In dat geval, zonder steunmaatregelen, zou zelfs bijna de helft van de bedrijven (43,2 pct) nu een risico op sluiting vertonen. Daarbij zijn er ook wel bedrijven die al voor midden maart, toen het nieuwe coronavirus zijn opwachting maakte in Europa, met financiële problemen kampten. Het zijn vooral kleinere en jonge ondernemingen die het zwaarst getroffen werden door de coronacrisis. Daarnaast zijn er ook verschillen per sector: zowat de helft van de horecabedrijven verkeert nu in moeilijkheden, en meer dan één op de vier in de transport en de recreatieve sector. Maar ook in andere en minder voor de hand liggende sectoren zoals de bouw, auto, textiel en handel heeft meer dan een derde van de ondernemingen het moeilijk. Belgische bedrijven profiteerden de voorbije zes maanden onder meer van de versoepeling van de tijdelijke werkloosheid, de staatswaarborg voor ondernemingskredieten of de gewestelijke steunpremies. "Maar toch hangt het coronavirus nog steeds als een donkere wolk boven onze economie. Enkel een doordacht herstelbeleid, gedragen door een volwaardige meerderheidsregering, kan helpen de schade te beperken en een solvabiliteitscrisis te voorkomen", waarschuwt het VBO. De behoeften zijn enorm: in vergelijking met de toestand voor de crisis zou de liquiditeitsbehoefte momenteel ongeveer 83 miljard euro bedragen, berekende Graydon. Dat geld kan niet alleen door de overheid worden opgehoest. Men zal ook selectief moeten zijn, waarschuwde het handelsinformatiekantoor. Anderzijds is er de vaststelling dat er nog een pak bedrijven zijn met aanzienlijke reserves, net als een grote massa particulier spaargeld. De nieuwe federale regering zou dat via bepaalde fiscale incentices kunnen mobiliseren. Men pleit ook voor het versterken van de notionele intrestaftrek voor kleine bedrijven of een versterking van de taxshelter voor start-ups. (Belga)

In dat geval, zonder steunmaatregelen, zou zelfs bijna de helft van de bedrijven (43,2 pct) nu een risico op sluiting vertonen. Daarbij zijn er ook wel bedrijven die al voor midden maart, toen het nieuwe coronavirus zijn opwachting maakte in Europa, met financiële problemen kampten. Het zijn vooral kleinere en jonge ondernemingen die het zwaarst getroffen werden door de coronacrisis. Daarnaast zijn er ook verschillen per sector: zowat de helft van de horecabedrijven verkeert nu in moeilijkheden, en meer dan één op de vier in de transport en de recreatieve sector. Maar ook in andere en minder voor de hand liggende sectoren zoals de bouw, auto, textiel en handel heeft meer dan een derde van de ondernemingen het moeilijk. Belgische bedrijven profiteerden de voorbije zes maanden onder meer van de versoepeling van de tijdelijke werkloosheid, de staatswaarborg voor ondernemingskredieten of de gewestelijke steunpremies. "Maar toch hangt het coronavirus nog steeds als een donkere wolk boven onze economie. Enkel een doordacht herstelbeleid, gedragen door een volwaardige meerderheidsregering, kan helpen de schade te beperken en een solvabiliteitscrisis te voorkomen", waarschuwt het VBO. De behoeften zijn enorm: in vergelijking met de toestand voor de crisis zou de liquiditeitsbehoefte momenteel ongeveer 83 miljard euro bedragen, berekende Graydon. Dat geld kan niet alleen door de overheid worden opgehoest. Men zal ook selectief moeten zijn, waarschuwde het handelsinformatiekantoor. Anderzijds is er de vaststelling dat er nog een pak bedrijven zijn met aanzienlijke reserves, net als een grote massa particulier spaargeld. De nieuwe federale regering zou dat via bepaalde fiscale incentices kunnen mobiliseren. Men pleit ook voor het versterken van de notionele intrestaftrek voor kleine bedrijven of een versterking van de taxshelter voor start-ups. (Belga)