Cyclocrossers met een migratieachtergrond? Die hadden we nog niet in het oer-Vlaamse veldrijden. In het seizoen 2019-2020 kwam daar spectaculair verandering in. Ceylin Alvarado (21), een Rotterdamse met wortels in de Dominicaanse Republiek, rijdt dit seizoen alles aan flarden. Ze won de klassiekers van Koksijde, Gieten, Ruddervoorde, Loenhout, Baal en Ronse, en werd begin januari Nederlands kampioen. De Caraïben veroveren de Vlaamse modder? 'Nou... ik voel me meer Nederlands dan Dominicaans, eerlijk gezegd', zegt ze. 'We hebben er nog familie wonen en natuurlijk zal ik altijd een band hebben met het land, maar ik ben ondertussen al zo lang niet meer in de Dominicaanse Republiek geweest dat ik het amper nog ken. Nee, ik ben eerder Rotterdams dan Caraïbisch.' Haar volledige naam rolt vlot van de tong: Ceylin del Carmen Alvarado. 'Zeg maar Ceylin', flapt ze er meteen uit. Thuis spreekt het gezin Alvarado Spaans. Wie al een veldrit live heeft gevolgd, weet dat. Moeder Ramona, steevast present in de buurt van de finish, supportert geestdriftig. Caraïbische vurigheid die het wat onderkoelde Vlaamse veldrijden goed kan gebruiken.
...

Cyclocrossers met een migratieachtergrond? Die hadden we nog niet in het oer-Vlaamse veldrijden. In het seizoen 2019-2020 kwam daar spectaculair verandering in. Ceylin Alvarado (21), een Rotterdamse met wortels in de Dominicaanse Republiek, rijdt dit seizoen alles aan flarden. Ze won de klassiekers van Koksijde, Gieten, Ruddervoorde, Loenhout, Baal en Ronse, en werd begin januari Nederlands kampioen. De Caraïben veroveren de Vlaamse modder? 'Nou... ik voel me meer Nederlands dan Dominicaans, eerlijk gezegd', zegt ze. 'We hebben er nog familie wonen en natuurlijk zal ik altijd een band hebben met het land, maar ik ben ondertussen al zo lang niet meer in de Dominicaanse Republiek geweest dat ik het amper nog ken. Nee, ik ben eerder Rotterdams dan Caraïbisch.' Haar volledige naam rolt vlot van de tong: Ceylin del Carmen Alvarado. 'Zeg maar Ceylin', flapt ze er meteen uit. Thuis spreekt het gezin Alvarado Spaans. Wie al een veldrit live heeft gevolgd, weet dat. Moeder Ramona, steevast present in de buurt van de finish, supportert geestdriftig. Caraïbische vurigheid die het wat onderkoelde Vlaamse veldrijden goed kan gebruiken. Ceylin Alvarado hield lang de boot af, maar uiteindelijk start ze op het wereldkampioenschap van komend weekend dus toch bij de profs. Ze had unfinished business met het beloften-WK, waar het vorig jaar onverwacht fout liep. Maar nu de Rotterdamse zo vlot en vaak wint, wil ze gebruik maken van die topvorm. Sommige renners krijgen vleugels op een kampioenschap, andere raken verlamd door de stress. Ceylin Alvarado: Ik val eerder in de eerste categorie. Stress? Ik weet wel wat het is, maar anderen hebben er meer last van. Ik hou wel van de sfeer van zo'n WK: iedereen op de toppen van zijn tenen, weten dat het nú moet gebeuren... Ik heb veel gewonnen, dus de pers zal de druk opvoeren, maar daar moet ik mee om kunnen. Het heeft geen zin om te doen alsof ik niet de favoriet ben. Het is voor sporters trendy om te zeggen dat ze niet volgen wat er over hen geschreven wordt. Vaak is dat gelogen. Alvarado: Ik probeer écht zo min mogelijk te lezen. Je wilt niet gaan malen over wat er in de krant staat. Tot nu toe schrijven ze alleen positieve dingen over mij, maar dat kan snel veranderen. Op Facebook deelde u een column van Thijs Zonneveld: ' Holy moly, wat een atlete. Techniek, kracht, uithoudingsvermogen en een naam om te janken zo mooi. Een moordenaar op twee wielen.' Alvarado: Oh, dát had ik wel gelezen. Betrapt! (lacht) Wat een complimenten ook. Mijn dag was meteen goed. Nog een compliment, deze keer van Bart Wellens, ploegleider van uw concurrente Annemarie Worst: 'Ceylin Alvarado is de beste veldrijdster ter wereld.' Alvarado: Ik win crossen, leid in het klassement en was nummer één op de wereldranglijst, en toch geeft het een goed gevoel wanneer iemand als Bart zoiets zegt. Mijn ego wordt graag gestreeld. U hebt een bijzonder goede techniek en u houdt