Volgens het federaal parket had de PKK in België en in andere West-Europese landen op grote schaal jonge Koerden geronseld. Die zouden uit hun familiale omgeving weggerukt worden en in kampen in de Oostkantons, Irak en Griekenland klaargestoomd worden voor de gewapende strijd. Daarnaast zou de PKK zich in België bezig hebben gehouden met de aanmaak en handel in valse identiteitsdocumenten en zou ze aan fondsenwerving gedaan hebben bij particulieren en handelaars, veelal onder bedreiging of met geweld. Het radiostation Mesopotamia, dat onder het televisiestation ROJ-TV in Denderleeuw valt, zou dienst gedaan hebben als operationeel PKK-communicatiekanaal.

Het gerechtelijk onderzoek ging al in 2006 van start en leidde in maart 2010 tot 18 huiszoekingen in heel België. In 2015 vroeg het federaal parket om een 40-tal personen en vennootschappen naar de correctionele rechtbank te verwijzen, onder meer voor deelname aan de activiteiten van een terroristische groep.

Bij die verdachten waren Remzi Kartal en Zubeydir Aydar, in 2010 de voorzitter en ondervoorzitter van het Kurdistan National Kongress, maar ook werknemers van ROJ-TV en het bedrijf achter het televisiekanaal zelf, ROJ NV. De Brusselse raadkamer en KI hadden alle verdachten buiten vervolging gesteld omdat ze van oordeel waren dat het Turks-Koerdische conflict beschouwd moest worden als een gewapend conflict en de terrorismewetgeving dus niet van toepassing kon zijn.

Dat arrest was door het hof van cassatie verbroken, maar in maart 2019 besloot de KI opnieuw alle verdachten buiten vervolging te stellen omdat de PKK niet zou kunnen beschouwd worden als een terroristische groep. Ditmaal heeft het hof van cassatie de cassatieberoepen tegen het arrest van de KI verworpen.

'Het hof van cassatie heeft een historische uitspraak gedaan', zegt Orhan Kilic, woordvoerder van Navbel (Raad van de Koerdische Gemeenschap van België). 'Binnen Europa is deze uitspraak een unicum die hoogstwaarschijnlijk gevolgen zal hebben voor andere landen en zelfs de Europese Unie. De EU-terreurlijst zit heel vaak antidemocratische regimes aan te moedigen om binnenlandse oppositie te criminaliseren en te onderdrukken in plaats van terreur te voorkomen. Wij hopen dan ook dat de EU-terreurlijst zelf ook in vraag gesteld wordt.'

Volgens de woordvoerder verzet de uitspraak bakens in het debat over de Koerdische kwestie, het optreden van de Turkse staat en de rol van de PKK: 'Nu de geestdodende terreur-retoriek over het streven van de Koerden naar rechten, aangepast zal worden, kan de Koerdische kwestie en het misdadig optreden van Turkije veel beter begrepen worden. Ten tweede hopen wij dat met deze decriminalisering de westerse overheden en de EU beter gepositioneerd zijn om Turkije te dwingen om een vreedzame en politieke oplossing te zoeken voor de Koerdische kwestie.'

'Als de Koerdische gemeenschap van België blijven we bij ons standpunt dat het streven naar nationale, culturele en politieke rechten voor het Koerdische volk legitiem zijn, en dat met een vreedzame, politieke en onderhandelde benadering het gewapend conflict gestopt kan worden', klinkt het nog

Volgens het federaal parket had de PKK in België en in andere West-Europese landen op grote schaal jonge Koerden geronseld. Die zouden uit hun familiale omgeving weggerukt worden en in kampen in de Oostkantons, Irak en Griekenland klaargestoomd worden voor de gewapende strijd. Daarnaast zou de PKK zich in België bezig hebben gehouden met de aanmaak en handel in valse identiteitsdocumenten en zou ze aan fondsenwerving gedaan hebben bij particulieren en handelaars, veelal onder bedreiging of met geweld. Het radiostation Mesopotamia, dat onder het televisiestation ROJ-TV in Denderleeuw valt, zou dienst gedaan hebben als operationeel PKK-communicatiekanaal.Het gerechtelijk onderzoek ging al in 2006 van start en leidde in maart 2010 tot 18 huiszoekingen in heel België. In 2015 vroeg het federaal parket om een 40-tal personen en vennootschappen naar de correctionele rechtbank te verwijzen, onder meer voor deelname aan de activiteiten van een terroristische groep. Bij die verdachten waren Remzi Kartal en Zubeydir Aydar, in 2010 de voorzitter en ondervoorzitter van het Kurdistan National Kongress, maar ook werknemers van ROJ-TV en het bedrijf achter het televisiekanaal zelf, ROJ NV. De Brusselse raadkamer en KI hadden alle verdachten buiten vervolging gesteld omdat ze van oordeel waren dat het Turks-Koerdische conflict beschouwd moest worden als een gewapend conflict en de terrorismewetgeving dus niet van toepassing kon zijn. Dat arrest was door het hof van cassatie verbroken, maar in maart 2019 besloot de KI opnieuw alle verdachten buiten vervolging te stellen omdat de PKK niet zou kunnen beschouwd worden als een terroristische groep. Ditmaal heeft het hof van cassatie de cassatieberoepen tegen het arrest van de KI verworpen. 'Het hof van cassatie heeft een historische uitspraak gedaan', zegt Orhan Kilic, woordvoerder van Navbel (Raad van de Koerdische Gemeenschap van België). 'Binnen Europa is deze uitspraak een unicum die hoogstwaarschijnlijk gevolgen zal hebben voor andere landen en zelfs de Europese Unie. De EU-terreurlijst zit heel vaak antidemocratische regimes aan te moedigen om binnenlandse oppositie te criminaliseren en te onderdrukken in plaats van terreur te voorkomen. Wij hopen dan ook dat de EU-terreurlijst zelf ook in vraag gesteld wordt.' Volgens de woordvoerder verzet de uitspraak bakens in het debat over de Koerdische kwestie, het optreden van de Turkse staat en de rol van de PKK: 'Nu de geestdodende terreur-retoriek over het streven van de Koerden naar rechten, aangepast zal worden, kan de Koerdische kwestie en het misdadig optreden van Turkije veel beter begrepen worden. Ten tweede hopen wij dat met deze decriminalisering de westerse overheden en de EU beter gepositioneerd zijn om Turkije te dwingen om een vreedzame en politieke oplossing te zoeken voor de Koerdische kwestie.' 'Als de Koerdische gemeenschap van België blijven we bij ons standpunt dat het streven naar nationale, culturele en politieke rechten voor het Koerdische volk legitiem zijn, en dat met een vreedzame, politieke en onderhandelde benadering het gewapend conflict gestopt kan worden', klinkt het nog