De bouwshift, voorheen bekend als de betonstop, betekent dat woonkernen verdicht worden en de inname van open ruimte tegen 2040 tot nul wordt herleid door niet meer te bouwen op slecht gelegen plaatsen. De Vlaamse regering bereikte er vorig jaar een akkoord over. Maar doordat eigenaars van gronden vergoed zullen worden tegen 100 procent van de huidige marktwaarde, zullen de kosten hoog oplopen. De ondertekenaars van de open brief vrezen dat de regeling onbetaalbaar wordt en dat de betonmolens daardoor zullen blijven draaien. "Dit is onverantwoordelijk bestuur", luidt het. "Vlaanderen zou de schaarse overheidsmiddelen beter niet verkwanselen aan extra geschenken aan grondeigenaren." Volgens de Vlaamse Confederatie Bouw ligt het grootste probleem echter bij het gebrek aan concrete plannen of investeringsprojecten voor kwaliteitsvolle verdichting. Terwijl het beknotten van ruimte om te wonen en het beperken van schadevergoedingen de inkt rijkelijk laat vloeien, wordt er te weinig ingezet op een groter en aangepast woonaanbod in stadscentra om de sterk stijgende vastgoedprijzen tegen te gaan, klinkt het. De Confederatie Bouw benadrukt dat er van de 42.000 ha die in de juridische voorraad bestemd is voor wonen slechts 25.000 ha bijkomend ruimtebeslag is. "Dat betekent concreet dat nog maximaal 1 procent van Vlaanderen kan ingenomen worden door nieuwe woningen en hun tuinen." Bovendien zijn de meeste eigenaren van de nog beschikbare bouwgronden overwegend gezinnen, die die percelen bezitten als spaarpotje of voor hun kinderen. Daarnaast liggen de bestemmingen van percelen al veertig jaar vast in de gewestplannen. "Achteraf de spelregels veranderen om de percelen van gezinnen in een handomdraai te neutraliseren, draait uit op politieke willekeur", klinkt het. Volgens de Confederatie Bouw moet de overheid die gezinnen net de hand reiken om zo de Vlaamse klimaatdoelstellingen te halen. "De open brief van vandaag in De Standaard helpt niet het draagvlak voor deze doelstellingen te bewerkstelligen, wel integendeel", besluit Marc Dillen, directeur-generaal van VCB. (Belga)

De bouwshift, voorheen bekend als de betonstop, betekent dat woonkernen verdicht worden en de inname van open ruimte tegen 2040 tot nul wordt herleid door niet meer te bouwen op slecht gelegen plaatsen. De Vlaamse regering bereikte er vorig jaar een akkoord over. Maar doordat eigenaars van gronden vergoed zullen worden tegen 100 procent van de huidige marktwaarde, zullen de kosten hoog oplopen. De ondertekenaars van de open brief vrezen dat de regeling onbetaalbaar wordt en dat de betonmolens daardoor zullen blijven draaien. "Dit is onverantwoordelijk bestuur", luidt het. "Vlaanderen zou de schaarse overheidsmiddelen beter niet verkwanselen aan extra geschenken aan grondeigenaren." Volgens de Vlaamse Confederatie Bouw ligt het grootste probleem echter bij het gebrek aan concrete plannen of investeringsprojecten voor kwaliteitsvolle verdichting. Terwijl het beknotten van ruimte om te wonen en het beperken van schadevergoedingen de inkt rijkelijk laat vloeien, wordt er te weinig ingezet op een groter en aangepast woonaanbod in stadscentra om de sterk stijgende vastgoedprijzen tegen te gaan, klinkt het. De Confederatie Bouw benadrukt dat er van de 42.000 ha die in de juridische voorraad bestemd is voor wonen slechts 25.000 ha bijkomend ruimtebeslag is. "Dat betekent concreet dat nog maximaal 1 procent van Vlaanderen kan ingenomen worden door nieuwe woningen en hun tuinen." Bovendien zijn de meeste eigenaren van de nog beschikbare bouwgronden overwegend gezinnen, die die percelen bezitten als spaarpotje of voor hun kinderen. Daarnaast liggen de bestemmingen van percelen al veertig jaar vast in de gewestplannen. "Achteraf de spelregels veranderen om de percelen van gezinnen in een handomdraai te neutraliseren, draait uit op politieke willekeur", klinkt het. Volgens de Confederatie Bouw moet de overheid die gezinnen net de hand reiken om zo de Vlaamse klimaatdoelstellingen te halen. "De open brief van vandaag in De Standaard helpt niet het draagvlak voor deze doelstellingen te bewerkstelligen, wel integendeel", besluit Marc Dillen, directeur-generaal van VCB. (Belga)