Het is onbegrijpelijk hoe sommige schokkende nieuwsfeiten in de media toch vrij geruisloos passeren. Zo liet Pedro Facon, directeur van de FOD volksgezondheid, afgelopen zomer een verbijsterend gegeven optekenen in het kader van de budgetten in de medische sector. Hij stelde in De Specialist dat 1% van de totale financiële verspilling in de gezondheidszorg het equivalent is van het hele geestelijke gezondheidszorg-budget. Je zou deze informatie ook als volgt kunnen lezen: als de algemene geneeskunde de verkwisting van middelen met 1% zou kunnen terugschroeven, en dit bedrag zou integraal naar de geestelijke gezondheidszorg overgeheveld worden, dan worden die precaire werkingsmiddelen plotsklaps verdubbeld. Toegegeven, er staat heel veel voorwaardelijke wijze in deze zin. Maar toch. Onverhoeds overvallen je dan allerlei scenario's over wat je allemaal met dat geld zou kunnen doen. Voor de kwetsbare populatie patiënten met psychische problemen in de eerste plaats natuurlijk. Maar misschien zijn er ook andere, onverwachte positieve effecten.

Administratieve vereenvoudiging in de algemene geneeskunde kan op drie domeinen winst opleveren.

Dat er veel verspilling is binnen de gezondheidszorg, mag geen geheim meer zijn. Een analyse door Shrank e.a. in JAMA van oktober, toont hallucinante cijfers over het verlies van middelen in de Amerikaanse medische sector. Globaal genomen gaat 25% van het totale budget in rook op, zonder dat het ook maar iets heeft opgeleverd voor de gezondheid van patiënten. In reële cijfers: 760 tot 935 miljard dollar per jaar. U leest het goed. Noorwegen heeft de meeste performante geestelijke gezondheidszorg ter wereld. Er wordt vaak met bewondering naar verwezen. De radicale vernieuwing is verwezenlijkt met een éénmalige financiële injectie van 6 miljard euro. In het licht van de verspillings-cijfers in Amerika, lijkt dat bedrag plots helemaal niet meer zo onbereikbaar.

De Amerikaanse medische verliesposten worden in 6 grote categorieën onderverdeeld. Problemen met de coördinatie van de zorg, wat leidt tot vermijdbare complicaties en heropnames in het ziekenhuis, zijn budgettair het minst belangrijk, met een kost van ongeveer 5 tot 10% van het totaal. Ze worden op de voet gevolgd door fraude en opzettelijk misbruik van beschikbare middelen. Overbehandeling en het inzetten van zorg met beperkt therapeutisch nut maken ongeveer 10 tot 15% uit van de negatieve balans. Beperkingen in de klinische zorgverlening maken een substantieel onderdeel uit van vermijdbaar verlies van medische financiële middelen, geschat op 15 tot 20% van het totaal.

Concreet gaat het om opgelopen aandoeningen na een ziekenhuisopname, ongewenste medische voorvallen, inefficiënte inzet van clinici en suboptimaal gebruik van preventieve middelen. Problemen met prijszetting van medicatie, ambulante zorg en laboratoriumonderzoekingen, en door verzekeringsinstellingen aangerekende kosten die de pan uit swingen, zijn verantwoordelijk voor meer dan een kwart van de verspilling. Maar verrassend genoeg is het de administratieve complexiteit in de geneeskunde, die het meeste geld doet verdampen.

Administratieve complexiteit ontstaat volgens de auteurs van het artikel wanneer de overheid, accrediteringsinstellingen en verzekeringsinstellingen misleidende of inefficiënte regels opleggen. Deze nodeloos ingewikkelde administratieve verplichtingen slorpen een belangrijk deel van dure (financieel) maar ook kostbare (schaars) artsen-tijd op, zonder dat ze van enig nut zijn voor de gezondheid van de bevolking in het algemeen of de individuele patiënt in het bijzonder.

