Sinds begin dit jaar heeft de ziekte volgens de Verenigde Naties meer dan 1.800 slachtoffers gemaakt, evenveel als het aantal slachtoffers van ebola in een jaar tijd in het buurland Congo.

Van 1 januari tot 21 juli dit jaar werd "een totaal van 5.738.661 gevallen en 1.801 overlijdens gesignaleerd" volgens een rapport van het VN-bureau voor humanitaire zaken (OCHA). Burundi telt ongeveer 11,5 miljoen inwoners en OCHA (Office for the Coordination of Humanitarian Affairs) preciseert dat eenzelfde persoon de ziekte verscheidene keren kan oplopen. De auteurs van het rapport hebben het over "epidemische proporties" sinds begin mei, maar de Burundese regering weigerde tot dusver een malaria-epidemie af te kondigen, ondanks vragen in die zin van de internationale organisaties.

In de week van 15 tot 21 juli dit jaar "werden 152.243 gevallen, waaronder 65 overlijdens, gesignaleerd in 39 (gezondheids)districten van de 46" die Burundi telt, meldde OCHA, dat spreekt van een "toename met 164 procent van het aantal gesignaleerde gevallen" vergeleken met dezelfde week van 2018.

Dat er weinig beroep wordt gedaan op preventieve maatregelen als muskietennetten en dat er een gebrek is aan menselijke, logistieke en financiële middelen zijn de voornaamste factoren die de opstoot verklaren.