De laatste weken werd er veel gezegd en geschreven over de staat van ons onderwijs. Diverse feiten, inschattingen en opinies van onderzoekers, leerkrachten, pedagogen en politici vlogen in het rond. De waarheid zal zoals vaak waarschijnlijk ergens in het midden liggen. Maar iedereen is het er wel over eens dat de kwaliteit achteruit boert én dat ons onderwijs moeilijk bij te sturen is. We lopen steeds achter de feiten aan, dat is onaanvaardbaar. We hebben nood aan permanente vinger aan de pols, een helder meetinstrument. Daarom pleiten wij voor centrale examens.

Centrale examens zijn een slimme manier om leerprestaties te volgen en mogelijk zelfs te verhogen.

De naam zegt het eigenlijk zelf: centrale examens zijn objectieve en wetenschappelijke testen die peilen naar het behalen van de eindtermen over de verschillende onderwijsnetten heen. Zo geven ze een goed inzicht over de prestaties en leerwinst van jongeren, én over de kwaliteit van het onderwijs. De term centraal examen klinkt geladen, maar slaat vooral op het netoverschrijdend karakter. Het is niet de bedoeling om je toekomst te laten afhangen van de resultaten, wel kan de test leerlingen helpen bij hun studiekeuzes.

Sneller bijsturen

Onderwijs is een logge tanker. Veranderingen die we nu doorvoeren kunnen we pas jaren later meten. Denk maar aan al de bijsturingen deze legislatuur rond het M-decreet. We hebben vandaag een onderwijsbeleid dat eigenlijk achter de feiten aanholt. Zo hebben we recent (her)ontdekt dat het onderwijs opnieuw meer moet inzetten op het overbrengen van kennis. Leerkrachten zeggen dit al sinds 2000. Dat is onaanvaardbaar. Voor de leerkrachten die hun best doen, voor de ouders die hun kinderen willen zien slagen en vooral voor de leerlingen die we veroordelen tot een leerachterstand terwijl we eigenlijk hadden kunnen bijsturen. We mogen geen tijd meer verliezen en moeten korter op de bal spelen. Dat kan met een centraal examen.

Meten is weten

Ons onderwijs moet terug vooruit. We zijn niet tevreden met een plaats in het internationale peloton, wij gaan terug voor goud in de internationale rankings. Daar horen we thuis want onze hersenen zijn de belangrijkste grondstof van Vlaanderen. Laat ons dus zorgen voor correcte meetinstrumenten, die ons de kans geven om het niveau en de kwaliteit van ons onderwijs, onze leerlingen en onze leerkrachten op de voet te volgen. Momenteel gebeuren er geregeld al peilingsonderzoeken via bijvoorbeeld interdiocesane proeven. Dat zijn goede instrumenten Maar de overheid, die het onderwijs subsidieert, krijgt het globale resultaat hiervan niet te zien. Of de PISA-testen, deze peilingsonderzoeken zijn vandaag moeilijk vergelijkbaar. De ene keer kijkt men naar wiskunde in het 5de jaar en de andere keer naar Nederlands in het 4de. Hier en daar meetpunten over verschillende onderwerpen zijn verre van evenwaardig met gerepeteerde en systematische testen. Daarom hebben we nood aan gestandaardiseerde proeven. Die op een objectieve en wetenschappelijke manier opgesteld.

Laat ons zorgen dat we kunnen bijsturen en zaken sneller kunnen aanpakken. Laat ons zorgen dat we via een centraal examen in het 6e leerjaar, maar ook per graad van het secundair onderwijs, zien wat er goed of slecht evolueert. Zo bestaan er bijvoorbeeld vandaag nog geen gestandaardiseerde proeven voor leerlingen van het zesde secundair. Elke school evalueert zijn leerlingen op een andere manier. Daardoor weten leerlingen vaak pas waar ze staan als ze naar een hogeschool of universiteit gaan en zijn ze soms niet gewapend voor de opleiding die ze gekozen hebben.

En net daar past het voorstel van centrale eindtermen in het prentje. Vandaag zijn er amper genormeerde of gestandaardiseerde testen beschikbaar in Vlaanderen maar de kennis om zulke testen te ontwikkelen hebben we absoluut wel aan onze universiteiten. Laten we er dan ook gebruik van maken.

Critici hebben gelijk dat er valkuilen zijn, zoals "teaching to the test" waarbij leerkrachten énkel gaan focussen op de vragen van de test. Maar laten we hier dan ook rekening mee houden in de uitwerking om zo te zorgen dat de juiste zaken worden getest. Bij een goede test van kennis en vaardigheden is "teaching to test" waarbij alle leerlingen sterker worden en over de lat springen net het onderwijsmodel dat we willen. Er zijn ook positieve effecten van een centraal examen op de eerlijkere oriëntering van sociaal kwetsbare kinderen. Meerdere recente en gerenommeerde studies toonden al aan dat er een sterk positief effect gekoppeld is aan centrale examens en dat voordelen opwegen tegen de nadelen.

Door objectieve meetmomenten kunnen we én de kwaliteit van ons onderwijs bijsturen én leerlingen beter begeleiden net omdat we hun leerwinst zullen kennen. Centrale examens zijn een slimme manier om leerprestaties te volgen en mogelijks zelfs te verhogen op een sociaal eerlijke manier. Ze laten ook toe om snel bij te sturen waar nodig. Niets doen en verder achteruit boeren is geen optie. Wij willen alvast niet wachten op de volgende onheilspellende studie over de kwaliteit van ons onderwijs.

