In haar laatste publicatie legde de Nationale Bank de vinger op de wonde: de laagste inkomensklassen hebben de voorbije maanden de grootste verliezen geleden. Zij werken immers in de sectoren die hardst getroffen zijn. Deze gezinnen zijn ook bijzonder kwetsbaar omdat ze heel weinig spaarreserves hebben. De studie toont ook aan dat gezinnen die het al moeilijk hebben, vaker prijsstijgingen ervaren. Zij geven immers meer uit aan voedingswaren waarvan de prijzen sterk gestegen waren tijdens de lockdown.

Tegelijkertijd toont de studie dat groepen die niet getroffen werden door technische werkloosheid geen verlies hebben geleden. Sommigen stelden ironisch vast dat deze groepen er nog bij gewonnen hebben: ze konden niets uitgeven en dus hebben een grotere spaarreserve.

Corona heeft de ongelijkheid enkel groter gemaakt.

De COVIVAT-studies bevestigden de vrees van armoedeorganisaties en het sociale middenveld: kortgeschoolden, huurders, alleenstaanden met kinderen, mensen met atypisch contract, werklozen en arbeidsongeschikten, mensen met een laag inkomen en jongeren, met flexi- of freelance contracten, of die niet aan het werk geraken, ... werden zwaar getroffen door de coronacrisis. Zij werden in (diepe) armoede geduwd.

Deze studies en de dagelijkse verhalen tonen aan dat corona de ongelijkheid groter heeft gemaakt. De economische schade, de sociale en de budgettaire gevolgen van corona kunnen deze ongelijkheid enkel nog verergeren. De meest recente cijfers over kinderarmoede zijn zorgwekkend: in pre-coronatijden daalde de kinderarmoede niet. Wat betekent dit voor post-coronatijden?

De Nationale Bank waarschuwde dat er 190.000 werklozen bij kunnen komen indien er geen maatregelen worden genomen. Alles hangt af van de keuze van maatregelen en van de snelheid van de heropstart. De economische impact van de coronacrisis belooft dus meer Belgen in armoede te storten. Waar de regeringen tijdens de lockdown eerder laat waren met steunmaatregelen voor mensen in armoede en de (minder dan 200 miljoen) steun toch wel erg schamel was in vergelijking met de miljarden voor tijdelijke werkloosheid en steun aan bedrijven, moeten de post-corona overheden extra inzetten op een sociaal relanceplan, vooral voor de meest kwetsbare mensen. De vraag naar welke maatregelen en welk relanceplan is dus meer dan ooit belangrijk.

De gevolgen van de keuzes die de regeringen maken kunnen voor mensen in of nabij armoede heel groot zijn. Voor deze mensen is de vraag: worden ze meegenomen in de heropstart, worden ze ondersteund, wordt hun veerkracht versterkt?

Of gaan we voor jaren van nog meer en diepere armoede met alle maatschappelijke gevolgen van dien? Moet ongelijkheid nog groter worden? Dit zijn ook onze vragen voor de regeringen.

We kunnen leren uit corona. Het vraagt een scherpe analyse en concrete aandacht voor mensen in of nabij armoede, voor mensen die net overleven, voor mensen die elke dag onmisbare diensten leveren tegen lage lonen.

Vijf grote lessen kunnen wij nu al trekken. Zo kan een veerkrachtige samenleving georganiseerd worden.

Wie al zwak was, wordt zwaarder getroffen door de crisis. Wie een precair arbeidsstatuut heeft, heeft geen bescherming. Wie al probeerde te overleven, geraakte volledig in de put. Mensen hebben dus middelen en bescherming nodig om een crisis te kunnen opvangen. Investeren in financiële zekerheid en sociale bescherming is dus nodig om mensen en gezinnen veerkrachtig te houden: de sociale minima en de minimumlonen moeten omhoog, kinderbijslag moet beter gericht worden op gezinnen met een laag inkomen; alle werknemers moeten sociale zekerheid genieten; OCMW's moeten toegang krijgen tot een sociaal fonds om kwetsbare mensen extra te kunnen ondersteunen.

