Dat meldt de procureur van het Zwitsersekanton Wallis, Olvier Elsig, in een persbericht dat door het federaal parket werd verspreid.

Het Zwitserse gerecht gaat ervan uit dat de oorzaak van de ramp moet gezocht worden in een onoplettendheid of een flauwte van de chauffeur en stelt voor het onderzoek naar de ramp af te sluiten.

De busramp kostte het leven aan 28 mensen, waarvan 22 schoolkinderen uit Heverlee en Lommel. In de loop van het onderzoek door het Zwitserse gerecht werden al een hele reeks mogelijke oorzaken zoals overdreven snelheid, staat van de weg of een technisch defect aan de bus uitgesloten. De procureur Elsig heeft de families van de
slachtoffers op de hoogte gebracht van de resultaten van de laatste expertises die nog moesten uitgevoerd worden in het onderzoek. Het ging om twee medische expertiserapporten, naar een mogelijk hartfalen en het gebruik van antidepressiva door de chauffeur.

Bij de autopsie van de chauffeur was een coronaire pathologie ontdekt in de linkerkransslagader, zo meldt het persbericht van de procureur. "Het ging om een pathologie die weinig voorkomt bij jonge mannen en een acuut infarct, angina pectoris en/of een hartritmestoornis kan veroorzaken. Ze zou een malaise kunnen veroorzaakt hebben die
aan de basis ligt van het verlies van controle over het voertuig, maar die onmogelijk a posteriori vast te stellen is. In dit geval is er echter geen concreet element dat toelaat een eventuele flauwte van de chauffeur toe te schrijven aan een cardiovasculaire pathologie."

Antidepressiva

Daarnaast was gebleken dat de buschauffeur al twee jaar milde antidepressiva nam en ook daarnaar is onderzoek verricht. "Het antidepressivum wordt vaak voorgeschreven bij depressies", gaat het persbericht verder, "en kan in de eerste weken van de behandeling een aantal bijwerkingen veroorzaken zoals slaperigheid, slapeloosheid, agitatie, en, zelden tot zeer zelden, verwardheid, hallucinaties, angstgevoel, paniek, trillen en duizeligheid. Na de eerste weken past het organisme zich goed aan. In een vroege fase van de behandeling kan het ook zelfmoordneigingen in de hand werken."

Uit het onderzoek bleek evenwel dat de buschauffeur het middel al twee jaar lang nam en dat de voorgeschreven standaarddosis begin 2012 met de helft werd verminderd omdat de behandeling later volledig stopgezet zou worden.

"Volgens de Franse richtlijnen (er bestaan geen Zwitserse richtlijnen) is het gebruik van het antidepressivum verenigbaar met een activiteit als beroepschauffeur", aldus het persbericht. "Gezien de duur van de behandeling en de dosering, is het weinig waarschijnlijk dat de paroxetine de rijvaardigheid op het moment van het ongeval zou verminderd hebben."

Onderzoek afsluiten

Ook een zelfmoordpoging, uitgelokt door het middel, wordt zo goed als uitgesloten: "Gezien de leeftijd van de chauffeur, 34 jaar, en de duur van de behandeling, is het weinig waarschijnlijk dat de paroxetine een impulsieve zelfmoordneiging in de hand gewerkt heeft. De geneesheer van de chauffeur heeft trouwens verklaard dat er geen enkele aanleiding was om te denken dat zijn patiënt suïcidaal was."

Het Zwitserse gerecht gaat er dan ook van uit dat een onoplettendheid en/of een malaise van de chauffeur de belangrijkste mogelijke oorzaken van het ongeval blijven. Omdat die oorzaken uitsluitend betrekking hebben op de chauffeur, wordt voorgesteld om het onderzoek af te sluiten. De slachtoffers krijgen nu nog een termijn om opmerkingen te formuleren of bijkomende onderzoeksdaden te vragen.

'Ouders ontgoocheld door gebrek aan zekerheid'

De ouders van de slachtoffertjes zullen daar vermoedelijk op ingaan en extra onderzoeksdaden vragen. Dat zegt advocaat Dirk Vanden Boer, die het merendeel van de Lommelse nabestaanden vertegenwoordigd.

Hij merkt ontgoocheling bij gebrek aan zekerheid over de oorzaak van het ongeval. "Het blijft bij hypotheses, terwijl de mensen op zoek zijn naar duidelijkheid", legt hij uit.

Vanden Boer verwacht dat het onderzoek hiermee niet rond is. Hij zal met de ouders nagaan of ze nog extra onderzoeksdaden zullen vragen, maar verwacht alvast van wel. Wat dan precies, daar wil hij niet op vooruit lopen. Advocaten waren immers niet welkom op het informele overleg met de procureur. Vanden Boer moet het dossier dus nog onderzoeken.

Er zou ook nog een vertaling komen van de Franse en Duitse stukken. Een strafrechtelijke vervolging verwacht de advocaat niet meer. "De chauffeur is overleden, terwijl er voor de rest geen derden zijn aangeduid", verduidelijkt hij. Aangezien de beslissing nog niet officieel is meegedeeld, is het voorlopig wel nog gissen naar de Zwitserse termijnen.