De laatste weken werd er veel gezegd en geschreven over de staat van ons onderwijs. Diverse feiten, inschattingen en opinies van onderzoekers, leerkrachten, pedagogen en politici vlogen in het rond. De waarheid zal zoals vaak waarschijnlijk ergens in het midden liggen. Maar iedereen is het er wel over eens dat de kwaliteit achteruit boert én dat ons onderwijs moeilijk bij te sturen is. We lopen steeds achter de feiten aan, dat is onaanvaardbaar. We hebben nood aan permanente vinger aan de pols, een helder meetinstrument. Daarom pleiten wij voor centrale examens. De naam zegt het eigenlijk zelf: centrale examens zijn objectieve en wetenschappelijke testen die peilen naar het behalen van de eindtermen over de verschillende onderwijsnetten heen. Zo geven ze een goed inzicht over de prestaties en leerwinst van jongeren, én over de kwaliteit van het onderwijs. De term centraal examen klinkt geladen, maar slaat vooral op het netoverschrijdend karakter. Het is niet de bedoeling om je toekomst te laten afhangen van de resultaten, wel kan de test leerlingen helpen bij hun studiekeuzes. Onderwijs is een logge tanker. Veranderingen die we nu doorvoeren kunnen we pas jaren later meten. Denk maar aan al de bijsturingen deze legislatuur rond het M-decreet. We hebben vandaag een onderwijsbeleid dat eigenlijk achter de feiten aanholt. Zo hebben we recent (her)ontdekt dat het onderwijs opnieuw meer moet inzetten op het overbrengen van kennis. Leerkrachten zeggen dit al sinds 2000. Dat is onaanvaardbaar. Voor de leerkrachten die hun best doen, voor de ouders die hun kinderen willen zien slagen en vooral voor de leerlingen die we veroordelen tot een leerachterstand terwijl we eigenlijk hadden kunnen bijsturen. We mogen geen tijd meer verliezen en moeten korter op de bal spelen. Dat kan met een centraal examen.Meten is wetenOns onderwijs moet terug vooruit. We zijn niet tevreden met een plaats in het internationale peloton, wij gaan terug voor goud in de internationale rankings. Daar horen we thuis want onze hersenen zijn de belangrijkste grondstof van Vlaanderen. Laat ons dus zorgen voor correcte meetinstrumenten, die ons de kans geven om het niveau en de kwaliteit van ons onderwijs, onze leerlingen en onze leerkrachten op de voet te volgen. Momenteel gebeuren er geregeld al peilingsonderzoeken via bijvoorbeeld interdiocesane proeven. Dat zijn goede instrumenten Maar de overheid, die het onderwijs subsidieert, krijgt het globale resultaat hiervan niet te zien. Of de PISA-testen, deze peilingsonderzoeken zijn vandaag moeilijk vergelijkbaar. De ene keer kijkt men naar wiskunde in het 5de jaar en de andere keer naar Nederlands in het 4de. Hier en daar meetpunten over verschillende onderwerpen zijn verre van evenwaardig met gerepeteerde en systematische testen. Daarom hebben we nood aan gestandaardiseerde proeven. Die op een objectieve en wetenschappelijke manier opgesteld.Laat ons zorgen dat we kunnen bijsturen en zaken sneller kunnen aanpakken. Laat ons zorgen dat we via een centraal examen in het 6e leerjaar, maar ook per graad van het secundair onderwijs, zien wat er goed of slecht evolueert. Zo bestaan er bijvoorbeeld vandaag nog geen gestandaardiseerde proeven voor leerlingen van het zesde secundair. Elke school evalueert zijn leerlingen op een andere manier. Daardoor weten leerlingen vaak pas waar ze staan als ze naar een hogeschool of universiteit gaan en zijn ze soms niet gewapend voor de opleiding die ze gekozen hebben.En net daar past het voorstel van centrale eindtermen in het prentje. Vandaag zijn er amper genormeerde of gestandaardiseerde testen beschikbaar in Vlaanderen maar de kennis om zulke testen te ontwikkelen hebben we absoluut wel aan onze universiteiten. Laten we er dan ook gebruik van maken.Critici hebben gelijk dat er valkuilen zijn, zoals "teaching to the test" waarbij leerkrachten énkel gaan focussen op de vragen van de test. Maar laten we hier dan ook rekening mee houden in de uitwerking om zo te zorgen dat de juiste zaken worden getest. Bij een goede test van kennis en vaardigheden is "teaching to test" waarbij alle leerlingen sterker worden en over de lat springen net het onderwijsmodel dat we willen. Er zijn ook positieve effecten van een centraal examen op de eerlijkere oriëntering van sociaal kwetsbare kinderen. Meerdere recente en gerenommeerde studies toonden al aan dat er een sterk positief effect gekoppeld is aan centrale examens en dat voordelen opwegen tegen de nadelen. Door objectieve meetmomenten kunnen we én de kwaliteit van ons onderwijs bijsturen én leerlingen beter begeleiden net omdat we hun leerwinst zullen kennen. Centrale examens zijn een slimme manier om leerprestaties te volgen en mogelijks zelfs te verhogen op een sociaal eerlijke manier. Ze laten ook toe om snel bij te sturen waar nodig. Niets doen en verder achteruit boeren is geen optie. Wij willen alvast niet wachten op de volgende onheilspellende studie over de kwaliteit van ons onderwijs.