Wie goed woont, heeft de coronabeperkingen gemakkelijk kunnen opvangen. Wie slecht woont, kreeg de ellende van de beperkingen erbovenop. Investeren in (sociaal) wonen is niet enkel goed voor een economische heropstart, het is bovendien het fundament voor de veerkracht van het gezin: huurpremies voor wie huurt op de privé-markt, sociale verhuurkantoren voor meer huurzekerheid, huisvesting voor wie geen kot heeft, betaalbaar water en energie moeten wonen toegankelijk maken voor iedereen.

Niemand betwist dat we moeten investeren in de zorg en een sterke solidaire ziekteverzekering. Een bredere bescherming door een verbeterde maximum factuur, versterkte wijkgezondheidscentra en een veralgemeende derdebetalersregeling, houdt gezondheidszorgen voor iedereen betaalbaar houden

De coronacrisis toonde ook de veelsoortige blindheid aan voor de situatie van (kwetsbare) jongeren, mensen met een kleur, ouderen, daklozen ... Een heropstartbeleid dat inzet op veerkracht mag niemand achterlaten.

Het sociale middenveld en vele lokale besturen hebben veel schokken kunnen opvangen. Zij zaten echter in moeilijke papieren: bezuinigingen maakten het hen extra lastig om de nodige hulp te organiseren. Investeren in het sociaal middenveld is nodig voor een veerkrachtige samenleving.

Dit vraagt investeren en dus ook solidaire bijdragen van allen. Niemand mag nog belastingen ontwijken. Ook een vermogens(winst)belasting mag geen taboe meer zijn. Een veerkrachtige samenleving is immers een samenleving waaraan iedereen bijdraagt.

Decenniumdoelen opent met 20 voorstellen de discussie over een sociaal relanceplan. We kunnen een veerkrachtige samenleving zijn, sociaal investeren is echter hiervoor een noodzaak. "Het kan" is onze boodschap.

Anne Van Lancker is voorzitter van Decenniumdoelen.

Michel Debruyne is Coördinator van Decenniumdoelen.

