Terwijl in Vlaanderen kerken worden ontwijd en tot supermarkt worden omgebouwd, vindt de vibrerende jazzscene in Londen nieuwe speelplekken in actieve parochies. Onder de noemer Church of Sound geeft de Saint James the Great-kerk sinds april 2016 onderdak aan lui zoals drummer Moses Boyd en Shabaka Hutchings. Voor het eerst steekt het concept het Kanaal over: op 6 november kunt u opgaan in het hogere in de Brigittinenkerk in Brussel. Church-organisator Lexus Blondin heeft er een goed oog in.
...

Terwijl in Vlaanderen kerken worden ontwijd en tot supermarkt worden omgebouwd, vindt de vibrerende jazzscene in Londen nieuwe speelplekken in actieve parochies. Onder de noemer Church of Sound geeft de Saint James the Great-kerk sinds april 2016 onderdak aan lui zoals drummer Moses Boyd en Shabaka Hutchings. Voor het eerst steekt het concept het Kanaal over: op 6 november kunt u opgaan in het hogere in de Brigittinenkerk in Brussel. Church-organisator Lexus Blondin heeft er een goed oog in. Waarom kozen jullie voor Brussel als eerste buitenlandse experiment? Lexus Blondin: Een van onze vaste bezoekers is een Belg, en hij kwam met het idee aanzetten om het ook eens bij jullie te proberen. Maar daarnaast is het ook in Londen doorgedrongen dat de Britse jazz-scene erg in trek is in België. Toen was de beslissing snel genomen. Nieuw is de link tussen jazz en kerk niet. Duke Ellington deed het al met Come Sunday, en in de jaren vijftig bloeide de souljazz dankzij de Hammondorgels uit de kerken. Haalden jullie daar de inspiratie vandaan? Blondin: Het was veel pragmatischer. Mijn zakenpartner, Spencer Martin, is jazztoetsenist. Hij zocht een nieuwe baan én een plek om een studio te bouwen. Met dat snode plan liep hij de Londense kerken af om te zien of ze ergens een organist zochten. Zodra het antwoord 'ja' was, vroeg hij: 'En is er toevallig plaats voor een studio?' (lacht) Dat is dus de Saint James the Great-kerk in Oost-Londen geworden. Al snel stelde hij voor om er ook concerten te organiseren. De kerk is nog altijd in gebruik? Blondin: Zeker. Het gebeurt weleens dat we 's ochtends de priester kruisen die de mis komt voorbereiden. In zo'n niet-ontwijde kerk word je deel van de gemeenschap. We hebben geld ingezameld om het kerkorgel te laten restaureren, en er zijn ruimtes waar we muziekles geven aan kinderen uit de buurt. U brengt percussionist Kahil el'Zabar naar Brussel. Wat mogen we verwachten? Blondin: Ik heb hem pas dit jaar leren kennen, moet ik toegeven, maar wat een ontdekking. Zijn cv is indrukwekkend, van Dizzy Gillespie tot Nina Simone. In Chicago is hij een legende. Maar wat me nog het meest treft, is zijn aura. Toen ik hem voor het eerst live aan het werk zag, wist ik: deze man moeten we overvliegen voor ons eerste concert in Brussel. In de eerste helft spelen jullie acts een 'songbook', zeg maar: bekend repertoire van een grote naam. Na de pauze spelen ze eigen werk. Vanwaar die strakke opdeling? Blondin: Omdat je er twee verschillende publieken mee bereikt. Echte jazzaficionado's smullen bijvoorbeeld van een bewerking van A Love Supreme van John Coltrane. En daarna leren ze nieuw werk van eigen bodem kennen. Voor nieuwelingen in de jazz is het net andersom: zij komen meestal voor de Londense namen, maar leren ook een klassieker uit de canon kennen. In elk geval moedigen we alle bands aan om van het songbook een eigen bewerking te maken. Nostalgie interesseert ons niet. In Brussel wordt het songbook van tenorist Pharoah Sanders, de gewezen acoliet van Coltrane, gebracht. Wat maakt de late, sacrale periode van Coltrane zo aantrekkelijk voor deze tijden? Blondin: Die muziek is heel spiritueel, ze brengt mensen samen, ze is groter en hoger dan zijzelf. En dat kunnen we allemaal wel gebruiken in 2019 - ik hoef u niet te zeggen hoe rottig de tijden zijn. Muzikaal was Coltrane in die periode all over the place. Het zal wel opwindend zijn, maar snappen novicen daar iets van? Blondin: Ach, als de sfeer maar goed zit.