Van alle kunstenaars moeten stand-upcomedians misschien wel het zelfverzekerdst zijn. Acteurs en muzikanten kunnen zich verbergen achter de teksten en partituren van anderen. Komieken niet. Zij staan moederziel alleen op het podium om commentaar te geven op de samenleving. Maar wat als die samenleving in lockdown gaat? 'Dan word ook ik onzeker', zegt Michael Van Peel. 'En dat is geen prettig gevoel, heb ik ondervonden.'
...

Van alle kunstenaars moeten stand-upcomedians misschien wel het zelfverzekerdst zijn. Acteurs en muzikanten kunnen zich verbergen achter de teksten en partituren van anderen. Komieken niet. Zij staan moederziel alleen op het podium om commentaar te geven op de samenleving. Maar wat als die samenleving in lockdown gaat? 'Dan word ook ik onzeker', zegt Michael Van Peel. 'En dat is geen prettig gevoel, heb ik ondervonden.' De Antwerpse comedian werd voor het eerst met de lockdown geconfronteerd toen een optreden voor zijn oude studentenvereniging op vrijdag 11 maart niet mocht doorgaan van de Antwerpse universiteit. 'De organisatie stelde nog voor om de show elders in een klein zaaltje te doen, maar ik voelde meteen een tegenstrijdigheid. Na de terroristische aanslag op Charlie Hebdo in 2015 in Parijs was er een algemeen gevoel van we-gaan-ons-niet-laten-doen. We vechten terug, fuck the system. Dat gaat nu niet. Verzet tegen de lockdown is niet cool: je brengt daardoor niet per se jezelf in gevaar, maar wel andere mensen.' Over het gezaag van de Vlaming en de regeldrift schreef u onlangs in De Standaard een hilarisch opiniestuk. Michael Van Peel: Na elke Nationale Veiligheidsraad was het weer zover. Elke versoepeling gaf aanleiding tot gezeur: als ik mag tennissen, mag ik dan ook badmintonnen? Fietsen mag, dus ook met een driewieler? Ligt het aan onze regelgeile overheid, begon ik me af te vragen, of zijn wij Vlamingen een volk van kommaneukers dat zich graag wentelt in zeurderige zelfregulering? In de handleiding van een kettingzaag staat toch ook niet dat je die al draaiende beter niet in je been steekt? Gebruik je gezond verstand, dan heb je die kommaneukerij niet nodig. Volgens u kunnen Belgen niet goed omgaan met onzekerheid. Van Peel: Amerikanen kunnen dat veel beter, net als Nederlanders. Wij hebben politici die alles in absurde regeltjes willen gieten en politieagenten die per se willen controleren of ze toegepast worden. En zo gebeurt het dat minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) patrouilles op pad stuurde met drones en warmtecamera's om tweedeverblijvers op te sporen. Heeft de Vlaming zich goed gedragen tijdens de lockdown? Van Peel: Tachtig procent wel, maar we zien liever de minderheid door een vergrootglas. Dat help ons ook niet vooruit. Hoe zien uw dagen eruit? Van Peel: Mijn speelkalender lijkt stilaan op de dienstregeling van de NMBS tijdens een stakingsdag, met overal bordjes 'uitgesteld' of 'afgelast'. Toch heb ik het nu vreemd genoeg drukker dan anders, alleen word ik niet betaald. (lacht) Tijdens de eerste dagen van de lockdown was er veel overleg met mijn manager over een plan B. Onlangs belde ze me op om te vertellen dat we ondertussen al aan plan K zitten. Het vervelende met culturele centra is dat je een optreden een jaar en een maand van tevoren moet boeken. Vroeger vond ik het vervelend dat je agenda zo lang op voorhand vastligt, maar nu is die onzekerheid slopend. U hebt nu beslist om uw planning helemaal om te gooien? Van Peel: Op 15 maart wilde ik beginnen aan een serie van dertig try-outs voor mijn nieuwe zaalshow, maar om comedy te laten werken, moet het publiek dicht opeengepakt zitten. Ze moeten elkaar kunnen 'aansteken' - met een lach, niet met corona. Dat ligt nu wat gevoelig. Daarom gaat die show in de diepvriezer en werk ik aan een kleinere productie op maat van de nieuwe, intiemere speelomstandigheden: mijn tweede reisvertelling. In de eerste, Van Peel tot