Begin deze maand reisde premier Charles Michel naar China om te zeggen wat de Chinezen willen horen. Met name dat we hun investeringen maar al te graag verwelkomen, ook al liep de deal met Eandis met een sisser af. Net op hetzelfde moment was ook Sigmar Gabriel in Peking. De Duitse vice-kanselier en minister van Economie had een andere boodschap uit Europa: met name dat de investeringskansen eerlijker moeten zijn. Volgens Gabriel kan het niet langer dat de Chinezen het ene na het andere Duitse bedrijf opkopen, terwijl Duitse bedrijven diezelfde kans in China niet krijgen. Het verschil in boodschap is meteen ook het verschil tussen een liberale premier van een klein Europees land en een sociaaldemocratische vice-kanselier van een groot Europees land.

'Charles Michel moet meer doen dan enkel een promopraatje houden om de Chinezen te behagen'

Begrijp me niet verkeerd. Dat we handel drijven met China moeten we geenszins in twijfel trekken. De opendeurpolitiek waarmee Deng Xiao Ping in 1977 de Chinese economie een boost gaf, blijft één van de grootste ontwikkelingsdaden van de afgelopen honderd jaar. Het resultaat is verbluffend. De gemiddelde welvaart is er vandaag bijna honderd keer groter dan in 1977 (ook al is de gemiddelde Belg nog steeds vijf keer zo rijk als de gemiddelde Chinees). Meer dan 500 miljoen mensen werden uit de armoede getild.

Qua omvang is dat een prestatie waar enkel Europese welvaartstaten de Chinezen in voorgingen. Toch roept de Communistische Partij nog altijd meer argwaan op dan bewondering. Zo herinner ik me een anekdote uit 2011. Toen kregen we de hint van de Chinese ambassade om een felicitatiebrief te schrijven naar aanleiding van de 90ste verjaardag van de Communistische Partij. Als een echte mandarijn prees ik de sociaal-economische vooruitgang, maar in standaard diplomatiek jargon wees ik ook op de nood aan politieke vooruitgang. Lees: democratie en mensenrechten. Toch wilde niemand van onze kopstukken de brief ondertekenen. De Communistische Partij en China, het blijft telkens weer glad ijs. En afgaande op de manier waarop Chinezen eerlijke handelsregels maar al te vaak omzeilen, is enig voorbehoud inderdaad op zijn plaats.

'De vrees dat die overnames deels zijn ingegeven om onze technologieën te kopiëren of zelfs militair te gebruiken, is terecht.'

Van een evenwicht in de handels- en investeringsrelatie is anno 2016 nauwelijks nog sprake. Zo importeren wij hier in Europa dubbel zo veel uit China - vooral goedkope consumptiegoederen geproduceerd aan lage milieu- en arbeidsstandaarden - dan dat we exporteren naar China. Ook het plaatje van de investeringen is verre van in evenwicht. Bedrijven uit de Europese Unie investeren maar de helft van wat Chinese bedrijven in de Unie investeren. Het lijkt er dus sterk op dat China zijn overschot op de handelsbalans met de Europese Unie gebruikt om Europese bedrijven op te kopen. Anders gezegd: met het geld dat de Chinezen aan ons verdienen, kopen ze onze bedrijven op.

Als we kijken waarin de Chinezen dan precies investeren bij ons, wordt het plaatje nog duidelijker. Zij kopen vooral bestaande industriële en technologische bedrijven, vooral in Duitsland. De vrees dat die overnames deels zijn ingegeven om onze technologieën te kopiëren of zelfs militair te gebruiken, is terecht. Enig respect voor intellectuele eigendomsrechten is de Chinese investeringsstrategie vreemd.

De boodschap van Gabriel in Peking was dan ook duidelijk. Zo lang China niet volgens eerlijke economische regels speelt, is het stop. Het Duitse ministerie van Economie heeft zelfs een voorstel uitgewerkt om Chinese overnames tegen te houden als er politieke bedoelingen achter zitten of wanneer China niet dezelfde openheid aan de dag legt met Europese investeringen in eigen land. Met andere woorden, het is Duitsland menens om de eerlijke regels doen gelden en Chinese politieke inmenging te beperken. Ook de Europese Unie moet die koers duidelijker varen. Jonathan Holslag spreekt in dat verband van een geo-economie: we moeten onze Europese koopkracht aanwenden om een socialer, ecologischer en democratischer welvaartsmodel te realiseren, niet om onszelf te ondermijnen via de achterdeur.

België, Duitsland én China winnaars van internationale handel en globalisering. Maar een langdurig politiek engagement voor die handel is op termijn alleen houdbaar als iedereen het spel volgens dezelfde eerlijke regels speelt. Onze premier had net zoals Gabriel die boodschap kunnen en moeten geven in Peking, in plaats van enkel zijn eigen promopraatje te houden om de Chinezen te behagen.

