Bij het fenomeen van criminele weldoeners presenteren criminelen zich als sponsor van een vereniging of werken ze zich in in het bestuur, om zo het respect en vertrouwen van de bestuursleden winnen. Achteraf blijkt dan bijvoorbeeld dat ze via de vereniging geld hebben witgewassen. Een ander voorbeeld is een criminele motorclub die zich inkoopt in een voetbalclub en nadien de voetbalkantine blijkt te misbruiken voor clubavonden en andere activiteiten. Volgens CDV'er Steven Matheï komt het fenomeen de laatste jaren meer aan de oppervlakte in Nederland. Daar zou 3,4 procent van de sportclubs een vermoeden hebben van criminele infiltratie. Maar ook in België zijn er voorbeelden, aldus Matheï. Zo startte het parket van Limburg enkele jaren geleden al met een onderzoek in samenwerking met de UHasselt en het ARIEC. "En criminaliteit stopt natuurlijk niet aan de grens." Matheï pleit voor een 'indicatorensysteem'. Zo een checklist moet lokale verenigingen helpen om verdachte zaken op te merken. "Weinige sportclubs of verenigingen zijn zich vandaag bewust van de risico's en gevaren van criminele infiltratie. Een lijst met 'red flags', indicaties van verdachte praktijken, kan de problematiek in de aandacht brengen en verenigingen handvaten geven om alerter te zijn", zegt hij. Zo een lijst kan volgens de CDV'er enkel ontwikkeld worden door samenwerking met verschillende actoren. "Georganiseerde criminaliteit vraagt een integrale aanpak. Wanneer we een aantal rode vlaggen willen oplijsten zullen zowel de verenigingen, koepelorganisaties, politie, parket, het ARIEC en de FOD Financiën moeten samenwerken", aldus nog Matheï. Die pleit er ook voor dat lokale besturen in het verhaal betrokken worden. "Zij zijn het eerste aanspreekpunt van de clubs en verenigingen. Ze zouden het fenomeen van criminele weldoeners beter moeten leren kennen en vanaf het moment dat het indicatorensysteem ontwikkeld is, dit moeten promoten bij de lokale sportclubs en verenigingen." (Belga)

Bij het fenomeen van criminele weldoeners presenteren criminelen zich als sponsor van een vereniging of werken ze zich in in het bestuur, om zo het respect en vertrouwen van de bestuursleden winnen. Achteraf blijkt dan bijvoorbeeld dat ze via de vereniging geld hebben witgewassen. Een ander voorbeeld is een criminele motorclub die zich inkoopt in een voetbalclub en nadien de voetbalkantine blijkt te misbruiken voor clubavonden en andere activiteiten. Volgens CDV'er Steven Matheï komt het fenomeen de laatste jaren meer aan de oppervlakte in Nederland. Daar zou 3,4 procent van de sportclubs een vermoeden hebben van criminele infiltratie. Maar ook in België zijn er voorbeelden, aldus Matheï. Zo startte het parket van Limburg enkele jaren geleden al met een onderzoek in samenwerking met de UHasselt en het ARIEC. "En criminaliteit stopt natuurlijk niet aan de grens." Matheï pleit voor een 'indicatorensysteem'. Zo een checklist moet lokale verenigingen helpen om verdachte zaken op te merken. "Weinige sportclubs of verenigingen zijn zich vandaag bewust van de risico's en gevaren van criminele infiltratie. Een lijst met 'red flags', indicaties van verdachte praktijken, kan de problematiek in de aandacht brengen en verenigingen handvaten geven om alerter te zijn", zegt hij. Zo een lijst kan volgens de CDV'er enkel ontwikkeld worden door samenwerking met verschillende actoren. "Georganiseerde criminaliteit vraagt een integrale aanpak. Wanneer we een aantal rode vlaggen willen oplijsten zullen zowel de verenigingen, koepelorganisaties, politie, parket, het ARIEC en de FOD Financiën moeten samenwerken", aldus nog Matheï. Die pleit er ook voor dat lokale besturen in het verhaal betrokken worden. "Zij zijn het eerste aanspreekpunt van de clubs en verenigingen. Ze zouden het fenomeen van criminele weldoeners beter moeten leren kennen en vanaf het moment dat het indicatorensysteem ontwikkeld is, dit moeten promoten bij de lokale sportclubs en verenigingen." (Belga)