Het voorontwerp breidt het bestaande recht op klein verlet voor vaccinatie uit tot de situaties waarin een werknemer een minderjarig kind dat met hem of haar samenwoont, begeleidt naar een vaccinatieplaats met de bedoeling om dit kind te laten vaccineren tegen het coronavirus. De werknemer heeft dit recht gedurende de tijd die nodig is om het minderjarig kind te laten vaccineren. Hiermee wordt zowel de tijd van de eigenlijke vaccinatie beoogd, alsook de tijd die nodig is voor de werknemer om zich te verplaatsen naar en van de locatie waar de vaccinatie zal plaatsvinden. Het voorontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State. (Belga)

Het voorontwerp breidt het bestaande recht op klein verlet voor vaccinatie uit tot de situaties waarin een werknemer een minderjarig kind dat met hem of haar samenwoont, begeleidt naar een vaccinatieplaats met de bedoeling om dit kind te laten vaccineren tegen het coronavirus. De werknemer heeft dit recht gedurende de tijd die nodig is om het minderjarig kind te laten vaccineren. Hiermee wordt zowel de tijd van de eigenlijke vaccinatie beoogd, alsook de tijd die nodig is voor de werknemer om zich te verplaatsen naar en van de locatie waar de vaccinatie zal plaatsvinden. Het voorontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State. (Belga)