nooit in, maakt niet uit hoe glad een helling erbij ligt. Alvarado: Dat gebeurt zonder nadenken, wat dom is, maar remmen vind ik zó flauw. (lacht) Angst op een fiets ken ik niet. Dat is een wapen, en daarmee heb ik verschillende wedstrijden gewonnen. Op momenten dat ik niet stilsta bij de gevaren en gewoon gá, bouwen andere rensters voorzichtigheid in. Wie risico's neemt, gaat vaak tegen de grond. Alvarado: Dat klopt dus niet. Ik val juist weinig. Niet nooit, natuurlijk, maar als ik voorzichtiger zou gaan koersen, zou het even vaak of misschien wel vaker gebeuren. Je moet er mentaal wel een beetje van uitgaan dat het goedkomt. Wie denkt aan vallen, ligt al half op de grond. Jezelf wat opjutten, net iets meer durven dan een ander, vind ik leuk. Als je je grenzen niet verlegt, kun je ook niet de beste worden. U straalt in ieder geval plezier uit. 'Het zonnetje van het veldrijden', las ik. Alvarado: Ik heb pret in wat ik doe, ja. Titels, geld verdienen: allemaal fijn, maar als je me nou vraagt waar ik het voor doe, dan is het toch: omdat ik het zo leuk vind. (snel) Al ben ik natuurlijk ook gefocust, en erg ernstig bezig met mijn vak. Ik zeg het er maar bij, voor als mijn trainers dit lezen. (grijnst) Ze vragen het me voortdurend: 'Waarom lach jij altijd?' De Dominicaanse cultuur, misschien? Wij grappen veel met elkaar. Hè, hoor mij. Alsof het raar is dat een mens lacht. Veldrijden lijkt een sport die de grootste optimist kan doen somberen. De koude, de modder... Alvarado: Maar daar hou ik juist van! Ik weet even niet meer welke cross het was, maar er was dit seizoen een wedstrijd zo beestachtig zwaar dat ik nadien zelfs mijn bestek niet meer kon vasthouden. Alle kracht was uit mijn lijf. Geweldig, toch? (schatert) Je moet het omarmen, anders gaat het lijden misschien wel wegen, ja. Ik vind het kicken als sport zo extreem wordt. Veldrijden was nochtans geen liefde op het eerste gezicht. Ik was net begonnen met wielrennen en zocht een manier om de winter door te komen. Eerst vond ik het raar - wie gaat er nu fietsen in een bos? - maar als snel bleek dat bosfietsen leuker dan rijden op de weg. Ik werd er snel goed in, dat hielp. Eigenlijk was ik begonnen als hardloopster, maar in de atletiek voelde ik me niet helemaal op mijn plek. De klik was er niet. Toen ik begon te fietsen had ik wél meteen het gevoel dat het iets zou worden. Bizar. U woont in Rotterdam. Leeft het veldrijden daar? Alvarado: Niet dat ze ernaar kijken als een prutssport, maar het is ook niet zo dat veldrijden het nieuws domineert. Als ik aan schaatsen had gedaan, was ik vast bekender geweest. Nochtans is Rotterdam een wielerstad, zeker voor vrouwenwielrennen. Lucinda Brand en Chantal Blaak winnen veel en Rotterdammers zijn trots op Rotterdammers die het goed doen. In Vlaanderen is veldrijden groot. U hebt al jaren een supportersclub in café Jong Jut in Koningshooikt. Alvarado: Hele lieve mensen! Ik denk dat ik net achttien was, en nog helemaal geen grote kampioen, toen een Vlaamse man beleefd kwam vragen of hij voor mij en voor mijn broer Salvador 'alstublieft zou mogen supporteren'. Natuurlijk mag dat. (lacht) En zo heb ik dus een hele hoop fans in Koningshooikt, waar ik tot dan nog nooit was geweest. Salvador Alvarado was in de jeugdreeksen een concurrent van Thibau Nys. Hoe gaat het met hem? Alvarado: Niet zo goed. Mijn broer heeft last van zijn rug en moet zijn carrière tijdelijk stopzetten. Het is een probleem dat definitief van de baan moet zijn voor hij aan presteren kan denken. We moeten de moed erin houden, maar Salvador heeft al vaak slecht nieuws gekregen, jammer genoeg. Hoe werd jullie gezin ontvangen in het veldrijden? De combinatie van competitiviteit, supporters, bier en dat juist dat ene meisje met een kleurtje vaak wint: ik kan me voorstellen dat daar gedoe van komt. Alvarado: Ik kan me geen enkel incident herinneren. Fans keken weleens op als mijn moeder me in het Spaans aanmoedigde, maar racistische opmerkingen zijn er nooit geweest. Of zou ik ze niet hebben gehoord? Nee, dat kan ik me niet voorstellen. Het