Vanaf dinsdag (1 december) mogen niet-essentiële winkels opnieuw de deuren openen. Met het oog op de feestdagen een flinke verademing voor heel wat handelaars. Toch weerklinkt er bij de winkeliers heel wat ongenoegen over het feit dat ze in de eerste plaats de deuren moesten sluiten. 'Als deze week aan het licht komt dat niet-essentiële winkels nooit dicht hadden moeten zijn, dan zakt de broek op onze schoenen', zo verwoordde Jorg Snoeck van RetailDetail het zondag op de Antwerpse regionale zender ATV.
...

Vanaf dinsdag (1 december) mogen niet-essentiële winkels opnieuw de deuren openen. Met het oog op de feestdagen een flinke verademing voor heel wat handelaars. Toch weerklinkt er bij de winkeliers heel wat ongenoegen over het feit dat ze in de eerste plaats de deuren moesten sluiten. 'Als deze week aan het licht komt dat niet-essentiële winkels nooit dicht hadden moeten zijn, dan zakt de broek op onze schoenen', zo verwoordde Jorg Snoeck van RetailDetail het zondag op de Antwerpse regionale zender ATV. Aanleiding van de commotie zijn uitspraken die minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (SP.A) vrijdag op de openbare omroep deed: 'Winkelen is eigenlijk geen groot risico als dat gebeurt op een heel gecontroleerde manier. Maar op een bepaald moment moet je een beetje een schokeffect krijgen en daarbij hoort de sluiting van niet-essentiële winkels. Op een bepaald moment moet je zeggen: den blok erop.'Ook vanuit politieke hoek kwam er kritiek. N-VA-voorzitter Bart De Wever trok op Twitter van leer tegen Vandenbroucke: 'Wij gingen ervan uit dat de premier en de minister van Volksgezondheid zich baseerden op ratio en wetenschap. Niet dus. Als je middenstanders te gronde wil richten en het draagvlak voor maatregelen wil wegslaan, dan moet je het zo aanpakken.'Maar De Wever is niet de enige die de boodschap van Vandenbroucke niet kan pruimen. Ook bij de Franstalige liberalen klonk er bij monde van Kamerlid Denis Ducarme en voormalig minister Marie-Christine Marghem (beiden MR) kritiek op de minister van Volksgezondheid. 'Toen de winkels en de horeca dichtgingen, dacht ik dat dat op de wetenschap was gebaseerd. Nu blijkt dat de beslissing genomen is om een schokeffect te creëren, is echt onrustwekkend', aldus Ducarme aan La Libre Belgique.In een reactie op De Wever wees Open VLD-voorzitter Egbert Lachaert erop dat Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) de sluiting mee goedkeurde in het Overlegcomité en de uitspraken van Vandenbroucke onderschrijft: 'De boodschap die we enkele weken geleden met het Overlegcomité wilden doen, was dat het menens was', aldus Jambon aan De Tijd. Politoloog Carl Devos (UGent) begrijpt waarom de uitspraken van de minister van Volksgezondheid voor wrevel zorgen. 'Vandenbroucke geniet veel autoriteit op wetenschappelijk vlak. Als hij het debat aangaat, wint hij dat doorgaans op basis van argumenten die stoelen op relevant bewijsmateriaal. Maar als hij naar eigen zeggen een schokeffect wilde creëren, dan lijkt het alsof er voor zulke maatregelen geen wetenschappelijke evidentie bestaat en heerst er ontgoocheling.'Anderzijds meent Devos dat de meeste critici de hand in eigen boezem moeten steken. 'Alle nationale of regionale beleidspartijen zijn rechtstreeks of onrechtstreeks in het Overlegcomité vertegenwoordigd. Ook N-VA. Als Jambon het niet eens is met bepaalde beslissingen of enkel maatregelen wil nemen waarvoor hard wetenschappelijk bewijs bestaat, dan moet hij maar met zijn vuist op tafel slaan. Nu mist de kritiek geloofwaardigheid', klinkt het. Volgens Devos legt de kritiek van De Wever de moeilijke positie van N-VA rond het coronadossier bloot. 'N-VA wil in Vlaanderen een beleidspartij zijn en op federaal vlak harde oppositie voeren. In theorie kan dat werken: Jambon is de regeringsman, De Wever de partijman. Maar nu Jambon samen met het federale niveau beslissingen neemt, zorgt dat voor een gespleten beeld binnen de partij.'Blijft de vraag of het wel zin had om de niet-essentiële winkels te sluiten. De beslissing op 30 oktober werd alleszins in een context genomen waarin het coronavirus in alle hevigheid om zich heen greep. In de zeven dagen die aan het bewust Overlegcomité voorafgingen, werden er in totaal 107.214 bevestigde besmettingen vastgesteld. En dat in een periode waarin mensen zonder symptomen na een hoogrisicocontact niet meer werden getest. Tegen die achtergrond riep de Vlaamse regering op 30 oktober de civiele noodtoestand voor volksgezondheid uit. Drie dagen later, wanneer de maatregel van kracht ging, lagen 1.302 mensen met een covid-19-infectie op intensieve zorg in de ziekenhuizen, het hoogste aantal sinds het begin van de pandemie. Biostatisticus Geert Molenberghs is ervan overtuigd dat de sluiting van de niet-essentiële winkels de juiste keuze was. 'Het bewijs wijst op een klein effect van winkels. Maar zelfs dat kleine effect laat in combinatie met de hoge circulatie en de omkadering zoals drukte en het openbaar vervoer geen andere keuze. Op een bepaald moment komt er een punt waarop - behalve thuisblijven - alles gevaarlijk wordt. Dan moet je ingrijpen.' Molenberghs meent daarnaast dat de uitspraken van de minister van Volksgezondheid verkeerd worden geïnterpreteerd: 'In mijn ogen bedoelde Vandenbroucke dat hij een schok op de curve wilde teweegbrengen en niet op de psyche van de bevolking.'Volgens virologe Erika Vlieghe (UAntwerpen) stond de sluiting van de niet-essentiële winkels niet bovenaan het advieslijstje. 'Het terugschroeven van evenementen, verplicht telewerk en de verlenging van de herfstvakantie waren voor ons belangrijker. Maar alle beetjes helpen wanneer de nood het hoogst is', klinkt het. 'Bovendien heeft het geen zin om maatregelen geïsoleerd van elkaar te beoordelen en er een polemiek rond te maken. Het gaat over de optelsom die een gecombineerd effect teweegbrengt op een moment waarop het virus heel hard circuleert.'Dat is ook waar Vandenbroucke vrijdag op alludeerde. De minister van Volksgezondheid liet in hetzelfde interview op Terzake omfloerst uitschijnen dat de context rond het winkelen een belangrijke factor speelt. 'Als we terug een beetje perspectief krijgen, kan één iemand die alleen naar een winkel gaat en daar snel iets koopt en terugkomt, dat wel terug doen', aldus Vandenbroucke.