De uitbreiding van het gebruik van het CST komt er omdat de regering wegens de lage vaccinatiegraad in het Brussels gewest het CST wil gebruiken in een aantal sectoren nu het Overlegcomité de meeste coronamaatregelen heeft geschrapt. De uitbreiding van het gebruik van het CST is zowel tijdelijk, namelijk tot 30 juni 2022, als beperkt tot een aantal sectoren: horeca, dancings en discotheken, sportclubs, fitnesscentra, beurzen en congressen, de culturele, recreatieve en feestelijke sector, de residentiële zorginstellingen voor kwetsbare personen, en evenementen vanaf 50 personen binnen en 200 personen buiten. Het CST is verplicht vanaf 16 jaar of vanaf 12 jaar voor massa-evenementen en residentiële zorginstellingen voor kwetsbare personen. Het CST zal nooit verplicht worden voor essentiële activiteiten, bijvoorbeeld om toegang te krijgen tot onder meer het openbaar vervoer, scholen, openbare diensten en het werk. De uitbreiding geldt voor een periode van drie maanden. Na eén maand moet de Brusselse regering maandelijks nagaan of de maatregel behouden blijft of vroegtijdig stopgezet kan worden. Een maand voor het verstrijken van de duurtijd (15 januari) moet het college aan het Brussels parlement een nieuwe ordonnantie voorleggen als ze het systeem wil verlengen. Dat kan met hoogstens drie maanden. De uiterlijke datum ligt op 30 juni 2022. De burgemeesters moeten toezien op de toepassing van de maatregelen. Deelnemers riskeren een boete van 50 tot 500 euro, organisatoren van 50 tot 2.500 euro. Burgemeesters kunnen een zaak ook voor een periode van drie maanden sluiten of een evenement onmiddellijk stilleggen. Volgens het kabinet van minister-president Vervoort wordt er vanaf 15 oktober niet meteen gesanctioneerd. In een eerste tijd wordt er enkel gewaarschuwd, maar de modaliteiten moeten nog afgesproken worden met de burgemeesters, klinkt het. MR-fractieleidster Alexia Bertrand verweet de regering met CST het falend vaccinatiebeleid te willen maskeren, "maar de cijfers spreken voor zichzelf". Het gevaar bestaat voor haar dat de regering nu denkt dat het werk erop zit. Ze wees ook op een reeks onduidelijkheden in de tekst en pleitte via een amendement voor een overgangsperiode van een maand voor de sportclubs. De MR zal zich onthouden. Dat zal ook de N-VA doen, kondigde Cieltje Van Achter aan. "U heeft mij niet kunnen overtuigen om voor te stemmen. Ik vrees dat u ook de bevolking niet zal kunnen overtuigen over het CST", zei ze tot minister van Gezondheid Alain Maron. Van Achter zat met heel wat vragen: Waarom kiest de regering voor de uitbreiding van het CST naar alle sectoren die in het samenwerkingsakkoord vermeld staat? Waarom moeten kinderen die hun ouders in het WZC bezoeken een CST moeten voorleggen, terwijl de helft van het personeel niet gevaccineerd is? Ook ontbreekt een wetenschappelijke onderbouw en een perspectief voor de bevolking over het einde van het CST. PVDA en Vlaams Belang stemden tegen de ordonnantie. Dominiek Lootens-Stael (Vlaams Belang) blijft zich echter verzetten tegen "deze pasjesmaatschappij". "Dit is een zinloze en ongewenste maatregel die vooral het falen van het Brussels beleid aantoont". Lootens vond het ook niet kunnen dat door deze tekst burgers andere burgers moeten controleren. De Vlaams Belanger vond ook dat de CST-regels hun doel compleet dreigen te missen: "Het helpt de volksgezondheid niet vooruit, want de 'moeilijk bereikbare groepen' - vooral allochtonen - zullen zich blijvend naast de samenleving opstellen. Ook onze reeds geplaagde horeca krijgt nu alweer een extra last." De PVDA vond dat de ordonnantie de grenzen van de rechtsstaat opnieuw verlegt. De partij wees daarnaast ook op de polarisering die door het CST wordt ingevoerd tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden. CdH-fractieleidster Céline Fremault kondigde voor de start van het parlementaire debat aan dat ze niet aan de discussie kon deelnemen omdat de regering vrijdagmiddag, voor de stemming dus, reeds een persmoment hield om de krijtlijnen van het gebruik van het CST in Brussel toe te lichten. Hilde Sabbe onthield zich omdat de invoering van het CST zo lang op zich liet wachten. Vincent De Wolf keurde de tekst goed wegens de standpunten die hij eerder ingenomen had als voorzitter van de conferentie van de Brusselse burgemeesters. (Belga)