evenaar, vertelde ik over de trip die ik op mijn Vespa (die prominent in Van Peels woonkamer staat, nvdr) heb gemaakt van Antwerpen naar Dakar. Het was een soort intieme dia-avond. Nu ga ik hetzelfde doen, maar dan over mijn reis naar de Noordkaap. De werktitel is Nordkapp Stories. Het was dat of Van Peel tot Pool. (lacht) Wat is het thema van de voorstelling? Van Peel: Ik heb vorige zomer een week op de Noordkaap gekampeerd met een bevriende fotograaf om mensen te interviewen die er op een bijzondere manier naartoe waren gereisd. Te voet, met de fiets, per ezel, skateboard of met de gerestaureerde oldtimer van een overleden grootvader. De laatste tien kilometer naar de Noordkaap is eigenlijk een lange oprijlaan naar een parkeerterrein, want meer is er niet. En toch is dat een mythisch punt, waar al eeuwenlang mensen naartoe trekken omdat ze zich op de een of andere manier aangetrokken voelen tot het einde van de wereld. Verhalen van avonturiers en mafketels uit heel de wereld komen daar samen. Patagonië en Kaap de Goede Hoop zijn ook zulke plekken. Mijn vorige vertelling ging over onderweg zijn, deze gaat over aankomen. Het is ook een metafoor voor de huidige situatie. Het leven is stilgevallen en nu moeten we terugkeren. Maar naar wat? Ik loop de muren op van verveling. Ik blijf een comedian die een publiek nodig heeft. Ik was gisteren op bezoek bij mijn collega Alex Agnew en die had net hetzelfde gevoel. Dus zijn onze partners nu ons testpubliek en moeten zij flauwe moppen aanhoren. U zou ook in huis kunnen klussen. Van Peel: Toen de quarantaine werd aangekondigd, hoorde ik sommige mensen zeggen: (met een bekakt accent) 'Nu kan ik eindelijk die stapel boeken lezen, mediteren of Chinees studeren.' Nee dus. Wat hebben wij wél gedaan: ons kot verbouwd en onze hof op orde gebracht. Het excuus 'als ik nog eens vijf minuten tijd heb' is voor altijd onbruikbaar. Wanneer hoopt u opnieuw in de zalen te staan? Van Peel: Sommige culturele centra hebben al aangekondigd dat er dit jaar geen voorstellingen meer zijn. Dat wordt lastig. Ik hoop in de zomer enkele optredens in de open lucht te kunnen doen en vanaf september de nieuwe reisvertelling. In halflege zalen wel. Dat wordt wennen. Hoe ziet uw financiële situatie eruit? Van Peel: Na mijn laatste eindejaarsconference in 2018 laste ik een overbruggingsjaar in om wat intiemere dingen te kunnen doen, zoals Van Peel en The Young Ones. Mijn spaarboekje was gevuld, ik kon me zo'n jaar permitteren. Ik zal niet zeggen dat het spaargeld nu op is, maar heel lang mag deze situatie niet meer duren. Hebt u nog een inkomen? Van Peel: Ik krijg zoals alle zelfstandigen een overbruggingsrecht van 1250 euro per maand, en er was een eenmalige compensatiepremie van de Vlaamse regering van 3000 euro. Dat is op zich best veel geld, maar het is ook maar een fractie van mijn maandelijkse uitgaven voor mijn vennootschap. Enkele dagen nadat ik mijn overbruggingsrecht had gekregen, moest ik trouwens sociale bijdragen betalen en die waren een drievoud van de premie. Ik draai sowieso verlies, maar dat is niet erg. Ik hou vooral mijn hart vast voor beginnende kunstenaars. Ik kan trouwens nog altijd 'echt' gaan werken zoals vroeger. (lacht) Ik ben handelsingenieur van opleiding en heb ooit halftijds gewerkt voor een Gentse audiovisuele kunstenaar en halftijds voor koffie Rombouts. Zetten geldzorgen een rem op de creativiteit? Van Peel: Mijn grote luxe de afgelopen zes, zeven jaar was dat ik niet aan geld hoefde te denken. Het was er. Mijn manager regelde dat. Ik zal nooit het moment vergeten dat ik de eerste keer nee zei tegen een bedrijfsoptreden. Zo'n optreden is gewoon niet leuk, maar het brengt wel goed op. Dat niet hoeven te doen gaf een groot gevoel van vrijheid. Sinds het begin van de coronacrisis krijg ik mails van bedrijven die een 'Zoommeeting' willen opleuken met commentaar van Van Peel. Voor het eerst twijfel ik