In haar laatste publicatie legde de Nationale Bank de vinger op de wonde: de laagste inkomensklassen hebben de voorbije maanden de grootste verliezen geleden. Zij werken immers in de sectoren die hardst getroffen zijn. Deze gezinnen zijn ook bijzonder kwetsbaar omdat ze heel weinig spaarreserves hebben. De studie toont ook aan dat gezinnen die het al moeilijk hebben, vaker prijsstijgingen ervaren. Zij geven immers meer uit aan voedingswaren waarvan de prijzen sterk gestegen waren tijdens de lockdown. Tegelijkertijd toont de studie dat groepen die niet getroffen werden door technische werkloosheid geen verlies hebben geleden. Sommigen stelden ironisch vast dat deze groepen er nog bij gewonnen hebben: ze konden niets uitgeven en dus hebben een grotere spaarreserve.De COVIVAT-studies bevestigden de vrees van armoedeorganisaties en het sociale middenveld: kortgeschoolden, huurders, alleenstaanden met kinderen, mensen met atypisch contract, werklozen en arbeidsongeschikten, mensen met een laag inkomen en jongeren, met flexi- of freelance contracten, of die niet aan het werk geraken, ... werden zwaar getroffen door de coronacrisis. Zij werden in (diepe) armoede geduwd.Deze studies en de dagelijkse verhalen tonen aan dat corona de ongelijkheid groter heeft gemaakt. De economische schade, de sociale en de budgettaire gevolgen van corona kunnen deze ongelijkheid enkel nog verergeren. De meest recente cijfers over kinderarmoede zijn zorgwekkend: in pre-coronatijden daalde de kinderarmoede niet. Wat betekent dit voor post-coronatijden?De Nationale Bank waarschuwde dat er 190.000 werklozen bij kunnen komen indien er geen maatregelen worden genomen. Alles hangt af van de keuze van maatregelen en van de snelheid van de heropstart. De economische impact van de coronacrisis belooft dus meer Belgen in armoede te storten. Waar de regeringen tijdens de lockdown eerder laat waren met steunmaatregelen voor mensen in armoede en de (minder dan 200 miljoen) steun toch wel erg schamel was in vergelijking met de miljarden voor tijdelijke werkloosheid en steun aan bedrijven, moeten de post-corona overheden extra inzetten op een sociaal relanceplan, vooral voor de meest kwetsbare mensen. De vraag naar welke maatregelen en welk relanceplan is dus meer dan ooit belangrijk.De gevolgen van de keuzes die de regeringen maken kunnen voor mensen in of nabij armoede heel groot zijn. Voor deze mensen is de vraag: worden ze meegenomen in de heropstart, worden ze ondersteund, wordt hun veerkracht versterkt? Of gaan we voor jaren van nog meer en diepere armoede met alle maatschappelijke gevolgen van dien? Moet ongelijkheid nog groter worden? Dit zijn ook onze vragen voor de regeringen.We kunnen leren uit corona. Het vraagt een scherpe analyse en concrete aandacht voor mensen in of nabij armoede, voor mensen die net overleven, voor mensen die elke dag onmisbare diensten leveren tegen lage lonen. Vijf grote lessen kunnen wij nu al trekken. Zo kan een veerkrachtige samenleving georganiseerd worden.Wie al zwak was, wordt zwaarder getroffen door de crisis. Wie een precair arbeidsstatuut heeft, heeft geen bescherming. Wie al probeerde te overleven, geraakte volledig in de put. Mensen hebben dus middelen en bescherming nodig om een crisis te kunnen opvangen. Investeren in financiële zekerheid en sociale bescherming is dus nodig om mensen en gezinnen veerkrachtig te houden: de sociale minima en de minimumlonen moeten omhoog, kinderbijslag moet beter gericht worden op gezinnen met een laag inkomen; alle werknemers moeten sociale zekerheid genieten; OCMW's moeten toegang krijgen tot een sociaal fonds om kwetsbare mensen extra te kunnen ondersteunen.Wie goed woont, heeft de coronabeperkingen gemakkelijk kunnen opvangen. Wie slecht woont, kreeg de ellende van de beperkingen erbovenop. Investeren in (sociaal) wonen is niet enkel goed voor een economische heropstart, het is bovendien het fundament voor de veerkracht van het gezin: huurpremies voor wie huurt op de privé-markt, sociale verhuurkantoren voor meer huurzekerheid, huisvesting voor wie geen kot heeft, betaalbaar water en energie moeten wonen toegankelijk maken voor iedereen. Niemand betwist dat we moeten investeren in de zorg en een sterke solidaire ziekteverzekering. Een bredere bescherming door een verbeterde maximum factuur, versterkte wijkgezondheidscentra en een veralgemeende derdebetalersregeling, houdt gezondheidszorgen voor iedereen betaalbaar houdenDe coronacrisis toonde ook de veelsoortige blindheid aan voor de situatie van (kwetsbare) jongeren, mensen met een kleur, ouderen, daklozen ... Een heropstartbeleid dat inzet op veerkracht mag niemand achterlaten. Het sociale middenveld en vele lokale besturen hebben veel schokken kunnen opvangen. Zij zaten echter in moeilijke papieren: bezuinigingen maakten het hen extra lastig om de nodige hulp te organiseren. Investeren in het sociaal middenveld is nodig voor een veerkrachtige samenleving.Dit vraagt investeren en dus ook solidaire bijdragen van allen. Niemand mag nog belastingen ontwijken. Ook een vermogens(winst)belasting mag geen taboe meer zijn. Een veerkrachtige samenleving is immers een samenleving waaraan iedereen bijdraagt.Decenniumdoelen opent met 20 voorstellen de discussie over een sociaal relanceplan. We kunnen een veerkrachtige samenleving zijn, sociaal investeren is echter hiervoor een noodzaak. "Het kan" is onze boodschap.Anne Van Lancker is voorzitter van Decenniumdoelen.Michel Debruyne is Coördinator van Decenniumdoelen.