Je kan je er als klinisch werkende alles bij voorstellen. Accrediteringstrajecten kosten handenvol geld aan administratief personeel, die meer en meer procedures genereren. Artsen en ander klinisch werkend personeel zijn daar het slachtoffer van, vermits er meer administratie moet gebeuren in evenveel tijd. Dat levert veel onbehagen op, en stress. Wat de winst voor de patiënt kan zijn op het einde van de rit, is te beperkt onderzocht. Zijn kosten en baten in evenwicht? Niemand die het met zekerheid kan zeggen. Formulieren invullen en verslagen schrijven voor administratieve instanties kosten eveneens uren werk per week. Dit soort verplichte nummertjes zijn niet alleen tijdrovend. Ze werken ook frustrerend omdat ze rechtstreeks leiden tot substantieel minder investering in rechtstreeks patiëntencontact. De moedeloosheid en wanhoop hierover leiden ongetwijfeld ook tot efficiëntieverlies bij de arts. Zou het ooit onderzocht zijn over welk percentage prestatievermindering het gaat?

Het hele verhaal over verlies van middelen is dus niet alleen een deontologische kwestie: geld dat wordt verkwist en eigenlijk bedoeld is voor de bevordering van de gezondheid van de patiënt. Het gaat ook om het welzijn van de arts. Administratieve overload geeft aanleiding tot een hoop negatieve emotionele effecten, die schadelijk zijn. Burn-out en andere psychische overbelasting ligt bij artsen overal op de loer. In tijden waar groot belang wordt gehecht aan positieve gezondheid kan het dus een ongeëvenaarde win-win situatie zijn, als het lukt om hier creatief mee om te springen.

Een consequente administratieve vereenvoudiging invoeren in de algemene geneeskunde, door slimmere algoritmes in elektronische dossiers bijvoorbeeld, levert artsen meer tijd en aandacht op voor de patiënt, én een groter eigen emotioneel welbevinden. De financiële winst die door de administratieve vereenvoudiging ontstaat, kan in goed overleg geïnvesteerd worden in de geestelijke gezondheidszorg, een discipline die van oudsher met een gigantisch capaciteitstekort worstelt. Dit levert ongetwijfeld betere zorg op voor patiënten met een psychische kwetsbaarheid, en minder emotionele belasting voor psychiaters, die noodgedwongen hebben leren leven met chronische insufficiëntiegevoelens. Ook bij hen is er dus sprake van een positieve gezondheidstrend. Tel uit de winst op drie verschillende domeinen. Zo eenvoudig kan het zijn.

Kirsten Catthoor is psychiater psychosenzorg in het ZNA PZ Stuivenberg.

