Michèle Anne De Mey: Nee. Dans is geen kunst waarmee je een gebeurtenis kunt imiteren of een interpretatie kunt afdwingen. Maar ik ontken niet dat in een coma liggen - in mijn geval: door een thermische schok - een ontluisterende ervaring is. Het heeft me voorgoed veranderd. Fysiek ben ik volledig hersteld maar ik ben 'ergens' geweest, ik heb 'iets' ervaren waardoor ik niet meer bang ben om te sterven. Ik ben de doodsangst voorbij.
...

Michèle Anne De Mey: Nee. Dans is geen kunst waarmee je een gebeurtenis kunt imiteren of een interpretatie kunt afdwingen. Maar ik ontken niet dat in een coma liggen - in mijn geval: door een thermische schok - een ontluisterende ervaring is. Het heeft me voorgoed veranderd. Fysiek ben ik volledig hersteld maar ik ben 'ergens' geweest, ik heb 'iets' ervaren waardoor ik niet meer bang ben om te sterven. Ik ben de doodsangst voorbij. Is er leven na de dood? Dat weet ik niet. Maar ik weet nu wel hoe het voelt om op de rand tussen leven en dood te staan. Het was alsof ik me in een een stil, wit vacuüm bevond, vol liefde en warmte. De Mey: Jaco (Van Dormael, de regisseur met wie De Mey haar leven deelt, nvdr.)en ik verkozen de Latijnse vertaling van dat woord omdat die veel meer omvat dan alleen de liefde tussen twee mensen. Over die liefde gaat dit stuk óók, hoor. Jaco was bij me in Toronto. We waren samen met ons collectief Kiss & Cry op rondreis door Canada. Ik zweefde ergens tussen leven en dood, en hij heeft me zien overleven. In 'amor' weerklinkt overigens ook het Franse woord voor de dood: 'la mort'. De Mey: Dat is een van de redenen waarom ik alleen op het podium sta. Een andere reden is dat Jaco en ik graag iets intiems wilden maken. De Mey: Inderdaad. Thematisch is er wel een verband: Kiss & Cry vertelt over verloren liefdes en in Cold Blood ensceneren we zeven sterfscènes. Maar vormelijk verschilt Amor daar enorm van. In Kiss & Cry en Cold Blood stond een crew op de set. We maakten scènes door - live - maquettes te filmen waarin bijvoorbeeld vingers dansten of je shots van bewegende lichamen kon zien. Die taal, waarin de camera een even grote rol speelt als de performers, bezigen we in Amor niet meer. We gebruiken wel filmbeelden, maar die worden niet live gemaakt. Het zijn beelden van wolken, bossen, landschappen. Ze benaderen het dichtst de sobere, ongekunstelde schoonheid van het vacuüm waarin ik me bevond toen ik in coma lag. We projecteren die beelden op een scherm zo groot als de scène. Dat scherm gebruik ik ook om mezelf te 'verdubbelen' of te spiegelen. Tijdens één scène verbeeldt het de grens tussen leven en dood. Je kunt er ook de grens in zien tussen wie je was en wie je bent. In 2019 word ik zestig. Ik hoop nog lang te kunnen dansen. Je wordt wel ouder, natuurlijk, en je verandert. Je gaat niet anders dansen, maar ook al beweeg je nog steeds gracieus en soepel over de scène: je danspassen worden wél anders gelezen. De Mey: Ik dans op erg expressieve muziek: Dido and Aeneas van Henry Purcell uit 1689. Mijn dans is, samen met die uiterst emotionele muziek en die poëtische natuurbeelden, een ode aan de universele liefde. Ik hoop dat de toeschouwers dat zullen voelen. Ik hoop ook dat ze zullen inzien hoe optreden voor een podiumkunstenaar de enig mogelijke en misschien wel de meest juiste vorm van verzet is. We wachten momenteel het subsidieadvies af van de Franstalige Gemeenschap, zie je. (Zucht) Besparen op kunst is besparen op liefde. Hoe zinvol is dat?