Elke week vraagt Knack aan ondernemende Belgen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

Een slap handje past niet bij een ceo, dus is het niet verwonderlijk dat Claire Tillekaerts ons met een resolute handdruk begroet. Tillekaerts is de baas van Flanders Investment & Trade (FIT), het agentschap dat Vlaamse bedrijven helpt om wereldwijd te exporteren en buitenlandse investeringen naar Vlaanderen probeert te halen. Spreken doet ze, eveneens in de lijn der verwachtingen, rustig maar gedecideerd. Ooit was ze advocate, en we vragen of ze altijd zo verbaal geweest is. Ze knikt. 'Dat heb ik van mijn moeder. Maar mijn broer en ik zijn heel streng opgevoed, met veel nadruk op goede manieren. Er werden dus grenzen aan mijn mondelinge vaardigheden gesteld. (glimlacht) Gelukkig maar.' In uw functie moet u uiteraard ook diplomatisch zijn. Hebt u het moeilijk om uw mond te houden als het nodig is? Claire Tillekaerts: Nee, je moet weten wat je zegt tegen wie en wanneer. Soms moet ik wel op mijn tanden bijten. Ik kan heel verontwaardigd zijn als iets niet loopt zoals het moet. (denkt na) Men zegt van mij dat ik heel streng maar rechtvaardig ben. Streng vind ik mezelf niet. Ik ben wel direct. Aan achterbaks gedoe heb ik een gloeiende hekel. Als je vindt dat ik iets verkeerd gedaan of gezegd heb, praat er dan over met mij. Anders kunnen we toch niet naar een oplossing zoeken? Was uw weg naar de top moeilijk, of verliep die eerder zonder obstakels? Tillekaerts: Ik weet niet of dit de top is, en zelf zal ik dat woord nooit gebruiken. Ik ben in elk geval geen carrièreplanner. Alles is organisch gegroeid. In 2006, toen ik hoofd van de juridische dienst van de Hogeschool Gent was, kwam ik bijna toevallig uit op een vacature bij FIT, en de missie van dit agentschap sprak me enorm aan. Ik ben altijd geboeid geweest door talen en andere culturen, en reizen zit me in het bloed. Mijn ouders namen ons al mee naar andere landen toen ik nog maar vijf was. Maar goed, ik solliciteerde, had de job, en zes jaar later werd ik gedelegeerd bestuurder. Ik krijg vaak de vraag of ik last heb gehad van het beruchte glazen plafond. Nooit, is dan het antwoord. Terwijl dat plafond wel degelijk bestaat. Vrouwen moeten nog steeds vechten tegen het vooroordeel dat ze in de eerste plaats voor een gezin en huishouden moeten zorgen. Maar het ligt ook aan de vrouwen zelf. Ze zijn te bescheiden. Als een man een vacature ziet en hij beantwoordt voor vijftig procent aan het profiel, denkt hij: die job is me op het lijf geschreven. Als een vrouw weet dat ze tachtig procent van de criteria haalt, zal ze nog niet kandideren omdat het geen honderd procent is. Je moet als vrouw ook wel in jezelf geloven. Hebt u altijd in uzelf geloofd? Tillekaerts: (denkt na) Dat vind ik een moeilijke vraag. Gezonde twijfel is ook goed. Mensen zouden zichzelf veel vaker in twijfel moeten trekken. Zeker leidinggevenden. Ik probeer in elk geval altijd rekening te houden met de zaken die ik niet graag doe of niet goed kan. Kunt u ook de dingen erkennen die u wél goed doet? Tillekaerts: Ik kan tevreden zijn met de resultaten die wij als agentschap halen. Dat is een heel ontwijkende repliek, ik weet het, waarmee ik meteen uw vraag beantwoord heb. (glimlacht)U wordt de belangrijkste handelsdiplomaat van het land genoemd. Hebt u een ego dat evenredig is aan uw status? Tillekaerts: Ik zeg niet dat ik geen ego heb, maar ik wil in geen geval bewierookt worden. Weet u, wij hebben hier een fantastische magazijnier die er onder meer voor zorgt dat de brochures van de Vlaamse bedrijven op de internationale beurzen terechtkomen. Als hij zijn werk niet goed doet, is dat veel erger dan dat ik het vliegtuig mis om op zo'n beurs te zijn. Zonder hun brochures kunnen bedrijven zich niet in de kijker werken, zonder mij wel. Dus belangrijk? Dat is allemaal zo relatief. Ik kan hier wel zitten snoeven over hoe noodzakelijk dit agentschap is voor de welvaart van Vlaanderen, maar als mijn mensen hun werk niet goed doen, stellen mijn praatjes niet