weer. Misschien moeten wij als artiesten een benefiet organiseren, maar de ontvangsten voor ons houden. (lacht)De overheid kijkt op geen euro als het erom gaat de economie te redden en bedrijven en zelfstandigen zoals u overeind te houden. Terecht? Van Peel: Cartoonist Lectrr tekende daar een geweldige cartoon over. Een hoge pief van een luchtvaartmaatschappij vraagt om financiële steun, maar krijgt het advies dat als hij niet kan rondkomen zonder subsidies hij zijn werk toch maar beter een hobby kan noemen. (fel:) Bij mij moet niemand nog komen zagen over subsidies in de culturele sector. Ik heb nooit subsidies gekregen. We moeten dat hele systeem grondig herdenken. De culturele centra die hun businessmodel moesten herzien om minder afhankelijk te worden van subsidies en meer te werken op inkomsten via tickets zijn nu echt gesjareld. Veel kunstenaars, ook wel subsidieslurpers genoemd, hebben de afgelopen weken gratis en belangeloos creatieve zaken gepresenteerd op sociale media ter vertier van de Vlamingen. Van voetballers of bedrijfsleiders heb ik niets gezien. Hoe moet dat systeem herdacht worden? Van Peel: Wat mij als economisch opgeleid persoon interesseert, is hoe we hier heelhuids uit raken. Ik verwacht geen revolutie of grootschalige veranderingen zoals het 'lokaal kopen'. Toen de winkels heropenden, stonden er meteen weer files voor de deur van Primark. Monetair wordt het wel interessant. We kwamen al uit het ECB-experiment van de Quantitative Easing, het massaal bijdrukken van geld, en nu komt dit er nog bovenop. Geld zal nog virtueler worden, want de banken zullen de coronacrisis gebruiken om cash geld af te schaffen. Zo creëren ze een nieuwe monetaire realiteit. Je zult geen geld meer kunnen afhalen en dus wordt een run op de bank ook onmogelijk. Sommige bedrijfsleiders en zelfstandigen konden het niet laten om misbruik te maken van de financiële reddingsboei. Een expert had het zelfs over een hold-up op de overheid. Van Peel: Dat moet je er gewoon bijnemen. Als tachtig procent van de mensen zich houdt aan de regels, komen we er ook. Sommigen zullen zagen: dat is niet eerlijk. Dat is waar, maar het leven is niet altijd eerlijk. Ik heb mezelf ook afgevraagd of ik dat overbruggingsrecht wel moest aanvragen. Ik heb het strikt genomen niet nodig. Zie mij hier zitten in mijn grote tuin in Schoten. Ik heb jarenlang hard gewerkt om zelfstandig te kunnen zijn, maar ik geef toe dat ik me een beetje vies voelde nadat het geld op mijn privérekening was gestort. Het voelt als een werkloosheidsuitkering. Vindt u dat de culturele sector aan zijn lot wordt overgelaten? Van Peel: Samen met die arme tweedeverblijvers. Het is moeilijk om in deze tijden veel sympathie te hebben voor mensen met een villa in Knokke, maar ze hebben wel een punt dat ze protesteren. Hier speelt blijkbaar een rare Belgische reflex: het mag niet plezant zijn. Er zal ook wel afgunst meespelen. Maar met al dat gekijf schieten we niets op. Net zomin als met virtue signalling. Pardon? Van Peel: Daarmee wil je tonen hoe goed je wel bent en hoe fout de anderen zijn. Je zag dat bijvoorbeeld bij de mensen die om acht uur 's avonds op hun balkon gingen applaudisseren. Een beetje voor de mensen in de zorgsector, maar vooral om te kijken wie er wel en wie er niet stond. Vlamingen zijn een onzeker volk en we hebben blijkbaar regeltjes nodig om af te meten hoe goed we bezig zijn. Vindt u het niet frustrerend dat de culturele sector achteraan in de rij is gezet? Van Peel: Wat betreft de versoepelingen? Nee, ik snap dat. Het kan niet anders. Er is nauwelijks een politicus die cultuur belangrijk vindt om goed door deze crisis te komen. Van Peel: De Duitse bondskanselier Angela Merkel heeft wel gezegd dat kunst essentieel is. Maar in Vlaanderen is de essentiële kunst herleid tot Bokrijk en de Vlaamse identiteit. De economie zal voorgaan. Erst kommt das Fressen und dann die Moral. Het