Het is de Kamercommissie Buitenlandse Zaken die zich over de taakomschrijving van de bijzondere commissie buigt. "De hele wereld kijkt toe op deze commissie. Het is uniek dat een land een bijzondere commissie opricht in het parlement over de koloniale periode en de gevolgen hiervan", zegt commissievoorzitster Els Van Hoof (CD&V). Normaal gezien zal de fractie Ecolo-Groen de voorzitter van de bijzondere commissie mogen leveren. De opdracht voor de commissie is erg ruim. Ze moet klaarheid verschaffen over de periode van Congo-Vrijstaat (1885-1908) en over het koloniaal verleden in Congo (1908-1960), Rwanda en Burundi (1919-1962) en moet hieruit lessen te trekken voor de toekomst. Daarbij worden ook de rol en impact van de staat, de autoriteiten en andere spelers (de monarchie, de kerk, ondernemingen, enzovoort) tegen het licht gehouden. Een ander historisch onderzoek slaat op de economische impact van de kolonisatie op België en de kolonies én op wie daar de vruchten van heeft geplukt. De commissie moet aan aanbevelingen formuleren over hoe moet worden omgegaan met het verleden en moet voorstellen uitwerken voor verzoening tussen Belgen onderling (inclusief Belgen van Congolese, Rwandese en Burundese origine) en om de betrekkingen tussen de Belgen en de Congolezen, de Rwandezen en de Burundezen te optimaliseren. Opvallend is ook dat er onderzoekswerk komt naar de toegankelijkheid van bepaalde archieven en hoe de inzichten over wantoestanden in de kolonies waarover een consensus bestaat onder historici, vertaald worden in de huidige eindtermen op school. Aandacht gaat ook naar vulgarisering van deze inzichten en in welke mate foute beelden worden opgehangen binnen de publieke opinie. Experten moeten ook inzicht bieden over hoe symbolische acties zoals het verwijderen of contextualiseren van (stand)beelden, het aanbieden van publieke erkenning en excuses of het bouwen van monumenten/memorialen voor Congolezen, Rwandezen, Burundezen en voor de slachtoffers van de kolonisatie een verzoenend effect kunnen hebben. Ook moeten ze nagaan in welke mate slachtoffers bij het onderzoek kunnen worden betrokken en welke juridische en financiële consequenties daaraan verbonden kunnen zijn. "Consensus vinden over historische feiten zal evidenter zijn dan te weten hoe we hier verder mee omgaan. Dit vraagt een proces dat zowel met de diaspora, de betrokken landen als experten zal moeten gelopen worden", aldus Van Hoof. "We zeggen nu nog niet dat er excuses moeten komen of restitutie en dat alle standbeelden verwijderd zullen moeten worden. Dat zal duidelijk worden tijdens het proces. Maar dat dat aan bod komt in de bijzondere commissie is logisch." Het is de conferentie van voorzitters die volgende week het licht op groen moet zetten voor de oprichting van de bijzondere commissie. (Belga)

Het is de Kamercommissie Buitenlandse Zaken die zich over de taakomschrijving van de bijzondere commissie buigt. "De hele wereld kijkt toe op deze commissie. Het is uniek dat een land een bijzondere commissie opricht in het parlement over de koloniale periode en de gevolgen hiervan", zegt commissievoorzitster Els Van Hoof (CD&V). Normaal gezien zal de fractie Ecolo-Groen de voorzitter van de bijzondere commissie mogen leveren. De opdracht voor de commissie is erg ruim. Ze moet klaarheid verschaffen over de periode van Congo-Vrijstaat (1885-1908) en over het koloniaal verleden in Congo (1908-1960), Rwanda en Burundi (1919-1962) en moet hieruit lessen te trekken voor de toekomst. Daarbij worden ook de rol en impact van de staat, de autoriteiten en andere spelers (de monarchie, de kerk, ondernemingen, enzovoort) tegen het licht gehouden. Een ander historisch onderzoek slaat op de economische impact van de kolonisatie op België en de kolonies én op wie daar de vruchten van heeft geplukt. De commissie moet aan aanbevelingen formuleren over hoe moet worden omgegaan met het verleden en moet voorstellen uitwerken voor verzoening tussen Belgen onderling (inclusief Belgen van Congolese, Rwandese en Burundese origine) en om de betrekkingen tussen de Belgen en de Congolezen, de Rwandezen en de Burundezen te optimaliseren. Opvallend is ook dat er onderzoekswerk komt naar de toegankelijkheid van bepaalde archieven en hoe de inzichten over wantoestanden in de kolonies waarover een consensus bestaat onder historici, vertaald worden in de huidige eindtermen op school. Aandacht gaat ook naar vulgarisering van deze inzichten en in welke mate foute beelden worden opgehangen binnen de publieke opinie. Experten moeten ook inzicht bieden over hoe symbolische acties zoals het verwijderen of contextualiseren van (stand)beelden, het aanbieden van publieke erkenning en excuses of het bouwen van monumenten/memorialen voor Congolezen, Rwandezen, Burundezen en voor de slachtoffers van de kolonisatie een verzoenend effect kunnen hebben. Ook moeten ze nagaan in welke mate slachtoffers bij het onderzoek kunnen worden betrokken en welke juridische en financiële consequenties daaraan verbonden kunnen zijn. "Consensus vinden over historische feiten zal evidenter zijn dan te weten hoe we hier verder mee omgaan. Dit vraagt een proces dat zowel met de diaspora, de betrokken landen als experten zal moeten gelopen worden", aldus Van Hoof. "We zeggen nu nog niet dat er excuses moeten komen of restitutie en dat alle standbeelden verwijderd zullen moeten worden. Dat zal duidelijk worden tijdens het proces. Maar dat dat aan bod komt in de bijzondere commissie is logisch." Het is de conferentie van voorzitters die volgende week het licht op groen moet zetten voor de oprichting van de bijzondere commissie. (Belga)