De klacht vanuit de horecawereld stelde dat de bestreden beslissing ingrijpt op het recht om een handelszaak te exploiteren en op het eigendomsrecht en niet door de minister had mogen worden genomen. De Raad van State oordeelt echter dat ons land zich in de federale fase van de noodplanning bevindt en de minister in die situatie een dergelijke beslissing kan nemen. "De opgelegde sluiting lijkt de civiele veiligheid en dus de bescherming van de bevolking te dienen", klinkt het ook. De Raad van State spreekt verder tegen dat het gaat om beleid dat één sector viseert, aangezien de beslissing kadert in een brede waaier aan coronamaatregelen, en veegt het argument van tafel dat horeca niet de bron zouden zijn van COVID-besmettingen. De overheid liet zich immers adviseren door deskundigen die een nota opstelden over de rol van horeca in de verspreiding van het virus en dat er nog onzekerheden bestaan over de precieze bron van veel besmettingen maakt de sluiting nog niet onterecht, luidt het. De horecaondernemers stelden dat slechts een klein deel van de door contactonderzoekers bevraagde besmette personen in horeca besmet raakten, maar de Raad van State merkt op dat het slechts om een vermoeden van die personen zelf gaat, dat veel besmette personen de bron van hun besmetting niet konden aanduiden en dat veel bevraagden wel degelijk horeca bezocht hadden. (Belga)

De klacht vanuit de horecawereld stelde dat de bestreden beslissing ingrijpt op het recht om een handelszaak te exploiteren en op het eigendomsrecht en niet door de minister had mogen worden genomen. De Raad van State oordeelt echter dat ons land zich in de federale fase van de noodplanning bevindt en de minister in die situatie een dergelijke beslissing kan nemen. "De opgelegde sluiting lijkt de civiele veiligheid en dus de bescherming van de bevolking te dienen", klinkt het ook. De Raad van State spreekt verder tegen dat het gaat om beleid dat één sector viseert, aangezien de beslissing kadert in een brede waaier aan coronamaatregelen, en veegt het argument van tafel dat horeca niet de bron zouden zijn van COVID-besmettingen. De overheid liet zich immers adviseren door deskundigen die een nota opstelden over de rol van horeca in de verspreiding van het virus en dat er nog onzekerheden bestaan over de precieze bron van veel besmettingen maakt de sluiting nog niet onterecht, luidt het. De horecaondernemers stelden dat slechts een klein deel van de door contactonderzoekers bevraagde besmette personen in horeca besmet raakten, maar de Raad van State merkt op dat het slechts om een vermoeden van die personen zelf gaat, dat veel besmette personen de bron van hun besmetting niet konden aanduiden en dat veel bevraagden wel degelijk horeca bezocht hadden. (Belga)