1. Aan welke eisen moeten onderzoekers voldoen?
...

1. Aan welke eisen moeten onderzoekers voldoen? Onderzoekers die bij een Federale Wetenschappelijke Instelling (FWI) aan het werk gaan, moeten een bepaalde kennis van het Frans of het Nederlands kunnen aantonen, een zogenaamd B2-niveau. Ook wetenschappers aan universiteiten moeten dat taalniveau halen, maar zij krijgen drie jaar de tijd om aan die voorwaarde te voldoen. Dat willen we gelijktrekken. 2. Wat voor onderzoek doen de FWI's? België heeft nog tien wetenschappelijke instellingen op federaal niveau, waaronder het Afrikamuseum, het Rijksarchief, het KMI, de Koninklijke Bibliotheek en het Jubelparkmuseum. Ze doen allemaal fundamenteel wetenschappelijk onderzoek en beheren de artistieke en historische collecties van ons land. Het zijn instituten met internationale weerklank. In drie jaar tijd willen we 125 nieuwe onderzoekers aantrekken. Als we zoveel middelen aanwenden, moeten we ervoor zorgen dat we de absolute toppers kunnen overtuigen om naar ons land te komen. 3. Zijn die taaleisen dan een probleem? Door van internationale experts te vragen dat ze de taal meteen machtig zijn, trekken we een extra barrière op. Voor veel mensen geeft dat de doorslag om niet voor een positie aan onze onderzoeksinstellingen te kiezen. 4. Onze onderzoeksinstellingen moeten dus aan competitiviteit inboeten? We moeten onze instellingen alle wapens geven om op internationaal niveau mee te kunnen strijden om toptalent. Zonder een gelijkschakeling is het in ieder geval moeilijker om de meest competente mensen naar hier te halen. Ook de FWI's zelf vragen een zekere overgangsperiode voor hun toppersoneel. Voor federale culturele instituten zoals De Munt en het Nationaal Orkest geldt trouwens een volledige vrijstelling van de taalvereisten. 5. Andere nieuwkomers die de taal niet machtig zijn kunnen toch ook niet bij de overheid aan de slag?Dat ligt inderdaad gevoelig, maar de vergelijking gaat niet helemaal op. Wetenschappelijk onderzoek gebeurt bij uitstek in een internationale omgeving, met experts van over de hele wereld die doorgaans het Engels als voertaal gebruiken. Onze wetgeving moet zich aanpassen aan dat internationale karakter.