De woonzorgcentra hebben zoals bekend zwaar in de klappen gedeeld tijdens de coronacrisis. Volgens recente cijfers van Sciensano kent ons land intussen bijna 14.000 overlijdens als gevolg van COVID-19. Daarvan waren er meer dan 6.000 te betreuren in de woonzorgcentra. Amnesty International citeert nog een hoger cijfer. "Dit nieuw onderzoek bevestigt dat onze autoriteiten de woonzorgcentra in de steek gelaten hebben", zegt Wies De Graeve, directeur van Amnesty International Vlaanderen. Hij heeft het niet alleen over de zorg voor de bewoners, maar vindt dat ook het personeel aan zijn lot werd overgelaten. "Er werd pas actie ondernomen toen de tragedie publiek aan de kaak gesteld werd en het ergste van de eerste fase van de pandemie al voorbij was", zegt De Graeve. Het rapport stipt aan dat er onvoldoende en bovendien geen adequate beschermingsmiddelen voorzien waren in de woonzorgcentra, die ook geen prioriteit waren in de screening. Bij het begin van de pandemie werden de rusthuizen overladen met extra zorgtaken waar ze op waren voorbereid noch voor opgeleid, en die normaal gezien in een ziekenhuis moesten worden verstrekt. Amnesty International noemt het ook zeer problematisch dat een deel van de zieke bewoners niet toegelaten werd in ziekenhuizen. Volgens Artsen Zonder Grenzen, dat betrokken werd bij het onderzoek, kon slechts 57 procent van de ernstige gevallen tijdens de crisis naar een ziekenhuis worden overgebracht, vergeleken met 86 procent daarvoor. De Graeve geeft toe dat het veiligstellen van ziekenhuiscapaciteit een noodzakelijk en legitiem doel was, "maar het ontslaat de staat niet van zijn verplichtingen om ook de rechten van bewoners van woonzorgcentra te garanderen". Hij wijst er op dat de toegang tot adequate gezondheidszorg verder werd verhinderd omdat routinebezoeken van de huisartsen werden opgeschort. "Dit is nochtans een mensenrecht. België is zijn mensenrechtenverplichtingen niet nagekomen en voor veel bewoners had dit ernstige gevolgen. Velen kregen ondermaatse gezondheidszorg en sommige ouderen zijn hierdoor waarschijnlijk vroegtijdig overleden." De kwaliteit van de zorg kreeg volgens Amnesty International bovendien nog een klap door de uitval van personeel in de woonzorgcentra. De organisatie registreerde getuigenissen over verwaarlozing van bewoners. In twee gevallen leidde die volgens de organisatie mogelijk tot het overlijden van de bewoners. Ze pleit er dan ook voor in de toekomst de controlebezoeken door inspectiediensten niet meer op te schorten. Het rapport stelt zich vragen bij de bezoekregelingen na de eerste lockdown. "Sommige bezoekregelingen aan woonzorgcentra belemmeren zinvol contact tussen bewoners en hun familie of vrienden, en verhinderen bewoners het woonzorgcentrum te verlaten. Wanneer vrijheidsbeperkingen niet zijn gebaseerd op individuele risicobeoordeling, kunnen deze onevenredig en discriminerend zijn", aldus De Graeve. (Belga)

De woonzorgcentra hebben zoals bekend zwaar in de klappen gedeeld tijdens de coronacrisis. Volgens recente cijfers van Sciensano kent ons land intussen bijna 14.000 overlijdens als gevolg van COVID-19. Daarvan waren er meer dan 6.000 te betreuren in de woonzorgcentra. Amnesty International citeert nog een hoger cijfer. "Dit nieuw onderzoek bevestigt dat onze autoriteiten de woonzorgcentra in de steek gelaten hebben", zegt Wies De Graeve, directeur van Amnesty International Vlaanderen. Hij heeft het niet alleen over de zorg voor de bewoners, maar vindt dat ook het personeel aan zijn lot werd overgelaten. "Er werd pas actie ondernomen toen de tragedie publiek aan de kaak gesteld werd en het ergste van de eerste fase van de pandemie al voorbij was", zegt De Graeve. Het rapport stipt aan dat er onvoldoende en bovendien geen adequate beschermingsmiddelen voorzien waren in de woonzorgcentra, die ook geen prioriteit waren in de screening. Bij het begin van de pandemie werden de rusthuizen overladen met extra zorgtaken waar ze op waren voorbereid noch voor opgeleid, en die normaal gezien in een ziekenhuis moesten worden verstrekt. Amnesty International noemt het ook zeer problematisch dat een deel van de zieke bewoners niet toegelaten werd in ziekenhuizen. Volgens Artsen Zonder Grenzen, dat betrokken werd bij het onderzoek, kon slechts 57 procent van de ernstige gevallen tijdens de crisis naar een ziekenhuis worden overgebracht, vergeleken met 86 procent daarvoor. De Graeve geeft toe dat het veiligstellen van ziekenhuiscapaciteit een noodzakelijk en legitiem doel was, "maar het ontslaat de staat niet van zijn verplichtingen om ook de rechten van bewoners van woonzorgcentra te garanderen". Hij wijst er op dat de toegang tot adequate gezondheidszorg verder werd verhinderd omdat routinebezoeken van de huisartsen werden opgeschort. "Dit is nochtans een mensenrecht. België is zijn mensenrechtenverplichtingen niet nagekomen en voor veel bewoners had dit ernstige gevolgen. Velen kregen ondermaatse gezondheidszorg en sommige ouderen zijn hierdoor waarschijnlijk vroegtijdig overleden." De kwaliteit van de zorg kreeg volgens Amnesty International bovendien nog een klap door de uitval van personeel in de woonzorgcentra. De organisatie registreerde getuigenissen over verwaarlozing van bewoners. In twee gevallen leidde die volgens de organisatie mogelijk tot het overlijden van de bewoners. Ze pleit er dan ook voor in de toekomst de controlebezoeken door inspectiediensten niet meer op te schorten. Het rapport stelt zich vragen bij de bezoekregelingen na de eerste lockdown. "Sommige bezoekregelingen aan woonzorgcentra belemmeren zinvol contact tussen bewoners en hun familie of vrienden, en verhinderen bewoners het woonzorgcentrum te verlaten. Wanneer vrijheidsbeperkingen niet zijn gebaseerd op individuele risicobeoordeling, kunnen deze onevenredig en discriminerend zijn", aldus De Graeve. (Belga)