Een poging tot paars-groen uitgebreid met het CD&V. Dat is het voorstel van PS-kopstuk Paul Magnette met zijn noodregering. Zijn voorzitter, gewezen premier Elio Di Rupo, had al direct na de verkiezingen over een 'Octopussy'-coalitie met ook nog het CdH daarbij, maar die koos ondertussen voor de oppositie.

Maar wat zijn de voor- en nadelen van een dergelijke constructie met zeven partijen (paars-groen plus CD&V) en 88 zetels van de 150 in de Kamer van Volksvertegenwoordigers? Deze samenstelling heeft een meerderheid , maar kan niets wijzigen aan bijvoorbeeld de 'Bijzondere Financieringswet'. Bovendien zou het ook met een partij minder kunnen. Zonder CD&V komt deze coalitie uit op 76 zetels. Alleen de PS is met 20 zetels onmisbaar.

CD&V is in zetels de grootste Vlaamse verliezer van afgelopen 26 mei. De partij ging van 18 naar 12 Kamerzetels, goed voor een verlies van 33 procentpunt. Bij de andere Vlaamse partijen is dit: S.PA min 31 procent, N-VA min 24 procent en Open VLD min 14 procent. Alleen het CdH verloor nog meer in zetelpercentage: min 45 procent.

Wat kan CD&V eigenlijk gaan doen in een paars-groen kabinet? Zoals de kaarten nu liggen, is het antwoord simpel: niets! Trouwens, de christendemocraten moeten er eerst voor zorgen dat ze opnieuw in de Vlaamse regering geraken. Want daar zitten de bevoegdheden over Onderwijs, Gezin en de Lokaal Bestuur. CD&V heeft goed gescoord in oktober 2018 bij de lokale verkiezingen. En de financiering, de regelgeving alsook een mogelijke fusieoperatie van de lokale besturen wordt op Vlaams niveau beslist. Een aanwezigheid in de volgende Vlaamse regering is voor CD&V dan ook van essentieel belang. Van het voor de verkiezingen door CD&V aangekondigde front met het CdH is niets meer overgebleven. Al is het maar omdat CdH erg klein is geworden en voor de oppositie kiest.

CD&V kan helemaal niets gaan doen in een paars-groen kabinet.

Herman Matthijs

Als CD&V niet meedoet aan paars-groen, kan nog het Fransdolle Défi worden aangesproken met zijn twee Kamerzetels. Want in ruil voor een verdere deelname aan de Brusselse regering is deze partij wel bereid om een paas-groen kabinet, met een Franstalig overwicht, te steunen. Een paars-groen kabinet met Défi haalt 78 zetels en heeft een meerderheid in de Kamer, weliswaar zonder een Vlaamse meerderheid. Maar dat laatste is geen constitutionele vereiste.

Obstakels, obstakels en nog eens obstakels

Hoe zit het de andere zes leden van een eventueel paarsgroen federaal kabinet?

Voor de PS is paars-groen de terugkeer naar de federale macht. Bovendien zit de partij ook in alle regeringen van de deelstaten. Alleen is het niet duidelijk hoe men al de voorgestelde uitgaven denkt te financieren? Bovendien is er meer geld nodig voor de Franstalige deelstaten en dat vereist een herziening van de Bijzondere Financieringswet. Daarvoor is een tweederdemeerderheid nodig in beide taalgroepen en in de Kamer. Maar paars-groen geraakt met de christendemocraten maar aan 93 stemmen in de Kamer

De PS ziet het ook met lede ogen aan dat de drie overblijvers van de Zweedse constructie verder besturen in lopende zaken met 38 zetels in de Kamer. Dat is nog nooit vertoond in de politieke geschiedenis van dit land. Maar de socialisten met de groenen en met steun van de communisten krijgen dit kabinet-Michel niet weg. Dan moet de PS gaan aankloppen bij de N-VA.

SP.A gaat dan federaal opnieuw meebesturen en Vlaams niet. We dienen er vanuit te gaan dat paars-groen Vlaanderen weghoudt van een Bourgondisch kabinet. Dat zou voor SP.A een te grote spreidstand zijn.

De MR kan federaal blijven mee besturen, maar zal wel geen zeven ministers meer mogen leveren. Ze zou wel deel kunnen blijven uitmaken van het nieuwe Waalse paarse kabinet en eventueel ook van die van de Franse Gemeenschap. Maar de Franstalige liberalen zullen het wel moeten slikken dat ze Brussel in de oppositie blijven.

Open VLD is de meest rechtse partner in een dergelijke constructie en zou dan de enige partij zijn die zowel Vlaams als federaal mee gaat besturen. En daar zit al een eerste probleem voor de Vlaamse liberalen, namelijk: gaan zij federaal besturen zonder CD&V en N-VA? Bovendien is er een intergalactisch verschil tussen de budgettaire en fiscale ideeën van de Open VLD ten opzichte van Ecolo en PS. Een ander probleem is dat de liberalen in Brussel opnieuw besturen zonder de MR en ditmaal zonder het viceministerpresidentschap.

Er zijn teveel heterogene bevoegdheden en de financieringswet werkt niet.

Ecolo zou een serieuze greep naar de macht doen, want ze zouden in alle regeringen komen behalve die van de Duitstaligen. Maar Ecolo heeft wel een probleem dat de partij mathematisch niet nodig is voor een Waalse regering. Ze is daar in overtal voor de paarse combinatie: PS en MR. Groen, dat helemaal niet de electorale doorbraak kende à la Ecolo, zou dan federaal en Brussels kunnen besturen, maar niet Vlaams.

Formatie

Een paars-groene coalitie heeft wel 76 zetels, maar dat is niet genoeg om stabiel te besturen. Dus er is een zevende partner nodig om dit een kans te geven. Bovendien zijn de verschillen tussen de partijen enorm. Al de voorstellen van PS en Ecolo kosten miljarden en besparingen zijn niet hun geliefd thema. Eventueel kan men het premierschap aan de Open VLD aanbieden om de partij daarvan te overtuigen.

Maar besturen zonder een Vlaamse meerderheid en tegen de nummers één (N-VA), twee (VB) en drie (CD&V) in Vlaanderen gaat uitdraaien op een electorale opdoffer in 2024 voor de liberalen. Trouwens belastingverhogingen zullen betaald worden door de Vlaamse middenklasse. Een van de lessen van 26 mei jongstleden is juist dat die middenklasse bepaald niet tevreden is over het feit dat ze weinig terugkrijgt van de overheid ten aanzien van de hoge belastingdruk.

Kortom, een paars-groene constructie ligt niet onmiddellijk voor de hand. Gezien de rechtse stemming in Vlaanderen en de linkse stemming in Brussel en Wallonië zijn we in een toestand gekomen van een problematische federale bestuurbaarheid. Er zijn teveel heterogene bevoegdheden en de financieringswet werkt niet.

In eerste instantie zullen de twee leidende partijen (PS en N-VA) eens aan tafel moeten gaan zitten om te horen wat er nog mogelijk zou zijn. Dat zal tijd vergen en daarom moet op korte termijn de band worden weggeknipt tussen de federale formatie en de die van de deelstaten. Maar 26 mei heeft ook geleerd dat het nefast is om drie verkiezingen op één dag te houden. Het terug apart houden van deze verkiezingen zou al een eerste daad zijn van goed bestuur.