Voor Micha Wertheim de beste cabaretier van Nederland werd, was hij goochelaar. Hij voerde zijn trucs vooral uit voor kinderen, en succesvol is hij er nooit echt mee geworden. Wertheim verwees er deze zomer naar in een essaytje over politieke kunst dat hij schreef voor De Correspondent. Ik kan die tekst helaas niet aanraden - het is warrig opgeschreven, de aanleiding is een Nederlands relletje dat de grens niet is overgestoken - maar er zat een beeld in dat lang door mijn hoofd is blijven spelen. 'Zoals ik kinderen vroeger vertelde dat ik e...

Voor Micha Wertheim de beste cabaretier van Nederland werd, was hij goochelaar. Hij voerde zijn trucs vooral uit voor kinderen, en succesvol is hij er nooit echt mee geworden. Wertheim verwees er deze zomer naar in een essaytje over politieke kunst dat hij schreef voor De Correspondent. Ik kan die tekst helaas niet aanraden - het is warrig opgeschreven, de aanleiding is een Nederlands relletje dat de grens niet is overgestoken - maar er zat een beeld in dat lang door mijn hoofd is blijven spelen. 'Zoals ik kinderen vroeger vertelde dat ik een toverstok had gekregen van een Chinese magiër', schreef Wertheim, 'zo kan het voor een theatermaker helpen om te verklaren dat een voorstelling gemaakt is omdat hij iets wil bijdragen aan de oplossing van het vluchtelingenvraagstuk. Mensen gaan ervan rechtop zitten. Het trekt niet alleen onze aandacht, het laat ons ook geloven dat wat we zien belangrijk is.' Kunstenaars die zichzelf belangrijk maken om aandacht te trekken. Het idee dat ze aan hetzelfde succesbejag doen als goochelaars vond ik verhelderend. Het is ook in veel gevallen gewoon waar, maar misschien wel nogal cynisch. Ik had het alweer uit mijn hoofd gezet, tot aan het begin van deze maand Chokri Ben Chikha op het Theaterfestival in Amsterdam de Staat van het Theater uitsprak. Daarin riep hij andere theatermakers en kunstenaars op tot activisme om de wereld te veranderen. Hij wilde 'artistieke strategieën uitdokteren die werkelijk een impact hebben op de samenleving, waarmee we kunnen inbreken in de realiteit'. Op het einde dreigde hij ermee zichzelf in brand te steken, als ultieme daad van verzet. Ben Chikha vergeleek zich daarmee met Mohamed Bouazizi, de Tunesische groenteverkoper die uiteindelijk de hele Arabische wereld in de hens zette. Dat hij de wanhoopsdaad van Bouazizi een 'performance' noemde, was al bedenkelijk, maar zijn hele optreden was natuurlijk even doorzichtig als de goocheltrucs waarmee Micha Wertheim kinderfeestjes opvrolijkte. Chokri Ben Chikha zette zichzelf niet in brand, de benzine waarmee hij zich overgoot was niet echt. Kan het pathetischer? En toch, en toch. De State of the Union op het Theaterfestival in de Antwerpse deSingel werd dit jaar uitgesproken door actrice Sara De Roo. Goochelen deed De Roo niet, ze gaf een stomvervelende opsomming van alle grieven van acteurs. Er zijn geen ensembles meer, de budgetten worden overal minder en het leven als freelancer is ook niet eenvoudig. Het zal allemaal wel, maar een inspirerende speech leverde dat niet op. Dan is zelfs een mislukte truc op de scène interessanter en vooral spannender. We hebben gewoon betere goochelaars nodig.