Vlaams Minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers kondigde enige tijd geleden een aantal belangrijke maatregelen aan die vanaf 2024 van kracht zullen zijn. De (media)aandacht ging in het bijzonder naar de invoering van het stemrecht bij de lokale verkiezingen. Ook de 'afschaffing' van de lijststem, het feit dat de lijsttrekker van de grootste partij gedurende veertien dagen het initiatiefrecht krijgt om een coalitie te vormen en de maatregel dat de persoon met de meeste voorkeurstemmen van de grootste partij uit de coalitie automatisch burgemeester wordt, kregen de nodige ruchtbaarheid.

In West-Vlaanderen werd op verschillende plaatsen uitgekeken naar de effecten van het decreet dat de lokale democratie wil versterken. In Blankenberge rommelde het al langer in de meerderheid waardoor het zwaard van Damocles, de structurele onbestuurbaarheid, maanden boven het college hing. Dat het systeem van wisselmeerderheden in Blankenberge niet houdbaar was, wist iedereen. Het was dan ook wachten tot 14 augustus, de dag dat 'de constructieve motie van wantrouwen' in voege trad. De procedure van de structurele onbestuurbaarheid was immers veel complexer (onbestuurbaarheid aantonen, een bemiddelingsprocedure door de gouverneur,....). Zoals te verwachten viel, werd er in Blankenberge meteen van het nieuwe 'systeem' gebruik gemaakt. Oppositiepartij Open VLD vormde met Vooruit een nieuwe meerderheid. Exit N-VA-burgemeester Daphné Duméry en een aantal leden van het college van burgemeester en schepenen.

Constructieve motie van wantrouwen: bezint eer ge begint.

Vervolgens was het wachten op een volgende 'casus'. De Panne volgde meteen het 'goede' voorbeeld. De oppositie wilde duidelijk de huidige meerderheid vervangen door een nieuwe burgemeester (en college). Vorige week was het dan zover. De constructieve motie van wantrouwen tegen de bestuursploeg van burgemeester Bram Degrieck werd door de gemeenteraad aangenomen. An Vanheste werd de nieuwe burgemeester in haar bestuursploeg.

Burgemeester Degrieck beet echter van zich af. Hij zou zich niet zomaar met pek en veren uit het gemeentehuis laten 'verwijderen'. Onder andere bij de Raad van State werd een klacht ingediend. Het leek aanleiding te geven tot een taaie maar ook interessante juridische strijd. Het lijkt er immers op dat er hier en daar toch nog op zijn minst onduidelijkheden in de regelgeving te vinden zijn. Iedereen zat dan ook te wachten op de uitspraak van de Raad van State.

Zo ver kwam het echter niet. Dinsdag stond immers de intrekking van de constructieve motie van wantrouwen tegen de bestuursploeg van Degrieck op de agenda van de gemeenteraad. Velen dachten dat dit een maat voor niets zou zijn maar in de loop van de dag veranderde de situatie. Gemeenteraadsvoorzitter Marc Hauspie - vroeger behorend tot de meerderheid van Bram Degrieck maar onafhankelijk geworden en die vorige week nog de nieuwe meerderheid steunde - nam ontslag. De nieuwe meerderheid had meteen geen meerderheid meer en de intrekking van de constructieve motie van wantrouwen was dinsdagavond een feit. De bestuursploeg van Degrieck keerde terug.

Ondertussen werden ook al andere gemeenten in de media genoemd die het 'kustvoorbeeld' zouden volgen (Eeklo, Bree en Zoersel). Betekent dit meteen het failliet van de nieuwe maatregel? Helemaal niet.

Het is immers een goede zaak dat politieke impasses sneller opgelost kunnen worden. Anderzijds kunnen er net iets gemakkelijker politieke spelletjes gespeeld worden. Dit valt echter enigszins te nuanceren. Er zijn immers bepaalde garanties. Er kan geen constructieve motie van wantrouwen ingediend worden in het eerste jaar van de legislatuur en ook niet in de periode van één jaar voor de dag van de volgende verkiezingen.

