Hoe kwamen de moeders bij Het Gevolg terecht?
...

Hoe kwamen de moeders bij Het Gevolg terecht? Iris Bouche: Via MoMeNT, een kunstenorganisatie in Tongeren. Intendant Barbara Wyckmans vroeg Stefan - hij is de artistiek leider van Het Gevolg - een stuk met alleenstaande moeders te maken. Via verschillende organisaties, zoals Huis van het Kind dat kwetsbare gezinnen bijstaat, lanceerden we een oproep. Met moeite - veel mensen denken dat ze dit niet kunnen - vonden we vier moeders. De uitdaging? Hen tonen dat de scène een veilige plek is, waar je respectvol gezien en gehoord wordt. Het is geen therapie, maar spelen is wél therapeutisch. Je ziet hun zelfvertrouwen groeien. Wanneer werd u deel van deze productie? Bouche: Sinds januari werk ik bij Het Gevolg aan Hart & Hand, een project dat kwetsbare mensen via theater opnieuw wil laten instromen in de samenleving. Stefan vroeg me mee te doen aan dit stuk, dus dook ik mee de repetitieruimte in. Wat hield repeteren in? Bouche: We organiseerden wekelijks een workshop. Stefan weet de juiste vragen te stellen, zoals 'wat is jouw droom?' of 'waar ben je bang voor?' Mensen geven ontwapenend eerlijke antwoorden. Het mooiste moment? Dat waarop de kinderen een vraag stelden aan hun moeder. 'Mama, ben jij gelukkig?' of 'Mama, waarom sport jij niet?' In het echte leven moet een mens daarop antwoorden. Nu hoefde dat niet. Die emotionele scène zit in het stuk. Het wordt niet zozeer een stuk over 'alleenstaande moeder zijn' maar over alle geestige en confronterende kanten van het moederschap. Er wordt zot gedanst, gezongen en gedold met kostuums. U bent ook moeder. Bouche: Ja, en ik ben ook een tijd alleenstaande mama geweest. Aanvankelijk zou ik op de scène staan met mijn jongste dochter. Uiteindelijk voelde het beter om te regisseren, met Stefan. Als onze spelers iets niet verwoord krijgen, spring ik bij en laat hen vertellen met hun lichaam. Het is zo fascinerend om hen zich bewust te laten worden van de mogelijkheden van dat lichaam. Mijn dochter staat als enige kind zonder ouder op de scène. Soms is ook een kind alleenstaand. Zij vertelt mijn verhaal - ik ben geadopteerd en ken mijn biologische moeder niet - dat ook haar verhaal is. Zij is elf en geïntrigeerd door wie ze ís. Na een danscarrière bij Rosas maakte u in 2004 Lilium, een stuk gedanst door jongeren met en zonder een beperking. Tussen 2011 en 2019 leidde u de dansopleiding aan het Conservatorium Antwerpen. Nu bent u verbonden aan Het Gevolg. Wat is uw drijfveer? Bouche: Ik wil mezelf niet herhalen. En ik ben steeds meer overtuigd van de schoonheid van imperfectie. Na mijn job bij het Conservatorium Antwerpen volgde ik de opleiding Culturele Studies aan de universiteit. Ik schreef een scriptie over de kloof tussen de 'professionele kunstorganisaties' en de organisaties die werken met kwetsbare mensen. Die kloof is hier veel groter dan in Engeland of in Amerika, omdat te veel kunstenaars elitair denken. 'Die mensen halen ons niveau niet', zoiets. Ik vind dat kortzichtig. Als de moeders aangeven dat iets niet lukt, zoeken we een oplossing. Ik hoop dat de toeschouwers nadien denken: 'Volgende keer doe ik mee!' (lacht) Dit stuk vertelt eigenlijk hetzelfde als de reuzenstoet waarmee Het Gevolg Theater Aan Zee opent. Stefan wil 'de reus in de mens' eren. Wel, wij eren de reuzin die elke mama is.