veldrijden is een warme, vriendelijke omgeving, hoor. Waarom zijn er zo veel goede Nederlandse cyclocrossers, zeker bij de vrouwen? Alvarado: Een Nederlander die te jong is voor een rijbewijs doet álles met de fiets. Zo heb je meteen een basis om goed te worden in die sport. Vlamingen fietsen ook veel, maar naar mijn idee is jullie benadering toch anders. Bij ons mag je spreken van een fietscultuur, een way of life haast. Voor Nederlandse jongeren ligt de lat best hoog om bijvoorbeeld geselecteerd te worden voor een Wereldbekercross. Alleen de hardste, beste renners halen het. Ik heb mijn hele jeugd duels uitgevochten met Yara Kastelijn en Inge van der Heijden, of met Annemarie Worst, die net iets ouder is. Zo maak je elkaar sterker. Wordt er sowieso een Nederlandse wereldkampioen? Sanne Cant zegt dat ze 'een plan' heeft. Alvarado: Het loopt bij Sanne al het hele seizoen wat minder. Kan gebeuren. Het WK is een bijzondere wedstrijd waar wel vaker verrassende namen opstaan, maar ik geloof niet dat Sanne de regenboogtrui pakt. Ze is de regerende kampioen en het zou fout zijn om haar helemaal uit te vlakken, maar normaal wordt het een strijd tussen de Nederlanders, ja. Dan is het zaak om als eerste weg te rijden. Of gaan de Nederlandse vrouwen elkaar de duvel aandoen? Alvarado: Vervelende vraag. (lacht) We hebben allemaal al veel gewonnen dit seizoen, dus het lijkt me logisch dat Annemarie Worst, Lucinda Brand en ik allemaal onze eigen kans willen gaan. Er zal nog wel overleg komen met de bondscoach, maar ik verwacht niet dat het een probleem wordt. De wedstrijd zal voor zich spreken. Zijn jullie concurrenten of vriendinnen? Alvarado: Hartsvrienden zullen we nooit worden - het blijven je tegenstanders - maar we kunnen het best met elkaar vinden. Er bestaan niet zoveel mensen die begrijpen wat het is om profwielrenster te zijn, we zitten in hetzelfde schuitje. Nee, tussen de Nederlandse vrouwen zit het he-le-maal goed. U bent Nederlands kampioen en leidt in alle klassementen. Als u ook nog het wereldkampioenschap wint, pakt u dit seizoen álles. Alvarado: Dat besef begint te komen. Het is ongelooflijk hoe het loopt en dat maakt me enorm trots. Maar ja, die ene superbelangrijke afspraak moet nog komen. Als het op het WK mislukt, dan zou ik toch teleurgesteld zijn. Dat mag niet - mijn seizoen is al top - maar natuurlijk wil ik de kers op de taart. Wat me nog het meest verbaast, is dat het nog lang niet op is bij mij. Ik heb al zo veel crossen gereden, en toch voel ik me nog fris. U bent pas 21. Hoeveel beter kunt u nog worden? Alvarado: Er zit best rek op. Qua kracht werp ik minder in de weegschaal dan de oudere vrouwen. Dat extra vermogen zal wel komen, en dan word ik nog gevaarlijker. Ook mentaal kan ik nog groeien. Bedoelt u dan: rustiger worden? Alvarado: Ik ben al koel, maar ik wil graag een echte killer worden. Ik voel nog niet aan hoe je een koers lam kunt leggen. Ik rijd op instinct en mijn buikgevoel kan me de goeie kant op sturen - of net helemaal verkeerd. Ik wil weten hoe je het afmaakt, zodat het als het ware een te volgen plan wordt. Mathieu van der Poel kan dat haarfijn uitleggen. Jullie rijden voor dezelfde ploeg. Delen jullie tips? Alvarado: Ik heb weinig contact met Mathieu. Zo nu en dan een felicitatie, als we elkaar kruisen, meer niet. Die jongen heeft het zo druk. En hij heeft mij echt niet nodig om te zeggen hoe het parcours erbij ligt. Mathieu hoeft niet eens een plan te volgen om te winnen. Op sociale media sluit u elke post af met de hashtag #godgrateful. Welke rol speelt het geloof in uw leven? Alvarado: Iemand die niet gelovig is, zal dat misschien niet snappen, maar mij geeft het mentale steun. Ik lees elke dag een stukje in de Bijbel. Even stilstaan, wat nadenken. Maar ik ben wel ruimdenkend in mijn geloof. Ik beschouw het niet als een set gedragsregels, in de trant van: 'Doe dit, maar als je dát doet, ga ja naar de hel.' Ach nee. Ik zal ook nooit veroordelen hoe andere mensen leven of zo. Voor mij is dat net het tegendeel van wat het betekent om christen te zijn.