrekking tot handhygiëne (korte mouwen, zuivere en korte nagels, geen juwelen) werd door 85 procent van de medewerkers goed opgevolgd. In 70 procent van de voorzieningen werd vastgesteld dat medewerkers niet-steriele handschoenen wisselden na elk contact met (de omgeving van) bewoners en tussendoor de handen ontsmetten. Het toont aan dat er ook in de woonzorgcentra aandacht is voor preventieve maatregelen. Tegelijk is er ruimte voor verbetering. In 61 procent van de gecontroleerde voorzieningen was er (nog) geen handalcoholgel in de onmiddellijke nabijheid van bewonerskamers of op de kamer zelf. Verder stelde Zorginspectie vast dat er in nagenoeg elk woonzorgcentrum op het moment van inspectie bezoek werd toegelaten, maar dat hier steeds beperkingen aan gekoppeld werden. Het aantal en de soort beperkingen varieerden sterk tussen de wzc's onderling. "We blijven de woonzorgcentra ondersteunen om een goed infectiepreventiebeleid te hanteren", zegt Karine Moykens, voorzitter van de taskforce zorg. "Daarom ook wordt het toezichtinstrument online gedeeld met de voorzieningen, zodat zij hiermee zelf aan de slag kunnen gaan. Zeker nu we versoepelingen willen toelaten en ook voor de bewoners terug naar een normaler leven gaan, is het belang van een goede naleving van de preventieve en hygiënische maatregelen nog steeds aan de orde." (Belga)

In de bestrijding van de COVID-19-pandemie vormt de strikte toepassing van de maatregelen inzake preventie van infecties de eerste lijn van verdediging. Dat geldt in de samenleving, dus ook in de woonzorgcentra. Zorginspectie deed daarom een toezichtsronde in de woonzorgcentra om hen een spiegel voor te houden van de praktijk van hun infectiepreventie en maakte er een rapport van. Deze toezichtsronde startte in juli 2020, eindigde in december 2020 en omvatte 540 wzc's (66 procent van 824 woonzorgcentra erkend in Vlaanderen). Deze periode viel tijdens de tweede golf van besmettingen. De vaststellingen van deze toezichtsronde tonen volgens de Zorginspectie een gemengd beeld: enerzijds is duidelijk zichtbaar dat verschillende aspecten van infectiepreventie aanwezig zijn. Anderzijds tonen de bevindingen ook aan dat er nog ruimte is voor verbetering. De Zorginspectie ging ook na hoe de maatregelen ter preventie van infecties nageleefd werden. Er zijn daarom geen inspecties doorgegaan in wzc's waar er COVID-19-uitbraken waren. Deze toezichtsronde was geen klassieke inspectie. Ze diende als een spiegel voor elk bezocht woonzorgcentrum. Daarom ook gebeurden de inspectiebezoeken onaangekondigd. Elk individueel verslag gaf aan welke punten goed liepen en met welke werkpunten het woonzorgcentrum aan de slag kon. Waar er meerdere verbeteringen aan de orde waren, werd via de mobiele teams van het Agentschap Zorg en Gezondheid een aanbod gedaan over onder andere vorming rond infectiepreventie, handhygiëne, gebruik van persoonlijk beschermingsmateriaal. Verschillende onderwerpen die bevraagd werden tijdens de inspectie gingen over randvoorwaarden die een goede infectiepreventie mogelijk maken. Binnen deze randvoorwaarden vond Zorginspectie grote verschillen. Bijna alle voorzieningen hebben schriftelijke afspraken over infectiepreventie, zoals bijvoorbeeld rond contactdruppelisolatie en cohortering. Maar daarnaast werd er in 44 procent van de wzc's een werkpunt geformuleerd omwille van wastafels die niet volledig geëquipeerd waren met het materiaal dat een correcte handhygiëne mogelijk maakt. Ook stelde Zorginspectie vast dat het dragen van een mondneusmasker tot de normale gang van zaken behoort. Bijna alle medewerkers droegen het mondneusmasker correct (96 procent). De basisvoorwaarden met betrekking tot handhygiëne (korte mouwen, zuivere en korte nagels, geen juwelen) werd door 85 procent van de medewerkers goed opgevolgd. In 70 procent van de voorzieningen werd vastgesteld dat medewerkers niet-steriele handschoenen wisselden na elk contact met (de omgeving van) bewoners en tussendoor de handen ontsmetten. Het toont aan dat er ook in de woonzorgcentra aandacht is voor preventieve maatregelen. Tegelijk is er ruimte voor verbetering. In 61 procent van de gecontroleerde voorzieningen was er (nog) geen handalcoholgel in de onmiddellijke nabijheid van bewonerskamers of op de kamer zelf. Verder stelde Zorginspectie vast dat er in nagenoeg elk woonzorgcentrum op het moment van inspectie bezoek werd toegelaten, maar dat hier steeds beperkingen aan gekoppeld werden. Het aantal en de soort beperkingen varieerden sterk tussen de wzc's onderling. "We blijven de woonzorgcentra ondersteunen om een goed infectiepreventiebeleid te hanteren", zegt Karine Moykens, voorzitter van de taskforce zorg. "Daarom ook wordt het toezichtinstrument online gedeeld met de voorzieningen, zodat zij hiermee zelf aan de slag kunnen gaan. Zeker nu we versoepelingen willen toelaten en ook voor de bewoners terug naar een normaler leven gaan, is het belang van een goede naleving van de preventieve en hygiënische maatregelen nog steeds aan de orde." (Belga)