De uitbreiding van het gebruik van het CST komt er omdat de regering wegens de lage vaccinatiegraad in het Brussels gewest het CST wil gebruiken in een aantal sectoren nu het Overlegcomité de meeste coronamaatregelen heeft geschrapt. De uitbreiding van het gebruik van het CST is zowel tijdelijk, namelijk tot 30 juni 2022, als beperkt tot een aantal sectoren: horeca, dancings en discotheken, sportclubs, fitnesscentra, beurzen en congressen, de culturele, recreatieve en feestelijke sector, de residentiële zorginstellingen voor kwetsbare personen, en evenementen vanaf 50 personen binnen en 200 personen buiten. Het CST is verplicht vanaf 16 jaar of vanaf 12 jaar voor massa-evenementen en residentiële zorginstellingen voor kwetsbare personen. Het CST zal nooit verplicht worden voor essentiële activiteiten, bijvoorbeeld om toegang te krijgen tot onder meer het openbaar vervoer, scholen, openbare diensten en het werk. De uitbreiding geldt voor een periode van drie maanden. Na eén maand moet de Brusselse regering maandelijks nagaan of de maatregel behouden blijft of vroegtijdig stopgezet kan worden. Een maand voor het verstrijken van de duurtijd (15 januari) moet het college aan het Brussels parlement een nieuwe ordonnantie voorleggen als ze het systeem wil verlengen. Dat kan met hoogstens drie maanden. De uiterlijke datum ligt op 30 juni 2022. De burgemeesters moeten toezien op de toepassing van de maatregelen. Deelnemers riskeren een boete van 50 tot 500 euro, organisatoren van 50 tot 2.500 euro. Burgemeesters kunnen een zaak ook voor een periode van drie maanden sluiten of een evenement onmiddellijk stilleggen. Volgens het kabinet van minister-president Vervoort wordt er vanaf 15 oktober niet meteen gesanctioneerd. In een eerste tijd wordt er enkel gewaarschuwd, maar de modaliteiten moeten nog afgesproken worden met de burgemeesters, klinkt het. MR-fractieleidster Alexia Bertrand verweet de regering met CST het falend vaccinatiebeleid te willen maskeren, "maar de cijfers spreken voor zichzelf". Het gevaar bestaat voor haar dat de regering nu denkt dat het werk erop zit. Ze wees ook op een reeks onduidelijkheden in de tekst en pleitte via een amendement voor een overgangsperiode van een maand voor de sportclubs. De MR zal zich onthouden. Dat zal ook de N-VA doen, kondigde Cieltje Van Achter aan. "U heeft mij niet kunnen overtuigen om voor te stemmen. Ik vrees dat u ook de bevolking niet zal kunnen overtuigen over het CST", zei ze tot minister van Gezondheid Alain Maron. Van Achter zat met heel wat vragen: Waarom kiest de regering voor de uitbreiding van het CST naar alle sectoren die in het samenwerkingsakkoord vermeld staat? Waarom moeten kinderen die hun ouders in het WZC bezoeken een CST moeten voorleggen, terwijl de helft van het personeel niet gevaccineerd is? Ook ontbreekt een wetenschappelijke onderbouw en een perspectief voor de bevolking over het einde van het CST. PVDA en Vlaams Belang stemden tegen de ordonnantie. Dominiek Lootens-Stael (Vlaams Belang) blijft zich echter verzetten tegen "deze pasjesmaatschappij". "Dit is een zinloze en ongewenste maatregel die vooral het falen van het Brussels beleid aantoont". Lootens vond het ook niet kunnen dat door deze tekst burgers andere burgers moeten controleren. De Vlaams Belanger vond ook dat de CST-regels hun doel compleet dreigen te missen: "Het helpt de volksgezondheid niet vooruit, want de 'moeilijk bereikbare groepen' - vooral allochtonen - zullen zich blijvend naast de samenleving opstellen. Ook onze reeds geplaagde horeca krijgt nu alweer een extra last." De PVDA vond dat de ordonnantie de grenzen van de rechtsstaat opnieuw verlegt. De partij wees daarnaast ook op de polarisering die door het CST wordt ingevoerd tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden. CdH-fractieleidster Céline Fremault kondigde voor de start van het parlementaire debat aan dat ze niet aan de discussie kon deelnemen omdat de regering vrijdagmiddag, voor de stemming dus, reeds een persmoment hield om de krijtlijnen van het gebruik van het CST in Brussel toe te lichten. Hilde Sabbe onthield zich omdat de invoering van het CST zo lang op zich liet wachten. Vincent De Wolf keurde de tekst goed wegens de standpunten die hij eerder ingenomen had als voorzitter van de conferentie van de Brusselse burgemeesters. (Belga)