Begin deze maand reisde premier Charles Michel naar China om te zeggen wat de Chinezen willen horen. Met name dat we hun investeringen maar al te graag verwelkomen, ook al liep de deal met Eandis met een sisser af. Net op hetzelfde moment was ook Sigmar Gabriel in Peking. De Duitse vice-kanselier en minister van Economie had een andere boodschap uit Europa: met name dat de investeringskansen eerlijker moeten zijn. Volgens Gabriel kan het niet langer dat de Chinezen het ene na het andere Duitse bedrijf opkopen, terwijl Duitse bedrijven diezelfde kans in China niet krijgen. Het verschil in boodschap is meteen ook het verschil tussen een liberale premier van een klein Europees land en een sociaaldemocratische vice-kanselier van een groot Europees land.Begrijp me niet verkeerd. Dat we handel drijven met China moeten we geenszins in twijfel trekken. De opendeurpolitiek waarmee Deng Xiao Ping in 1977 de Chinese economie een boost gaf, blijft één van de grootste ontwikkelingsdaden van de afgelopen honderd jaar. Het resultaat is verbluffend. De gemiddelde welvaart is er vandaag bijna honderd keer groter dan in 1977 (ook al is de gemiddelde Belg nog steeds vijf keer zo rijk als de gemiddelde Chinees). Meer dan 500 miljoen mensen werden uit de armoede getild. Qua omvang is dat een prestatie waar enkel Europese welvaartstaten de Chinezen in voorgingen. Toch roept de Communistische Partij nog altijd meer argwaan op dan bewondering. Zo herinner ik me een anekdote uit 2011. Toen kregen we de hint van de Chinese ambassade om een felicitatiebrief te schrijven naar aanleiding van de 90ste verjaardag van de Communistische Partij. Als een echte mandarijn prees ik de sociaal-economische vooruitgang, maar in standaard diplomatiek jargon wees ik ook op de nood aan politieke vooruitgang. Lees: democratie en mensenrechten. Toch wilde niemand van onze kopstukken de brief ondertekenen. De Communistische Partij en China, het blijft telkens weer glad ijs. En afgaande op de manier waarop Chinezen eerlijke handelsregels maar al te vaak omzeilen, is enig voorbehoud inderdaad op zijn plaats. Van een evenwicht in de handels- en investeringsrelatie is anno 2016 nauwelijks nog sprake. Zo importeren wij hier in Europa dubbel zo veel uit China - vooral goedkope consumptiegoederen geproduceerd aan lage milieu- en arbeidsstandaarden - dan dat we exporteren naar China. Ook het plaatje van de investeringen is verre van in evenwicht. Bedrijven uit de Europese Unie investeren maar de helft van wat Chinese bedrijven in de Unie investeren. Het lijkt er dus sterk op dat China zijn overschot op de handelsbalans met de Europese Unie gebruikt om Europese bedrijven op te kopen. Anders gezegd: met het geld dat de Chinezen aan ons verdienen, kopen ze onze bedrijven op. Als we kijken waarin de Chinezen dan precies investeren bij ons, wordt het plaatje nog duidelijker. Zij kopen vooral bestaande industriële en technologische bedrijven, vooral in Duitsland. De vrees dat die overnames deels zijn ingegeven om onze technologieën te kopiëren of zelfs militair te gebruiken, is terecht. Enig respect voor intellectuele eigendomsrechten is de Chinese investeringsstrategie vreemd. De boodschap van Gabriel in Peking was dan ook duidelijk. Zo lang China niet volgens eerlijke economische regels speelt, is het stop. Het Duitse ministerie van Economie heeft zelfs een voorstel uitgewerkt om Chinese overnames tegen te houden als er politieke bedoelingen achter zitten of wanneer China niet dezelfde openheid aan de dag legt met Europese investeringen in eigen land. Met andere woorden, het is Duitsland menens om de eerlijke regels doen gelden en Chinese politieke inmenging te beperken. Ook de Europese Unie moet die koers duidelijker varen. Jonathan Holslag spreekt in dat verband van een geo-economie: we moeten onze Europese koopkracht aanwenden om een socialer, ecologischer en democratischer welvaartsmodel te realiseren, niet om onszelf te ondermijnen via de achterdeur. België, Duitsland én China winnaars van internationale handel en globalisering. Maar een langdurig politiek engagement voor die handel is op termijn alleen houdbaar als iedereen het spel volgens dezelfde eerlijke regels speelt. Onze premier had net zoals Gabriel die boodschap kunnen en moeten geven in Peking, in plaats van enkel zijn eigen promopraatje te houden om de Chinezen te behagen.