AZG stond in de eerste coronagolf, van midden maart tot eind juni, meer dan 130 woonzorgcentra verspreid over het land bij. In 4 van die woonzorgcentra en 4 andere namen de onderzoekers 56 diepte-interviews met bewoners en 8 focusgroepgesprekken met zorgverleners af. Uit de diepte-interviews met de bewoners, die gemiddeld 85 jaar oud waren, bleek dat zij leden onder het verlies van vrijheid (velen hanteerden de gevangenismetafoor), het verlies van een sociaal leven, het verlies van afleidingen en stimulansen en het verlies van autonomie. De bewoners van 7 van de 8 deelnemende woonzorgcentra hekelden dat ze niet werden geïnformeerd over de gezondheidssituatie in hun eigen woonzorgcentrum en dat de gehanteerde coronamaatregelen niet werden uitgelegd. Ze voelden zich niet erkend, vergeten en zelfs geïnfantiliseerd. "Wij waren de laatsten om het gewone leven weer op te pikken", zegt één bewoner. Dat leidde tot depressieve symptomen. De bewoners getuigden dat ze zich verdrietig, hopeloos en waardeloos voelden en de zin verloren om iets te doen. Ze maakt ook gewag van vermoeidheid, verminderde eetlust en verminderde mobiliteit. Ze gaven aan niet zozeer bang te zijn om te sterven, maar wel om bij een tweede coronagolf opnieuw in lockdown te gaan. Aan de focusgroepgesprekken van het onderzoek namen 44 ondersteunende en medische personeelsleden van diezelfde woonzorgcentra deel. Het merendeel waren verpleegkundigen met gemiddeld 10 jaar ervaring. Het zorgpersoneel was naar eigen zeggen niet voorbereid op de uitdagingen die de coronapandemie stelde. Ze gaven aan niet over genoeg coherente informatie en communicatie te beschikken om de besmettingen een halt toe te roepen, noch over de noodzakelijke instrumenten daarvoor te beschikken, zoals beschermende kledij en coronatesten. Ze kreunden onder de verhoogde werkdruk en het veranderende takenpakket. Volgens het zorgpersoneel leed het menselijk contact met bewoners daaronder, terwijl die laatsten, zonder familiebezoeken, net meer nood hadden aan emotionele steun. Het onderzoek wijst daarom op het belang van familiebezoeken, zelfs tijdens een pandemie, zowel voor de bewoners als voor het zorgpersoneel. Het zorgpersoneel voelde zich gevangen tussen het voorkomen van besmettingen enerzijds en het toelaten van sociaal contact anderzijds. Naast verdriet en machteloosheid om het verlies van bewoners, ervaarden ze naar eigen zeggen meer stress, angst en vermoeidheid, maar ook frustratie en woede. Ze lieten evenwel een gevoel van samenhorigheid optekenen. "Ouderen beschermen tijdens de COVID-19-pandemie betekent niet alleen hen beschermen tegen het virus, maar ook rekening houden met hun autonomie en hun individueel begrip van levenskwaliteit", besluit AZG. Het onderzoek bevestigt dat ook psychosociale factoren een bron van lijden kunnen vormen en dat dat om creatieve en preventieve interventies vraagt. AZG stipt eveneens aan dat een betere planning voor en ondersteuning van het zorgpersoneel hen kan helpen bij het dilemma dat ze tijdens de coronacrisis ervaren, namelijk tussen fysieke bescherming van of psychologische zorg voor de bewoners onder hun hoede. (Belga)

AZG stond in de eerste coronagolf, van midden maart tot eind juni, meer dan 130 woonzorgcentra verspreid over het land bij. In 4 van die woonzorgcentra en 4 andere namen de onderzoekers 56 diepte-interviews met bewoners en 8 focusgroepgesprekken met zorgverleners af. Uit de diepte-interviews met de bewoners, die gemiddeld 85 jaar oud waren, bleek dat zij leden onder het verlies van vrijheid (velen hanteerden de gevangenismetafoor), het verlies van een sociaal leven, het verlies van afleidingen en stimulansen en het verlies van autonomie. De bewoners van 7 van de 8 deelnemende woonzorgcentra hekelden dat ze niet werden geïnformeerd over de gezondheidssituatie in hun eigen woonzorgcentrum en dat de gehanteerde coronamaatregelen niet werden uitgelegd. Ze voelden zich niet erkend, vergeten en zelfs geïnfantiliseerd. "Wij waren de laatsten om het gewone leven weer op te pikken", zegt één bewoner. Dat leidde tot depressieve symptomen. De bewoners getuigden dat ze zich verdrietig, hopeloos en waardeloos voelden en de zin verloren om iets te doen. Ze maakt ook gewag van vermoeidheid, verminderde eetlust en verminderde mobiliteit. Ze gaven aan niet zozeer bang te zijn om te sterven, maar wel om bij een tweede coronagolf opnieuw in lockdown te gaan. Aan de focusgroepgesprekken van het onderzoek namen 44 ondersteunende en medische personeelsleden van diezelfde woonzorgcentra deel. Het merendeel waren verpleegkundigen met gemiddeld 10 jaar ervaring. Het zorgpersoneel was naar eigen zeggen niet voorbereid op de uitdagingen die de coronapandemie stelde. Ze gaven aan niet over genoeg coherente informatie en communicatie te beschikken om de besmettingen een halt toe te roepen, noch over de noodzakelijke instrumenten daarvoor te beschikken, zoals beschermende kledij en coronatesten. Ze kreunden onder de verhoogde werkdruk en het veranderende takenpakket. Volgens het zorgpersoneel leed het menselijk contact met bewoners daaronder, terwijl die laatsten, zonder familiebezoeken, net meer nood hadden aan emotionele steun. Het onderzoek wijst daarom op het belang van familiebezoeken, zelfs tijdens een pandemie, zowel voor de bewoners als voor het zorgpersoneel. Het zorgpersoneel voelde zich gevangen tussen het voorkomen van besmettingen enerzijds en het toelaten van sociaal contact anderzijds. Naast verdriet en machteloosheid om het verlies van bewoners, ervaarden ze naar eigen zeggen meer stress, angst en vermoeidheid, maar ook frustratie en woede. Ze lieten evenwel een gevoel van samenhorigheid optekenen. "Ouderen beschermen tijdens de COVID-19-pandemie betekent niet alleen hen beschermen tegen het virus, maar ook rekening houden met hun autonomie en hun individueel begrip van levenskwaliteit", besluit AZG. Het onderzoek bevestigt dat ook psychosociale factoren een bron van lijden kunnen vormen en dat dat om creatieve en preventieve interventies vraagt. AZG stipt eveneens aan dat een betere planning voor en ondersteuning van het zorgpersoneel hen kan helpen bij het dilemma dat ze tijdens de coronacrisis ervaren, namelijk tussen fysieke bescherming van of psychologische zorg voor de bewoners onder hun hoede. (Belga)