voelt vreemd om de recessie te zien aankomen. Ons gezamenlijk gedrag bepaalt de economie. Kijk naar de grote beurscrash van 1929. In de fysieke wereld was er de volgende dag geen jota veranderd. Maar de recessie die ontstond in de hoofden van de mensen leidde tot de Great Depression, met werkelijke miserie en veel slachtoffers van vlees en bloed. Hoe wij nu als samenleving omgaan met een ramp als deze is bepalend voor wat er later zal komen. Kan deze pandemie u inspireren voor een volgende zaalshow? Van Peel: Ik heb me die vraag ook al een paar keer gesteld, maar daar is het te vroeg voor. Het is onmogelijk terug te blikken op iets waar je nog kniediep in staat. Ik denk wel dat we nog heel hard gaan lachen met onszelf. Goede humor analyseert. Dat gaat nu nog niet. Het valt me ook op dat er in het begin veel meer relativerende humor was dan nu. In maart en april zag je nog leuke filmpjes voorbijkomen van mensen die creatief omsprongen met hun gehamsterde wc-papier. Dat is nu een beetje opgedroogd. We vervallen in apathie en dat is dodelijk voor humor en creativiteit. U bent een nieuwsjunkie. Hebt u al last van coronamoeheid? Van Peel: Ik lees meer, maar vooral uit verveling. Ik wil niet 'alt-right' overkomen, maar kranten spreken elkaar constant gigantisch tegen. In de ene krant lees je dat Zweden goed bezig is, terwijl een andere vertelt hoe schadelijk hun aanpak wel niet is. Als ik met vrienden spreek op Zoom, hoor je jezelf en anderen voortdurend kranten napraten, terwijl we het eigenlijk niet weten. Het is zoals bij een WK of EK voetbal, dan voelt ook iedereen zich bondscoach. Nu doen we allemaal alsof we Marc Van Ranst zijn. Ik vond het zalvend voor de ziel om de wetenschappers bezig te zien en hoe hun aanpak totaal verschilt van die van politici. Wetenschappers leven van voortschrijdend inzicht, ze twijfelen, speuren naar feiten en passen zich aan. Uw vader was huisarts. Heeft dat u mee gevormd? Van Peel: Hij is helaas in januari overleden. Mijn vader was een echte ' meneer doktoor'. Pak een aspirine en kom morgen terug was zijn motto. Hij was geen veelvoorschrijver, eerder het tegendeel. Hij heeft mij ooit naar bed gestuurd met een gebroken been. 'Niet te kleinzerig doen', zei hij. Ik mis zijn relativerende kijk op deze crisis, maar ik ben wel dankbaar dat hij net voor de uitbraak van corona is gestorven, zodat we nog mooi afscheid hebben kunnen nemen. Er is maar één ding erger dan doodgaan, en dat is creperen in eenzaamheid. Rituelen zijn belangrijk, ook een begrafenis. Heeft hij u leren relativeren? Van Peel: Ik wilde vroeger heel graag arts worden, alleen zag ik op tegen de zware sociale taken van een huisarts. Mijn vader besteedde minstens zestig procent van zijn tijd daaraan: aan huisbezoeken bij eenzame oudere mensen die eigenlijk niet ziek waren, maar behoefte hadden een goed gesprek. Hij was meer een vertrouwenspersoon, terwijl ik meer wetenschapper wilde zijn. Toen al had ik veel bewondering voor de kalmte van dokters en verpleegkundigen. Dat zag je nu opnieuw en nog sterker: die wetenschappelijke benadering, dat vertrouwen en het gevoel 'we kunnen hier samen iets aan doen'. Zorgverleners staan dichter bij het echte leven en de dood dan politici en comedians die maar liggen te blaaskaken op een podium. Verdienen zorgverleners meer respect? Van Peel: Het zou toch straf zijn als er nu niets positiefs zou gebeuren voor de werknemers in de zorgsector. Het is politieke zelfmoord om straks te gaan besparen op volksgezondheid. Ik vond het indrukwekkend om te zien hoe snel, waardig en efficiënt het medische personeel zich klaarmaakte voor een crisis die erg snel op hen afkwam. Dan moest ik een paar keer terugdenken aan mijn pa, hoe die om vier uur 's ochtends opstond om ergens in Kalmthout een patiënt te helpen en zonder klagen enkele uren later begon aan een lange werkdag in zijn praktijk. Was ik toch maar dokter geworden.