Als gekeken wordt naar de absolute cijfers, lag het aantal dagelijkse doden tijdens de eerste piek een pak hoger dan in dezelfde periode de voorbije jaren. Gemiddeld stierven in de periode 2015-2019 tijdens de wintermaanden dagelijks 321 mensen en tijdens de zomermaanden 270. Af en toe is er een uitschieter, zoals tijdens een griepepidemie in maart 2018. Toen stierven dagelijks gemiddeld 465 mensen. In maart en april dit jaar lag dat aantal een stuk hoger, met meer dan 500 overlijdens per dag. Zeven dagen waren er zelfs meer dan 600 overlijdens. In ons land stierven in april 2020 in totaal 15.398 mensen (door allerlei oorzaken), terwijl dat er in een gemiddelde aprilmaand de voorbije vijf jaar 8.854 waren. De cijfers van dit jaar liggen dus een pak hoger dan de voorbije jaren, maar de onderzoekers vergeleken ze ook met de cijfers tijdens andere gezondheidscrisissen in de geschiedenis. Het aantal doden in april 2020 is vergelijkbaar met het aantal doden dat viel bij de griepepidemieën in januari 1951 en februari 1960, toen er maandelijks ongeveer 15.500 mensen overleden. Enkel bij het begin en het einde van de Tweede Wereldoorlog vielen er nog meer doden. In mei 1940 waren het er 23.106 en in januari 1945 15.950. Ook ten tijde van de Spaanse griep zullen het er meer geweest zijn, maar van die periode zijn geen maandelijkse cijfers beschikbaar. Dezelfde evolutie speelt zich af bij de sterftecijfers. Het sterftecijfer bedroeg in april 2020 134 per 100.000 inwoners. Dat is vergelijkbaar met het cijfer ten tijde van de griepepidemie in 1989 en ligt niet ver onder het cijfer tijdens de Hongkonggriep in 1968-1970 (149 op 100.000). Bij de start en het einde van de Tweede Wereldoorlog lag het sterftecijfer veel hoger (respectievelijk 279 en 191 per 100.000), net zoals tijdens de Spaanse griep. Het maandelijkse sterftecijfer in 1918 lag op 174 per 100.000 inwoners. Officieel zijn sinds de eerste coronabesmetting in ons land is vastgesteld op 3 februari tijdens de eerste golf, tot 21 juni, 9.591 doden gevallen door corona. Het sterftecijfer in ons land behoorde zo tot de hoogste ter wereld. De onderzoekers wijzen er nog eens op dat dat ook te maken heeft met de manier waarop ons land het aantal doden telde. Naast de overlijdens van patiënten die getest werden op het virus, zijn ook de radiologisch bevestigde gevallen opgenomen in de officiële cijfers, wat andere Europese landen niet deden. Daarnaast telde België niet alleen de geregistreerde overlijdens in het ziekenhuis, maar ook die in de woonzorgcentra en thuis. In totaal zijn 69 procent van de geregistreerde coronaoverlijdens bevestigt met een test, 4 procent met een CT-scan van de borst en 27 procent is gedefinieerd als mogelijk geval. Het sterftecijfer van COVID-19 lag op 834,5 doden per miljoen inwoners. Als enkel de met test bevestigde sterfgevallen zouden worden opgenomen in de cijfers, zou het sterftecijfer 358 per miljoen zijn. (Belga)

Als gekeken wordt naar de absolute cijfers, lag het aantal dagelijkse doden tijdens de eerste piek een pak hoger dan in dezelfde periode de voorbije jaren. Gemiddeld stierven in de periode 2015-2019 tijdens de wintermaanden dagelijks 321 mensen en tijdens de zomermaanden 270. Af en toe is er een uitschieter, zoals tijdens een griepepidemie in maart 2018. Toen stierven dagelijks gemiddeld 465 mensen. In maart en april dit jaar lag dat aantal een stuk hoger, met meer dan 500 overlijdens per dag. Zeven dagen waren er zelfs meer dan 600 overlijdens. In ons land stierven in april 2020 in totaal 15.398 mensen (door allerlei oorzaken), terwijl dat er in een gemiddelde aprilmaand de voorbije vijf jaar 8.854 waren. De cijfers van dit jaar liggen dus een pak hoger dan de voorbije jaren, maar de onderzoekers vergeleken ze ook met de cijfers tijdens andere gezondheidscrisissen in de geschiedenis. Het aantal doden in april 2020 is vergelijkbaar met het aantal doden dat viel bij de griepepidemieën in januari 1951 en februari 1960, toen er maandelijks ongeveer 15.500 mensen overleden. Enkel bij het begin en het einde van de Tweede Wereldoorlog vielen er nog meer doden. In mei 1940 waren het er 23.106 en in januari 1945 15.950. Ook ten tijde van de Spaanse griep zullen het er meer geweest zijn, maar van die periode zijn geen maandelijkse cijfers beschikbaar. Dezelfde evolutie speelt zich af bij de sterftecijfers. Het sterftecijfer bedroeg in april 2020 134 per 100.000 inwoners. Dat is vergelijkbaar met het cijfer ten tijde van de griepepidemie in 1989 en ligt niet ver onder het cijfer tijdens de Hongkonggriep in 1968-1970 (149 op 100.000). Bij de start en het einde van de Tweede Wereldoorlog lag het sterftecijfer veel hoger (respectievelijk 279 en 191 per 100.000), net zoals tijdens de Spaanse griep. Het maandelijkse sterftecijfer in 1918 lag op 174 per 100.000 inwoners. Officieel zijn sinds de eerste coronabesmetting in ons land is vastgesteld op 3 februari tijdens de eerste golf, tot 21 juni, 9.591 doden gevallen door corona. Het sterftecijfer in ons land behoorde zo tot de hoogste ter wereld. De onderzoekers wijzen er nog eens op dat dat ook te maken heeft met de manier waarop ons land het aantal doden telde. Naast de overlijdens van patiënten die getest werden op het virus, zijn ook de radiologisch bevestigde gevallen opgenomen in de officiële cijfers, wat andere Europese landen niet deden. Daarnaast telde België niet alleen de geregistreerde overlijdens in het ziekenhuis, maar ook die in de woonzorgcentra en thuis. In totaal zijn 69 procent van de geregistreerde coronaoverlijdens bevestigt met een test, 4 procent met een CT-scan van de borst en 27 procent is gedefinieerd als mogelijk geval. Het sterftecijfer van COVID-19 lag op 834,5 doden per miljoen inwoners. Als enkel de met test bevestigde sterfgevallen zouden worden opgenomen in de cijfers, zou het sterftecijfer 358 per miljoen zijn. (Belga)