Onlangs was u de eerste Belgische componist die in de Berliner Staatsoper in première ging, met Usher. Hebben uw opera en uw requiem elkaar beïnvloed?
...

Onlangs was u de eerste Belgische componist die in de Berliner Staatsoper in première ging, met Usher. Hebben uw opera en uw requiem elkaar beïnvloed? Annelies Van Parys: Alleen inhoudelijk is er enige verwantschap: beide gaan over 'horror'. Usher is muziektheater. Auteur Gaea Schoeters, met wie ik vaak samenwerk, en ik vertrokken daarvoor vanuit La chute de la maisonUsher, een onafgewerkte opera van Claude Debussy. Hij zich liet inspireren door The Fall of the House of Usher, een horrorverhaal van Edgar Allan Poe over een man die zijn zieke vriend Roderick bezoekt. Samen begraven ze Rodericks zus. Lévend. A War Requiem is een symfonisch werk over de horror van oorlog. Ik maak het ter ere van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Heeft Schoeters ook nu het libretto geschreven? Van Parys: Nee. Ik heb twee teksten van Dea Loher vervlochten tot een libretto. Loher is een van de belangrijkste theaterauteurs in Duitsland, en focust vaak op maatschappelijke brandhaarden. Ze reisde onder meer naar Kabul en Kosovo. Die reiservaringen verwerkt ze tot teksten die je het gevoel geven midden in het ontwrichtende oorlogsgeweld te staan. Toen het plan om een requiem te schrijven concreet werd - ik broed er al op sinds 2014 -, vroeg ik Dea een libretto te schrijven. De tijd ontbrak haar, maar ik mocht een libretto samenstellen uit haar bestaande teksten. Ik koos War Zone en Land ohne Worte. War Zone is een hoorspel dat ze voor de BBC schreef, en waarin ze haar herinneringen aan een Kosovoreis verwerkte. Ze laat vooral mannen aan het woord die gevangen zitten in de oorlog. In Land ohne Worte voert ze een vrouw op die het oorlogsgeweld wil schilderen maar het niet kan. Dat maakt haar gek. Ik bewerkte die teksten tot een libretto voor koor en twee solostemmen. In de muziek gebruik ik klanken die verwijzen naar het ontwrichtende gevoel dat een oorlog teweegbrengt. Ik werk met klokklanken en met multiphonics - verwrongen klanken die ik, in dit geval, verkrijg door een fagot met een onconventionele vingerzetting te laten spelen. Ik laat het koor ook inademend zingen, en 'geschrokken', de hand voor de mond houden. Staat dat dan zo in de partituur? Van Parys: Ja! 'De hand voor de mond houden' geef ik aan door een kruisje. Dat is ook het teken voor het dempen van de hoorn. (lacht) Ik schrijf mijn partituren met de hand. Het zijn haast tekeningen. Tot mijn twaalfde deed ik niets anders dan tekenen en improviseren aan de piano. Creëren is de manier om mijn emoties uit te drukken. Als vrouwelijke componist bent u een witte raaf. Van Parys: Niet mijn vrouw-zijn maar de vele kansen die ik krijg, maken van mij een witte raaf. Ik geef les aan het conservatorium van Brussel. De leerlingenpopulatie bestaat er, net als aan de andere conservatoria, voor de helft uit vrouwen. Onder hen bevinden zich bijzonder getalenteerde componisten. Maar vrouwen zijn soms minder ambitieus, en sommige orkesten hebben nog altijd moeite met vrouwelijke componisten. Al verklaart dat lang niet het volledige onevenwicht. Maakt u daar een strijdpunt van? Van Parys: Ik geloof dat het onevenwicht kleiner zal worden. Het is vooral belangrijk om als kunstenaar je verantwoordelijkheid te nemen. Daarom maakte ik vorig jaar met Gaea Het kanaal, muziektheater over de migratiecrisis. En daarom is er nu A War Requiem. Om mensen even te laten voelen welk leed een oorlog veroorzaakt. Het wordt een heel klein beetje oorlog.