Krijgen we de volgende maanden een tsunami aan coalitiewissels? Helemaal niet. Tijdens de vorige legislatuur waren er wat structurele onbestuurbaarheid betreft een beperkt aantal gevallen in heel Vlaanderen. Ook in Wallonië, waar de constructieve motie van wantrouwen al langer bestaat, zie je niet meteen een groot aantal wissels. Meerderheden beseffen immers maar al te goed dat ze, ondanks bepaalde meningsverschillens, het best de gelederen zo goed mogelijk gesloten houden. Slechts weinigen zitten te wachten om van de meerderheid in de oppositie te belanden.

Het hek is dus niet van de dam en het burgemeestersambt wordt niet meteen 'gedegradeerd' tot een draaideurberoep. De Vlaamse gemeenten zullen niet meteen 'omvallen' door instabiliteit. In heel wat van de 300 Vlaamse gemeenten zijn er nog steeds sterke besturen die probleemloos de eindstreep van de legislatuur zullen halen.

De wissels die nu gebeuren of eventueel zullen gebeuren, vinden trouwens plaats in gemeenten waar het al enige tijd rommelde. Opvallend is ook dat zowel in Blankenberge als De Panne de grootste partij bij het begin van de legislatuur in de oppositie belandde. Met de maatregel dat de lijsttrekker van de grootste partij na de verkiezingen gedurende veertien dagen het initiatiefrecht krijgt om een coalitie te vormen, wil men dit in de toekomst zoveel als mogelijk vermijden. In veel gemeenten behoort de grootste partij trouwens al tot de meerderheid en levert ook in heel wat gevallen de burgemeester. Niettemin wil men met deze nieuwe maatregel de cijfers nog wat opkrikken. Het biedt nog steeds geen 100% garantie, maar het kan alvast helpen.

Eén zaak is alvast duidelijk. Op een situatie als in De Panne zat de decreetgever niet te wachten. Het is ook opvallend dat de nieuwe meerderheid op één week tijd haar meerderheid opnieuw verliest. Zo constructief bleek de motie dan ook weer niet te zijn. Het wantrouwen onder de politici in De Panne en de afkeer voor de politiek bij sommigen zullen echter alleen maar groter geworden zijn. De politieke maar vooral ook menselijke gevolgen, o.a. mede door de sociale media, zullen echter nog lang aan de kust nazinderen. Bezint eer ge begint met een constructieve motie van wantrouwen lijkt dan ook een belangrijke uitdrukking te worden op lokaal vlak.

