Toenmalig minister van Werk Kris Peeters (ook CD&V) voorzag in zijn wet wendbaar en werkbaar werk, uit 2017, een doelstelling van gemiddeld vijf dagen opleiding per voltijds equivalent per jaar. Een collectieve arbeidsovereenkomst moet deze opleidingsdoelstelling realiseren. Indien deze er niet is, kunnen de opleidingsdagen ook worden toegekend via een individuele opleidingsrekening. Het is echter zo dat er zowel op sectoraal als individueel niveau slechts een minimum van twee dagen opleiding wordt opgelegd. "Aan dat minimum wordt wel een groeipad gekoppeld waardoor het aantal opleidingsdagen toeneemt tot vijf per jaar. Toch zien we dat dit vaak onvoldoende is", meent Farih. "Het gaat in dit geval over een opleidingsinspanning van een aantal dagen per jaar per voltijds equivalent en niet op het individueel niveau van de werknemer. Dit kan ertoe leiden dat een bepaalde groep werknemers meer opleiding krijgt dan een andere, maar dat het bedrijf toch de doelstelling voor het gemiddeld aantal opleidingsdagen bereikt." Daarom pleit Farih voor een individueel, meeneembaar en afdwingbaar recht van vijf dagen opleiding per werknemer. Dit kan, net zoals in de huidige regelgeving, via het afsluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst of via een individuele opleidingsrekening. Farih ziet enkel voordelen: werknemers blijven zichzelf ontwikkelen in hun eigen job, werkgevers investeren in hun eigen personeel en er komt meer loopbaanzekerheid voor de werknemers. (Belga)

Toenmalig minister van Werk Kris Peeters (ook CD&V) voorzag in zijn wet wendbaar en werkbaar werk, uit 2017, een doelstelling van gemiddeld vijf dagen opleiding per voltijds equivalent per jaar. Een collectieve arbeidsovereenkomst moet deze opleidingsdoelstelling realiseren. Indien deze er niet is, kunnen de opleidingsdagen ook worden toegekend via een individuele opleidingsrekening. Het is echter zo dat er zowel op sectoraal als individueel niveau slechts een minimum van twee dagen opleiding wordt opgelegd. "Aan dat minimum wordt wel een groeipad gekoppeld waardoor het aantal opleidingsdagen toeneemt tot vijf per jaar. Toch zien we dat dit vaak onvoldoende is", meent Farih. "Het gaat in dit geval over een opleidingsinspanning van een aantal dagen per jaar per voltijds equivalent en niet op het individueel niveau van de werknemer. Dit kan ertoe leiden dat een bepaalde groep werknemers meer opleiding krijgt dan een andere, maar dat het bedrijf toch de doelstelling voor het gemiddeld aantal opleidingsdagen bereikt." Daarom pleit Farih voor een individueel, meeneembaar en afdwingbaar recht van vijf dagen opleiding per werknemer. Dit kan, net zoals in de huidige regelgeving, via het afsluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst of via een individuele opleidingsrekening. Farih ziet enkel voordelen: werknemers blijven zichzelf ontwikkelen in hun eigen job, werkgevers investeren in hun eigen personeel en er komt meer loopbaanzekerheid voor de werknemers. (Belga)