De meeste klachten bij het Comité P (het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten) kwamen er in het begin van de coronacrisis, van midden maart tot eind april. Nadien stabiliseerden ze rond de dertig per maand. De klachten gingen vooral over de wijze waarop de politie haar taken uitvoerde (45,2 procent), over strafrechtelijke feiten gepleegd door de politie (8,1 procent) en over de attitude van de politie (42,8 procent). Denk aan klachten van "'agressief, dreigend of intimiderend taalgebruik" door agenten, of nog klachten dat ze hun taak "onjuist, onvolledig, onverzorgd, niet pertinent uitvoeren". Het Comité P nam uiteindelijk in 129 klachtendossiers zelf een eindbeslissing. Daaruit blijkt dat er in 66,2 procent van de gevallen geen sprake was van een tekortkoming. In 9,9 procent van de gevallen sprake was van een individuele tekortkoming (7,3 procent) of van een structurele tekortkoming (2,6 procent). "Deze verhoudingen liggen in de lijn met de verhoudingen terug te vinden in de cijfers van het aantal klachten in 2019, de precovidperiode. Met andere woorden: het beeld over het politieoptreden is door corona niet veranderd", aldus het Comité P. Of zoals in het rapport staat: "De burger klaagt min of meer in dezelfde mate over het type tekortkomingen/feiten en ook de eindbeslissingen van het Vast Comité P zijn (...) zeer gelijkaardig." Het rapport stipt nog aan dat het werk van de agenten niet werd vereenvoudigd door de vele verschillende meningen die door politici en experts gegeven werden over de coronacrisis en de maatregelen. "Uit de evaluatie is gebleken dat de externe communicatie gevoerd werd via verschillende kanalen zoals nationaal crisiscentrum, provincies, politiezones en via de professionele sectoren, wat resulteerde in een verscheidenheid aan communicatie die niet altijd op elkaar was afgestemd. Daarnaast waren er ook nog de interventies van ministers en virologen die een eigen standpunt innamen en een eigen interpretatie gaven aan de communicatie, wat een eenduidige communicatie niet in de hand werkte", zo klinkt het. Of nog: "Ook het gebrek aan consistente en duidelijke, niet voor interpretatie vatbare ministeriële besluiten en de bijhorende FAQ's werden als een probleem ervaren aangezien dit het risico op fouten vergroot en het de geloofwaardigheid van de politie kan aantasten." (Belga)

De meeste klachten bij het Comité P (het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten) kwamen er in het begin van de coronacrisis, van midden maart tot eind april. Nadien stabiliseerden ze rond de dertig per maand. De klachten gingen vooral over de wijze waarop de politie haar taken uitvoerde (45,2 procent), over strafrechtelijke feiten gepleegd door de politie (8,1 procent) en over de attitude van de politie (42,8 procent). Denk aan klachten van "'agressief, dreigend of intimiderend taalgebruik" door agenten, of nog klachten dat ze hun taak "onjuist, onvolledig, onverzorgd, niet pertinent uitvoeren". Het Comité P nam uiteindelijk in 129 klachtendossiers zelf een eindbeslissing. Daaruit blijkt dat er in 66,2 procent van de gevallen geen sprake was van een tekortkoming. In 9,9 procent van de gevallen sprake was van een individuele tekortkoming (7,3 procent) of van een structurele tekortkoming (2,6 procent). "Deze verhoudingen liggen in de lijn met de verhoudingen terug te vinden in de cijfers van het aantal klachten in 2019, de precovidperiode. Met andere woorden: het beeld over het politieoptreden is door corona niet veranderd", aldus het Comité P. Of zoals in het rapport staat: "De burger klaagt min of meer in dezelfde mate over het type tekortkomingen/feiten en ook de eindbeslissingen van het Vast Comité P zijn (...) zeer gelijkaardig." Het rapport stipt nog aan dat het werk van de agenten niet werd vereenvoudigd door de vele verschillende meningen die door politici en experts gegeven werden over de coronacrisis en de maatregelen. "Uit de evaluatie is gebleken dat de externe communicatie gevoerd werd via verschillende kanalen zoals nationaal crisiscentrum, provincies, politiezones en via de professionele sectoren, wat resulteerde in een verscheidenheid aan communicatie die niet altijd op elkaar was afgestemd. Daarnaast waren er ook nog de interventies van ministers en virologen die een eigen standpunt innamen en een eigen interpretatie gaven aan de communicatie, wat een eenduidige communicatie niet in de hand werkte", zo klinkt het. Of nog: "Ook het gebrek aan consistente en duidelijke, niet voor interpretatie vatbare ministeriële besluiten en de bijhorende FAQ's werden als een probleem ervaren aangezien dit het risico op fouten vergroot en het de geloofwaardigheid van de politie kan aantasten." (Belga)