Vlaams Minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers kondigde enige tijd geleden een aantal belangrijke maatregelen aan die vanaf 2024 van kracht zullen zijn. De (media)aandacht ging in het bijzonder naar de invoering van het stemrecht bij de lokale verkiezingen. Ook de 'afschaffing' van de lijststem, het feit dat de lijsttrekker van de grootste partij gedurende veertien dagen het initiatiefrecht krijgt om een coalitie te vormen en de maatregel dat de persoon met de meeste voorkeurstemmen van de grootste partij uit de coalitie automatisch burgemeester wordt, kregen de nodige ruchtbaarheid.In West-Vlaanderen werd op verschillende plaatsen uitgekeken naar de effecten van het decreet dat de lokale democratie wil versterken. In Blankenberge rommelde het al langer in de meerderheid waardoor het zwaard van Damocles, de structurele onbestuurbaarheid, maanden boven het college hing. Dat het systeem van wisselmeerderheden in Blankenberge niet houdbaar was, wist iedereen. Het was dan ook wachten tot 14 augustus, de dag dat 'de constructieve motie van wantrouwen' in voege trad. De procedure van de structurele onbestuurbaarheid was immers veel complexer (onbestuurbaarheid aantonen, een bemiddelingsprocedure door de gouverneur,....). Zoals te verwachten viel, werd er in Blankenberge meteen van het nieuwe 'systeem' gebruik gemaakt. Oppositiepartij Open VLD vormde met Vooruit een nieuwe meerderheid. Exit N-VA-burgemeester Daphné Duméry en een aantal leden van het college van burgemeester en schepenen.Vervolgens was het wachten op een volgende 'casus'. De Panne volgde meteen het 'goede' voorbeeld. De oppositie wilde duidelijk de huidige meerderheid vervangen door een nieuwe burgemeester (en college). Vorige week was het dan zover. De constructieve motie van wantrouwen tegen de bestuursploeg van burgemeester Bram Degrieck werd door de gemeenteraad aangenomen. An Vanheste werd de nieuwe burgemeester in haar bestuursploeg.Burgemeester Degrieck beet echter van zich af. Hij zou zich niet zomaar met pek en veren uit het gemeentehuis laten 'verwijderen'. Onder andere bij de Raad van State werd een klacht ingediend. Het leek aanleiding te geven tot een taaie maar ook interessante juridische strijd. Het lijkt er immers op dat er hier en daar toch nog op zijn minst onduidelijkheden in de regelgeving te vinden zijn. Iedereen zat dan ook te wachten op de uitspraak van de Raad van State. Zo ver kwam het echter niet. Dinsdag stond immers de intrekking van de constructieve motie van wantrouwen tegen de bestuursploeg van Degrieck op de agenda van de gemeenteraad. Velen dachten dat dit een maat voor niets zou zijn maar in de loop van de dag veranderde de situatie. Gemeenteraadsvoorzitter Marc Hauspie - vroeger behorend tot de meerderheid van Bram Degrieck maar onafhankelijk geworden en die vorige week nog de nieuwe meerderheid steunde - nam ontslag. De nieuwe meerderheid had meteen geen meerderheid meer en de intrekking van de constructieve motie van wantrouwen was dinsdagavond een feit. De bestuursploeg van Degrieck keerde terug.Ondertussen werden ook al andere gemeenten in de media genoemd die het 'kustvoorbeeld' zouden volgen (Eeklo, Bree en Zoersel). Betekent dit meteen het failliet van de nieuwe maatregel? Helemaal niet.Het is immers een goede zaak dat politieke impasses sneller opgelost kunnen worden. Anderzijds kunnen er net iets gemakkelijker politieke spelletjes gespeeld worden. Dit valt echter enigszins te nuanceren. Er zijn immers bepaalde garanties. Er kan geen constructieve motie van wantrouwen ingediend worden in het eerste jaar van de legislatuur en ook niet in de periode van één jaar voor de dag van de volgende verkiezingen. Krijgen we de volgende maanden een tsunami aan coalitiewissels? Helemaal niet. Tijdens de vorige legislatuur waren er wat structurele onbestuurbaarheid betreft een beperkt aantal gevallen in heel Vlaanderen. Ook in Wallonië, waar de constructieve motie van wantrouwen al langer bestaat, zie je niet meteen een groot aantal wissels. Meerderheden beseffen immers maar al te goed dat ze, ondanks bepaalde meningsverschillens, het best de gelederen zo goed mogelijk gesloten houden. Slechts weinigen zitten te wachten om van de meerderheid in de oppositie te belanden.Het hek is dus niet van de dam en het burgemeestersambt wordt niet meteen 'gedegradeerd' tot een draaideurberoep. De Vlaamse gemeenten zullen niet meteen 'omvallen' door instabiliteit. In heel wat van de 300 Vlaamse gemeenten zijn er nog steeds sterke besturen die probleemloos de eindstreep van de legislatuur zullen halen.De wissels die nu gebeuren of eventueel zullen gebeuren, vinden trouwens plaats in gemeenten waar het al enige tijd rommelde. Opvallend is ook dat zowel in Blankenberge als De Panne de grootste partij bij het begin van de legislatuur in de oppositie belandde. Met de maatregel dat de lijsttrekker van de grootste partij na de verkiezingen gedurende veertien dagen het initiatiefrecht krijgt om een coalitie te vormen, wil men dit in de toekomst zoveel als mogelijk vermijden. In veel gemeenten behoort de grootste partij trouwens al tot de meerderheid en levert ook in heel wat gevallen de burgemeester. Niettemin wil men met deze nieuwe maatregel de cijfers nog wat opkrikken. Het biedt nog steeds geen 100% garantie, maar het kan alvast helpen.Eén zaak is alvast duidelijk. Op een situatie als in De Panne zat de decreetgever niet te wachten. Het is ook opvallend dat de nieuwe meerderheid op één week tijd haar meerderheid opnieuw verliest. Zo constructief bleek de motie dan ook weer niet te zijn. Het wantrouwen onder de politici in De Panne en de afkeer voor de politiek bij sommigen zullen echter alleen maar groter geworden zijn. De politieke maar vooral ook menselijke gevolgen, o.a. mede door de sociale media, zullen echter nog lang aan de kust nazinderen. Bezint eer ge begint met een constructieve motie van wantrouwen lijkt dan ook een belangrijke uitdrukking te worden op lokaal vlak.