Bij de vorming van de nieuwe regering duidde Groen Tinne Van der Straeten en Petra De Sutter aan als ministers. Kamerfractieleider en onderhandelaar Kristof Calvo viel uit de boot en moest dus zijn ministerambities opbergen. Calvo had op zich geen probleem met het gekozen duo, wel met de manier waarop hij werd behandeld tijdens de besluitvorming. Calvo vroeg tijd om zich te bezinnen over zijn politieke toekomst. Calvo ging nadenken, wandelen en uitwaaien aan de Belgische kust. De Mechelaar erkent dat hij graag minister was geworden. "Inderdaad, ik wou graag minister worden. Omdat ik ons eigenzinnig land, een land waar ik van hou, en de politiek, mijn allereerste lief, wil veranderen", stelt hij. Net omdat hij na jaren oppositie de kans kreeg om "iets te kunnen opbouwen in plaats van te moeten bekritiseren" was de teleurstelling over de gemiste ministerpost groot. Maar Calvo slikte die ontgoocheling door en wil vanuit het parlement werk maken van politieke vernieuwing met een focus op samenwerking. "Vanuit het parlement wil ik meewerken aan een politiek van openheid, nieuwsgierigheid en kwetsbaarheid, aan het nieuwe tijdperk waar ik het over had tijdens het investituurdebat in het Europees Parlement, aan meer democratie en minder particratie", aldus Calvo. Dat pleidooi voor meer samenwerking is volgens hem "geen pleidooi voor slappe koffie of voltijdse grijsheid". Zaken zoals de coronacrisis en de oprukkende extremen maken het volgens Calvo nodig om op een "assertieve en overtuigende manier" aan politiek te doen. "Net daarom is het geen tijd om op te geven. Er zijn heel wat landgenoten met veel grotere kopzorgen. Horecaondernemers zien zwarte sneeuw, mensen van alle leeftijden voelen zich eenzaam en de zorgsector is moegestreden, terwijl de coronacijfers pieken. Voor hen wil ik iets betekenen, en dat kan het best in de politiek", aldus nog Calvo. Calvo zet daarom door als Kamerfractieleider en als "overtuigde ecologist, als complexloze progressief en als enthousiaste Vivaldist." (Belga)

Bij de vorming van de nieuwe regering duidde Groen Tinne Van der Straeten en Petra De Sutter aan als ministers. Kamerfractieleider en onderhandelaar Kristof Calvo viel uit de boot en moest dus zijn ministerambities opbergen. Calvo had op zich geen probleem met het gekozen duo, wel met de manier waarop hij werd behandeld tijdens de besluitvorming. Calvo vroeg tijd om zich te bezinnen over zijn politieke toekomst. Calvo ging nadenken, wandelen en uitwaaien aan de Belgische kust. De Mechelaar erkent dat hij graag minister was geworden. "Inderdaad, ik wou graag minister worden. Omdat ik ons eigenzinnig land, een land waar ik van hou, en de politiek, mijn allereerste lief, wil veranderen", stelt hij. Net omdat hij na jaren oppositie de kans kreeg om "iets te kunnen opbouwen in plaats van te moeten bekritiseren" was de teleurstelling over de gemiste ministerpost groot. Maar Calvo slikte die ontgoocheling door en wil vanuit het parlement werk maken van politieke vernieuwing met een focus op samenwerking. "Vanuit het parlement wil ik meewerken aan een politiek van openheid, nieuwsgierigheid en kwetsbaarheid, aan het nieuwe tijdperk waar ik het over had tijdens het investituurdebat in het Europees Parlement, aan meer democratie en minder particratie", aldus Calvo. Dat pleidooi voor meer samenwerking is volgens hem "geen pleidooi voor slappe koffie of voltijdse grijsheid". Zaken zoals de coronacrisis en de oprukkende extremen maken het volgens Calvo nodig om op een "assertieve en overtuigende manier" aan politiek te doen. "Net daarom is het geen tijd om op te geven. Er zijn heel wat landgenoten met veel grotere kopzorgen. Horecaondernemers zien zwarte sneeuw, mensen van alle leeftijden voelen zich eenzaam en de zorgsector is moegestreden, terwijl de coronacijfers pieken. Voor hen wil ik iets betekenen, en dat kan het best in de politiek", aldus nog Calvo. Calvo zet daarom door als Kamerfractieleider en als "overtuigde ecologist, als complexloze progressief en als enthousiaste Vivaldist." (Belga)