Lydia Chagoll werd in 1931 geboren in het Nederlandse Voorburg als Lydia Aldewereld, dochter van een anti-fascistische journalist. Ze groeit op in in een Nederlands-Joods gezin dat vrij vlug naar Brussel uitwijkt. Het gezin slaat op de vlucht wanneer nazi-Duitsland binnenvalt en belandt na een lange omzwerving ongewild in Nederlands-Indië dat vervolgens onder de voet gelopen wordt door het leger van de Japanse keizer Hirohito. Drie jaar lang overleeft Chagoll in verschillende "jappenkampen". De tiener houdt er gruwelijke herinneringen aan over. Het is een belangrijke periode in haar leven, die mee aan de basis ligt van haar latere strijdende creativiteit en haar diepgeworteld sociaal engagement. Lydia Chagoll behaalt het getuigschrift van Germaanse filologie aan de Vrije Universiteit van Brussel en studeert daarna dans aan de Ecole Supérieure d'Etudes Chorégraphiques (Esec) in Parijs. Later zal ze nog studies aanvatten in klassieke en moderne danskunst, zowel in België als in Nederland, Frankrijk, Duitsland en Amerika. Van 1948 tot 1973 is Chagoll actief als ballerina, choreografe en klassieke danspedagoge. Ze richt haar eigen groep 'Ballet Lydia Chagoll' op, een rondreizend beroepsballetgezelschap met specifieke programma's voor volwassenen, voor adolescenten en voor kinderen. Als danseres en choreografe is ze onder meer werkzaam voor de Opera van Brussel, de KVS, de BRT, de RTBF en verschillende buitenlandse tv-stations. Vanaf de jaren zestig wordt ze actief als auteur en schrijft onder meer over ballet, kindermishandeling en de Tweede Wereldoorlog. Ze schreef onder andere "In naam van de Führer" (EPO, 1992) - "Buigen in jappenkampen" - "Hirohito, keizer van Japan. Een vergeten oorlogsmisdadiger? " - "Voor een glimlach van een kind" en "Het toekomstige verleden jaar" (EPO, 1998). In de jaren zeventig wordt ze actief als cineaste. Ze leert de knepen van het vak van haar levensgezel regisseur Frans Buyens, een van de meest geëngageerde cineasten die België gekend heeft, en bekend onder meer van de taboedoorbrekende film "Minder dood dan de anderen", een pleidooi dat het recht op waardig sterven consequent voorstelt. Over haar relatie met haar 'soulmate' Frans Buyens zei ze: "We zijn allebei solitair maar solidair." Op haar 83ste maakte Chagoll nog een documentaire over de zigeunervervolging, "Ma Bister". Gevraagd door Bruzz waar ze al de energie daarvoor haalde, antwoordde Chagoll: "Ik ben daar mee geboren. Ik hou het niet uit als ik niets doe. Als ik niet film, dan schrijf ik. (...) Je zou toch niet willen dat ik in mijn zetel naar teevee kijk, of u lastig val met gezeur over rugpijn of de vraag of ik krullen in mijn haar moet laten zetten. Ik lééf als ik actief ben." Chagoll werkte als lekenconsulente in mannengevangenissen. Voor haar sociale inzet kreeg ze in 1999 een eredoctoraat van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). (Belga)

Lydia Chagoll werd in 1931 geboren in het Nederlandse Voorburg als Lydia Aldewereld, dochter van een anti-fascistische journalist. Ze groeit op in in een Nederlands-Joods gezin dat vrij vlug naar Brussel uitwijkt. Het gezin slaat op de vlucht wanneer nazi-Duitsland binnenvalt en belandt na een lange omzwerving ongewild in Nederlands-Indië dat vervolgens onder de voet gelopen wordt door het leger van de Japanse keizer Hirohito. Drie jaar lang overleeft Chagoll in verschillende "jappenkampen". De tiener houdt er gruwelijke herinneringen aan over. Het is een belangrijke periode in haar leven, die mee aan de basis ligt van haar latere strijdende creativiteit en haar diepgeworteld sociaal engagement. Lydia Chagoll behaalt het getuigschrift van Germaanse filologie aan de Vrije Universiteit van Brussel en studeert daarna dans aan de Ecole Supérieure d'Etudes Chorégraphiques (Esec) in Parijs. Later zal ze nog studies aanvatten in klassieke en moderne danskunst, zowel in België als in Nederland, Frankrijk, Duitsland en Amerika. Van 1948 tot 1973 is Chagoll actief als ballerina, choreografe en klassieke danspedagoge. Ze richt haar eigen groep 'Ballet Lydia Chagoll' op, een rondreizend beroepsballetgezelschap met specifieke programma's voor volwassenen, voor adolescenten en voor kinderen. Als danseres en choreografe is ze onder meer werkzaam voor de Opera van Brussel, de KVS, de BRT, de RTBF en verschillende buitenlandse tv-stations. Vanaf de jaren zestig wordt ze actief als auteur en schrijft onder meer over ballet, kindermishandeling en de Tweede Wereldoorlog. Ze schreef onder andere "In naam van de Führer" (EPO, 1992) - "Buigen in jappenkampen" - "Hirohito, keizer van Japan. Een vergeten oorlogsmisdadiger? " - "Voor een glimlach van een kind" en "Het toekomstige verleden jaar" (EPO, 1998). In de jaren zeventig wordt ze actief als cineaste. Ze leert de knepen van het vak van haar levensgezel regisseur Frans Buyens, een van de meest geëngageerde cineasten die België gekend heeft, en bekend onder meer van de taboedoorbrekende film "Minder dood dan de anderen", een pleidooi dat het recht op waardig sterven consequent voorstelt. Over haar relatie met haar 'soulmate' Frans Buyens zei ze: "We zijn allebei solitair maar solidair." Op haar 83ste maakte Chagoll nog een documentaire over de zigeunervervolging, "Ma Bister". Gevraagd door Bruzz waar ze al de energie daarvoor haalde, antwoordde Chagoll: "Ik ben daar mee geboren. Ik hou het niet uit als ik niets doe. Als ik niet film, dan schrijf ik. (...) Je zou toch niet willen dat ik in mijn zetel naar teevee kijk, of u lastig val met gezeur over rugpijn of de vraag of ik krullen in mijn haar moet laten zetten. Ik lééf als ik actief ben." Chagoll werkte als lekenconsulente in mannengevangenissen. Voor haar sociale inzet kreeg ze in 1999 een eredoctoraat van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). (Belga)