De Nederlandse Tweede Kamer wil dat er geleidelijk een einde komt aan vluchten tussen Amsterdam en Brussel. De reis per trein tussen de twee steden is vrijwel altijd sneller. Bovendien staan dergelijke korte vluchten, in tijden van klimaatmarsen, als een tang op een varken.

Ook in ons land gaan stemmen op om de trein aantrekkelijker te maken voor korte verplaatsingen ten opzichte van het vliegtuig. Zowel Stefaan Van Hecke (Groen) als Vincent Van Peteghem (CD&V) stippen daarbij de scherpe prijszetting in de luchtvaartsector aan, met de komst van de prijsbrekers.

De reiziger betaalt geen btw op vliegtickets en er gelden geen accijnzen op kerosine - allemaal voordelen die wegvallen op het spoor. Gevolg is dat je voor sommige vluchten een pak minder betaalt dan voor een treinrit naar dezelfde bestemming.

'Dit economisch model met spotgoedkope tickets is niet houdbaar. We betalen hier allemaal aan mee', voert Van Hecke aan. Hij wil af van de 'braderie-tarieven' en pleit daarom voor 'eerlijke concurrentie'. En om de trein echt concurrentieel te maken, moet er volgens het Kamerlid ook worden geïnvesteerd in betere infrastructuur en een hogere frequentie.

Ook CD&V klopt op die nagel. Kamerlid Van Peteghem wil dat er een onderzoek komt naar de mogelijkheden om luchtvervoer voor korte afstanden te vervangen door treinvervoer, naar analogie met een studie die in Nederland werd uitgevoerd.

Om die switch te bewerkstelligen, moeten de overheid, de spooroperatoren, de luchthavens en vliegmaatschappijen een gezamenlijke visie uitwerken en moet worden nagegaan welke inspanningen ons land kan leveren om internationale hogesnelheidstreinen naar die bepaalde bestemmingen aantrekkelijker te maken.

Daarbij hoort ook een onderzoek naar hoe Brussels Airport op meer en frequentere hogesnelheidsverbindingen kan worden aangesloten. Van Peteghem wil dat de overheid op Europees niveau pleit voor meer fiscale solidariteit tussen de vervoersmodi en onderzoekt of subsidies terug toegelaten zouden moeten worden op spoorverbindingen die in concurrentie staan met de luchtvaart.

Ook wil CD&V dat de overheid in Europa pleit voor meer uniformiteit van treininfrastructuur en veiligheidssystemen. Dat moet het mogelijk maken aan meer spoorcapaciteit en een uitgebreider internationaal aanbod te werken.