Het is onbegrijpelijk hoe sommige schokkende nieuwsfeiten in de media toch vrij geruisloos passeren. Zo liet Pedro Facon, directeur van de FOD volksgezondheid, afgelopen zomer een verbijsterend gegeven optekenen in het kader van de budgetten in de medische sector. Hij stelde in De Specialist dat 1% van de totale financiële verspilling in de gezondheidszorg het equivalent is van het hele geestelijke gezondheidszorg-budget. Je zou deze informatie ook als volgt kunnen lezen: als de algemene geneeskunde de verkwisting van middelen met 1% zou kunnen terugschroeven, en dit bedrag zou integraal naar de geestelijke gezondheidszorg overgeheveld worden, dan worden die precaire werkingsmiddelen plotsklaps verdubbeld. Toegegeven, er staat heel veel voorwaardelijke wijze in deze zin. Maar toch. Onverhoeds overvallen je dan allerlei scenario's over wat je allemaal met dat geld zou kunnen doen. Voor de kwetsbare populatie patiënten met psychische problemen in de eerste plaats natuurlijk. Maar misschien zijn er ook andere, onverwachte positieve effecten. Dat er veel verspilling is binnen de gezondheidszorg, mag geen geheim meer zijn. Een analyse door Shrank e.a. in JAMA van oktober, toont hallucinante cijfers over het verlies van middelen in de Amerikaanse medische sector. Globaal genomen gaat 25% van het totale budget in rook op, zonder dat het ook maar iets heeft opgeleverd voor de gezondheid van patiënten. In reële cijfers: 760 tot 935 miljard dollar per jaar. U leest het goed. Noorwegen heeft de meeste performante geestelijke gezondheidszorg ter wereld. Er wordt vaak met bewondering naar verwezen. De radicale vernieuwing is verwezenlijkt met een éénmalige financiële injectie van 6 miljard euro. In het licht van de verspillings-cijfers in Amerika, lijkt dat bedrag plots helemaal niet meer zo onbereikbaar. De Amerikaanse medische verliesposten worden in 6 grote categorieën onderverdeeld. Problemen met de coördinatie van de zorg, wat leidt tot vermijdbare complicaties en heropnames in het ziekenhuis, zijn budgettair het minst belangrijk, met een kost van ongeveer 5 tot 10% van het totaal. Ze worden op de voet gevolgd door fraude en opzettelijk misbruik van beschikbare middelen. Overbehandeling en het inzetten van zorg met beperkt therapeutisch nut maken ongeveer 10 tot 15% uit van de negatieve balans. Beperkingen in de klinische zorgverlening maken een substantieel onderdeel uit van vermijdbaar verlies van medische financiële middelen, geschat op 15 tot 20% van het totaal. Concreet gaat het om opgelopen aandoeningen na een ziekenhuisopname, ongewenste medische voorvallen, inefficiënte inzet van clinici en suboptimaal gebruik van preventieve middelen. Problemen met prijszetting van medicatie, ambulante zorg en laboratoriumonderzoekingen, en door verzekeringsinstellingen aangerekende kosten die de pan uit swingen, zijn verantwoordelijk voor meer dan een kwart van de verspilling. Maar verrassend genoeg is het de administratieve complexiteit in de geneeskunde, die het meeste geld doet verdampen. Administratieve complexiteit ontstaat volgens de auteurs van het artikel wanneer de overheid, accrediteringsinstellingen en verzekeringsinstellingen misleidende of inefficiënte regels opleggen. Deze nodeloos ingewikkelde administratieve verplichtingen slorpen een belangrijk deel van dure (financieel) maar ook kostbare (schaars) artsen-tijd op, zonder dat ze van enig nut zijn voor de gezondheid van de bevolking in het algemeen of de individuele patiënt in het bijzonder. Je kan je er als klinisch werkende alles bij voorstellen. Accrediteringstrajecten kosten handenvol geld aan administratief personeel, die meer en meer procedures genereren. Artsen en ander klinisch werkend personeel zijn daar het slachtoffer van, vermits er meer administratie moet gebeuren in evenveel tijd. Dat levert veel onbehagen op, en stress. Wat de winst voor de patiënt kan zijn op het einde van de rit, is te beperkt onderzocht. Zijn kosten en baten in evenwicht? Niemand die het met zekerheid kan zeggen. Formulieren invullen en verslagen schrijven voor administratieve instanties kosten eveneens uren werk per week. Dit soort verplichte nummertjes zijn niet alleen tijdrovend. Ze werken ook frustrerend omdat ze rechtstreeks leiden tot substantieel minder investering in rechtstreeks patiëntencontact. De moedeloosheid en wanhoop hierover leiden ongetwijfeld ook tot efficiëntieverlies bij de arts. Zou het ooit onderzocht zijn over welk percentage prestatievermindering het gaat? Het hele verhaal over verlies van middelen is dus niet alleen een deontologische kwestie: geld dat wordt verkwist en eigenlijk bedoeld is voor de bevordering van de gezondheid van de patiënt. Het gaat ook om het welzijn van de arts. Administratieve overload geeft aanleiding tot een hoop negatieve emotionele effecten, die schadelijk zijn. Burn-out en andere psychische overbelasting ligt bij artsen overal op de loer. In tijden waar groot belang wordt gehecht aan positieve gezondheid kan het dus een ongeëvenaarde win-win situatie zijn, als het lukt om hier creatief mee om te springen. Een consequente administratieve vereenvoudiging invoeren in de algemene geneeskunde, door slimmere algoritmes in elektronische dossiers bijvoorbeeld, levert artsen meer tijd en aandacht op voor de patiënt, én een groter eigen emotioneel welbevinden. De financiële winst die door de administratieve vereenvoudiging ontstaat, kan in goed overleg geïnvesteerd worden in de geestelijke gezondheidszorg, een discipline die van oudsher met een gigantisch capaciteitstekort worstelt. Dit levert ongetwijfeld betere zorg op voor patiënten met een psychische kwetsbaarheid, en minder emotionele belasting voor psychiaters, die noodgedwongen hebben leren leven met chronische insufficiëntiegevoelens. Ook bij hen is er dus sprake van een positieve gezondheidstrend. Tel uit de winst op drie verschillende domeinen. Zo eenvoudig kan het zijn. Kirsten Catthoor is psychiater psychosenzorg in het ZNA PZ Stuivenberg.