Volgens een NSZ-enquête bij 688 niet-voedingszaken heeft 85 procent van hen te maken met een significante omzetdaling ten opzichte van de periode vóór de crisis. "Vier van de tien ondernemers schatten dit verlies op 30 tot 45 procent", legt Christine Mattheeuws van het NSZ uit. "Gemiddeld kenden de handelaars een omzetdaling van 35 procent. Bovendien heeft 60 procent van de zelfstandigen niet genoeg reserves om meer dan 2 maanden zonder nieuwe maatregelen verder te doen." Bovendien heeft 95 procent van de handelaars nog een grote voorraad liggen. Een kwart moet nog een deel van die binnengekomen bestellingen betalen omdat er niet voldoende verkocht is om alle facturen en lopende kosten te betalen. "Hun geld zit in de artikelen, maar met dat liggend kapitaal betaal je geen facturen", aldus Mattheeuws. Twee op drie handelaars heeft slechts een kleine voorraad aangeschaft voor het najaar, vooral omdat ze schrik hebben voor een tweede lockdown en absoluut willen vermijden dat ze opnieuw met een gigantische overstock zouden zitten. Bovendien hebben ze onvoldoende liquide middelen om hun bestelling in het najaar de financieren. Het NSZ roept daarom op om het begrip "sectoren in moeilijkheden", waaronder de horeca valt, uit te breiden tot de niet-voedingswinkels. Dat biedt volgens het NSZ het voordeel dat die winkels ook kunnen genieten van een overbruggingsrecht bij de heropstart als ze een omzetdaling hebben van minstens 10 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal van vorig jaar, wat bij de winkels het geval is. "Het voordeel is dat de handelaars dan geen 7 dagen aaneensluitend zouden moeten sluiten om te kunnen genieten van dit recht. Bovendien zou dan ook de werkloosheid voor hun personeelsleden gelden tot eind december in plaats van tot eind augustus, wat ook noodzakelijk zal zijn willen we naakte ontslagen vermijden." "Bovendien begrijpen de handelaars niet waarom men een onderscheid zou maken tussen de hen en de horeca. Temeer omdat heel wat consumenten eerst gaan shoppen om vervolgens iets te consumeren bij de horeca", benadrukt Mattheeuws. (Belga)

Volgens een NSZ-enquête bij 688 niet-voedingszaken heeft 85 procent van hen te maken met een significante omzetdaling ten opzichte van de periode vóór de crisis. "Vier van de tien ondernemers schatten dit verlies op 30 tot 45 procent", legt Christine Mattheeuws van het NSZ uit. "Gemiddeld kenden de handelaars een omzetdaling van 35 procent. Bovendien heeft 60 procent van de zelfstandigen niet genoeg reserves om meer dan 2 maanden zonder nieuwe maatregelen verder te doen." Bovendien heeft 95 procent van de handelaars nog een grote voorraad liggen. Een kwart moet nog een deel van die binnengekomen bestellingen betalen omdat er niet voldoende verkocht is om alle facturen en lopende kosten te betalen. "Hun geld zit in de artikelen, maar met dat liggend kapitaal betaal je geen facturen", aldus Mattheeuws. Twee op drie handelaars heeft slechts een kleine voorraad aangeschaft voor het najaar, vooral omdat ze schrik hebben voor een tweede lockdown en absoluut willen vermijden dat ze opnieuw met een gigantische overstock zouden zitten. Bovendien hebben ze onvoldoende liquide middelen om hun bestelling in het najaar de financieren. Het NSZ roept daarom op om het begrip "sectoren in moeilijkheden", waaronder de horeca valt, uit te breiden tot de niet-voedingswinkels. Dat biedt volgens het NSZ het voordeel dat die winkels ook kunnen genieten van een overbruggingsrecht bij de heropstart als ze een omzetdaling hebben van minstens 10 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal van vorig jaar, wat bij de winkels het geval is. "Het voordeel is dat de handelaars dan geen 7 dagen aaneensluitend zouden moeten sluiten om te kunnen genieten van dit recht. Bovendien zou dan ook de werkloosheid voor hun personeelsleden gelden tot eind december in plaats van tot eind augustus, wat ook noodzakelijk zal zijn willen we naakte ontslagen vermijden." "Bovendien begrijpen de handelaars niet waarom men een onderscheid zou maken tussen de hen en de horeca. Temeer omdat heel wat consumenten eerst gaan shoppen om vervolgens iets te consumeren bij de horeca", benadrukt Mattheeuws. (Belga)