veel voor. Bent u een bazige baas? Tillekaerts: Ik draag de eindverantwoordelijkheid voor alles wat iedereen hier doet, en ik zal autoritair optreden als er veel verschillende visies zijn en iemand een knoop moet doorhakken, maar ik geloof in een open en transparant model van samenwerking, niet in bullebakken. Ik ben nog maar één keer echt boos geworden. Omdat het toen nodig was. In uw privéleven bent u ook niet bazig? Tillekaerts: Dat zou je aan Dirk moeten vragen (componist en dirigent Dirk Brossé, haar levenspartner, nvdr). Hij vindt waarschijnlijk van wel. Maar het is wederzijds, hoor. Ik heb een maestro in huis, hij is het gewoon om te dirigeren. (lacht) Houdt u ervan om in de kijker te lopen? Tillekaerts: Soms wel, soms niet. Het hoort bij mijn takenpakket, maar altijd zichtbaar zijn wil ook zeggen dat je je geen enkel moment van zwakte kunt permitteren. En dat je in de vuurlinie loopt. Ik krijg weleens de volle laag van trollen op Twitter. Een vreselijke evolutie trouwens, dat mensen in alle anonimiteit hun vuilnisbak over je heen kunnen storten, zonder enig respect voor de mens die achter de functie van bedrijfsleider, academicus of politicus zit. Hoe durft men. De manier waarop men vandaag met elkaar omgaat, baart me echt zorgen. Ik denk vaak: wat een bitse, onverdraagzame, polariserende maatschappij wordt dit. Klopt het dat u vijftien uur per dag werkt? Tillekaerts: Dat zal het gemiddelde zijn, ja. Maar het vergt geen bovenmenselijke inspanning van me. Mijn dochter is volwassen en ik heb een man die ook ontiegelijk veel werkt, dus ik heb er de ruimte voor. Wat ik wel merk, is dat het moeilijker wordt om het ritme vol te houden. In plaats van 's avonds een receptie of evenement bij te wonen, zit ik tegenwoordig al eens in pyjama mijn mails te beantwoorden. (lacht)Ach, dat ouder worden hou je niet tegen. En er is een leeftijd voor alles. Op mijn twintigste had ik niet gekund wat ik vandaag op professioneel gebied doe. Wie de eeuwige jeugd nastreeft, zal voortdurend teleurgesteld worden. Boodschappenlijstjes vergeten wordt wel stilaan een van mijn grote specialiteiten, terwijl ik vroeger een ongelooflijk geheugen had. Daarom train ik mijn brein. Ik ben een fervente Wordfeud-aanhanger. Traint u uw lichaam ook? Tillekaerts: Ik ga naar de fitness, al beschouw ik dat eerder als iets wat moet, ook om mijn werk te kunnen blijven doen. Ik ben 62 nu, en deze job is zowel fysiek als mentaal heel veeleisend. Maar zodra ik merk dat ik er niet meer snel of dynamisch genoeg voor ben, zal ik de eer aan mezelf houden en mijn functie overlaten aan iemand die jonger is en nieuwe strategieën kan ontwikkelen. Dat vindt u geen moeilijke gedachte? Tillekaerts: Helemaal niet. Mijn vermogen tot zelfrelativering is heel groot. (glimlacht) Het kerkhof ligt vol met onvervangbare mensen. Het leven zal ook niet stoppen als ik hier niet meer aan de slag ben. Na mijn carrière wil ik vrijwilligerswerk doen. Nederlands geven aan anderstaligen, kansarme kinderen helpen met hun huiswerk, vluchtelingenwerk: ik vind het belangrijk om iets voor de maatschappij te kunnen doen. Om een steentje in de rivier te kunnen verleggen. Al is het maar voor één mens. U en Dirk Brossé zijn 17 jaar samen. Wat betekent de liefde voor u? Tillekaerts: Voor mij is het in een relatie heel belangrijk dat je soulmates bent. Dat je respect hebt voor de persoonlijkheid en carrièrekeuzes van de andere. En dat je elkaars klankbord kunt zijn als dat nodig is. Zou u evengoed zonder partner door het leven kunnen gaan? Tillekaerts: Ik heb dat heel lang gedaan. Nadat mijn eerste man in 1991 onverwacht was overleden, heb ik elf jaar lang mijn kinderen alleen opgevoed. Toen al werkte ik veel. Kon ook niet anders, als enige kostwinner. Ik ben nooit naar iemand op zoek gegaan. Toen Dirk in mijn leven kwam, lag dat trouwens niet voor de hand. Twee veeleisende beroepen, allebei heel veel weg van huis: dat werkt alleen als je niet begint te sleuren aan de andere en hem of haar niet tot toegevingen probeert te dwingen. Elkaar