Voor de burgerlijke zaak had Vanden Boer intussen wel al contact met de busmaatschappij en diens verzekeraar. Op basis van de wet aansprakelijkheden motorrijtuigen (art. 29bis) zijn ook al voorlopige vergoedingen betaald. (Belga/AVE)

Dat meldt de procureur van het Zwitsersekanton Wallis, Olvier Elsig, in een persbericht dat door het federaal parket werd verspreid. Het Zwitserse gerecht gaat ervan uit dat de oorzaak van de ramp moet gezocht worden in een onoplettendheid of een flauwte van de chauffeur en stelt voor het onderzoek naar de ramp af te sluiten. De busramp kostte het leven aan 28 mensen, waarvan 22 schoolkinderen uit Heverlee en Lommel. In de loop van het onderzoek door het Zwitserse gerecht werden al een hele reeks mogelijke oorzaken zoals overdreven snelheid, staat van de weg of een technisch defect aan de bus uitgesloten. De procureur Elsig heeft de families van de slachtoffers op de hoogte gebracht van de resultaten van de laatste expertises die nog moesten uitgevoerd worden in het onderzoek. Het ging om twee medische expertiserapporten, naar een mogelijk hartfalen en het gebruik van antidepressiva door de chauffeur. Bij de autopsie van de chauffeur was een coronaire pathologie ontdekt in de linkerkransslagader, zo meldt het persbericht van de procureur. "Het ging om een pathologie die weinig voorkomt bij jonge mannen en een acuut infarct, angina pectoris en/of een hartritmestoornis kan veroorzaken. Ze zou een malaise kunnen veroorzaakt hebben die aan de basis ligt van het verlies van controle over het voertuig, maar die onmogelijk a posteriori vast te stellen is. In dit geval is er echter geen concreet element dat toelaat een eventuele flauwte van de chauffeur toe te schrijven aan een cardiovasculaire pathologie." AntidepressivaDaarnaast was gebleken dat de buschauffeur al twee jaar milde antidepressiva nam en ook daarnaar is onderzoek verricht. "Het antidepressivum wordt vaak voorgeschreven bij depressies", gaat het persbericht verder, "en kan in de eerste weken van de behandeling een aantal bijwerkingen veroorzaken zoals slaperigheid, slapeloosheid, agitatie, en, zelden tot zeer zelden, verwardheid, hallucinaties, angstgevoel, paniek, trillen en duizeligheid. Na de eerste weken past het organisme zich goed aan. In een vroege fase van de behandeling kan het ook zelfmoordneigingen in de hand werken." Uit het onderzoek bleek evenwel dat de buschauffeur het middel al twee jaar lang nam en dat de voorgeschreven standaarddosis begin 2012 met de helft werd verminderd omdat de behandeling later volledig stopgezet zou worden."Volgens de Franse richtlijnen (er bestaan geen Zwitserse richtlijnen) is het gebruik van het antidepressivum verenigbaar met een activiteit als beroepschauffeur", aldus het persbericht. "Gezien de duur van de behandeling en de dosering, is het weinig waarschijnlijk dat de paroxetine de rijvaardigheid op het moment van het ongeval zou verminderd hebben." Onderzoek afsluiten Ook een zelfmoordpoging, uitgelokt door het middel, wordt zo goed als uitgesloten: "Gezien de leeftijd van de chauffeur, 34 jaar, en de duur van de behandeling, is het weinig waarschijnlijk dat de paroxetine een impulsieve zelfmoordneiging in de hand gewerkt heeft. De geneesheer van de chauffeur heeft trouwens verklaard dat er geen enkele aanleiding was om te denken dat zijn patiënt suïcidaal was." Het Zwitserse gerecht gaat er dan ook van uit dat een onoplettendheid en/of een malaise van de chauffeur de belangrijkste mogelijke oorzaken van het ongeval blijven. Omdat die oorzaken uitsluitend betrekking hebben op de chauffeur, wordt voorgesteld om het onderzoek af te sluiten. De slachtoffers krijgen nu nog een termijn om opmerkingen te formuleren of bijkomende onderzoeksdaden te vragen.'Ouders ontgoocheld door gebrek aan zekerheid'De ouders van de slachtoffertjes zullen daar vermoedelijk op ingaan en extra onderzoeksdaden vragen. Dat zegt advocaat Dirk Vanden Boer, die het merendeel van de Lommelse nabestaanden vertegenwoordigd. Hij merkt ontgoocheling bij gebrek aan zekerheid over de oorzaak van het ongeval. "Het blijft bij hypotheses, terwijl de mensen op zoek zijn naar duidelijkheid", legt hij uit. Vanden Boer verwacht dat het onderzoek hiermee niet rond is. Hij zal met de ouders nagaan of ze nog extra onderzoeksdaden zullen vragen, maar verwacht alvast van wel. Wat dan precies, daar wil hij niet op vooruit lopen. Advocaten waren immers niet welkom op het informele overleg met de procureur. Vanden Boer moet het dossier dus nog onderzoeken.Er zou ook nog een vertaling komen van de Franse en Duitse stukken. Een strafrechtelijke vervolging verwacht de advocaat niet meer. "De chauffeur is overleden, terwijl er voor de rest geen derden zijn aangeduid", verduidelijkt hij. Aangezien de beslissing nog niet officieel is meegedeeld, is het voorlopig wel nog gissen naar de Zwitserse termijnen. Voor de burgerlijke zaak had Vanden Boer intussen wel al contact met de busmaatschappij en diens verzekeraar. Op basis van de wet aansprakelijkheden motorrijtuigen (art. 29bis) zijn ook al voorlopige vergoedingen betaald. (Belga/AVE)