veranderen kan toch niet de bedoeling zijn van een relatie? Waarvan krijgt u een gelukzalig gevoel? Tillekaerts: Als we hier in het agentschap mooie resultaten boeken en de mensen rondom mij gelukkig zijn. Ik vind het belangrijker dat mijn omgeving zich goed voelt en ik daaraan kan bijdragen, dan dat ik mijn eigen geluk centraal stel. Maar ik kan mezelf wel blij maken door een goed boek te lezen of te koken voor anderen. Ik heb sinds kort een nieuwe keuken, dus the sky is the limit. (lacht)Wat me vooral ontspant, is manuele arbeid. Ik verf bijvoorbeeld heel graag muren. En ik ben een uitstekende loodgieter. (schatert) Echt waar. Door met mijn handen te werken loopt mijn hoofd leeg. Dat kan eens deugd doen. In 2014 bent u gestopt met roken, na dat 42 jaar gedaan te hebben. Was het uit bezorgdheid voor uw lichaam? Tillekaerts: 42 jaar roken doe je niet ongestraft. Ik voelde dat ik er last van kreeg. Bovendien ben ik bestraald (Tillekaerts kreeg op 45-jarige leeftijd borstkanker, nvdr), wat op zich al slecht is voor je longen. Daarom ben ik overgestapt op vapen. Dat doe ik nog volop, zoals je merkt. Ook niet goed, maar toch beter dan sigaretten. (denkt na) Er is ook het verantwoordelijkheidsgevoel. Vroeger waren mijn kinderen met twee, nu is mijn jongste dochter nog alleen (Tillekaerts' dochter Aurore werd in 2013 vermoord, nvdr). Hoe langer ik er kan zijn, hoe beter voor Camille. Bent u nog bang voor de kanker? Tillekaerts: Ik moet elk jaar op controle. Is dat de beste dag van het jaar? Nee. Aan de andere kant word ik waarschijnlijk beter opgevolgd dan mensen die nog geen kanker hebben gehad. Als er iets mis is, zal het snel gedetecteerd worden. Ik heb vriendinnen die hervallen zijn. Maar ziekte hoort bij het leven. Ik ben daar nogal filosofisch in. U kent weinig angst? Tillekaerts: Angst voor de ander ken ik wel. Dat is verslechterd nadat Aurore overleden is. Ik ben nu permanent ongerust over de mensen die ik graag zie, en dus moet ik mezelf daarin voortdurend kalmeren. (zwijgt even) Toen ik hoorde dat Julie Van Espen teruggevonden was, ben ik daar heel slecht van geweest. Alles kwam terug. En deze zomer hebben heel goede vrienden van mij een zoon verloren in een auto-ongeluk. Onze kinderen zijn allemaal samen opgegroeid. Ook dat kwam snoeihard binnen. Tot begin dit jaar dacht ik dat ik al ver stond in de verwerking van de gebeurtenissen met mijn dochter. Niet dus. Bij elk kind dat sterft, voelt het alsof het opnieuw je eigen kind is. Hoe gaat u daarmee om? Tillekaerts: Toen Julie teruggevonden werd, stond ik op het podium bij een belangrijk FIT-evenement. Ik heb op mijn tanden gebeten en ben doorgegaan tot het einde, maar het heeft me veel moeite gekost. En waarom moest u op uw tanden bijten? Tillekaerts: De mensen hadden zo hard gewerkt aan dat project, ik vond dat ik niet onderuit mocht gaan. Dat heb ik gedaan toen het evenement afgelopen was. Ik word vaak sterk genoemd. Ik weet niet of dat klopt. Sterk zijn wil niet zeggen dat je geen immens verdriet kunt hebben. Het betekent gewoon dat je ervoor zorgt dat de dingen voortgaan. Ik weet wel dat ik een grote wilskracht heb. Die heeft me al door veel dingen heen geholpen. Leeft u graag? Tillekaerts: Ja. Ik heb al heel moeilijke momenten gehad, maar ik heb nog nooit gezegd: ik wil niet meer leven. Er was altijd wel iets wat mij aan boord hield. Mijn kinderen, of mijn partner. (denkt na) Ik vertoef niet elke dag in het paradijs, maar ik vermoed dat dat bij veel mensen zo is. Ik heb een goed gevoel bij mijn werk, en hoef niet rond te komen met een minimumloon. Je kinderen geen behoorlijk paar schoenen kunnen kopen omdat je daar de middelen niet voor hebt, dat moet verschrikkelijk zijn. Of ik me nog kan ergeren aan banaliteiten? (glimlacht) Absoluut. Aan zaken die misgaan bij verbouwingen, bijvoorbeeld. Een schakelaar die links staat terwijl ik duidelijk had gezegd dat hij rechts moest staan, daar kan ik me geweldig in opjagen. Dan word ik trouwens wel een pitbull, hoor. Vraag maar aan mijn aannemers. (lacht)