Heeft Antwerpen een cokeprobleem? 'Als je in de Schelde springt, test je achteraf positief op cocaïne', zei politierechter Peter D'Hondt vorige week in Knack. 40 ton van het goedje werd vorig jaar onderschept, een kwart meer dan in 2016. De Federale Gerechtelijke Politie Antwerpen arresteerde 135 verdachten, en legde beslag op 10,2 miljoen euro aan witgewassen drugswinsten. Stuk voor stuk records, en toch weten we: dit is maar het topje van de ijsberg. Politie en justitie zijn de eersten om dat toe te geven. Cocaïne wordt al lang niet meer in sportzakken of koffers met dubbele bodem verstopt. Smokkelen gaat met tonnen tegelijk, in containers die met medeplichtigheid van corrupte havenarbeiders door internationaal vertakte bendes worden ingevoerd. Het levert de diamantstad een tweede bijnaam op: de coke hub van Europa. Tegenover de boomende import staat natuurlijk een boomende vraag. Na cannabis is cocaïne aardig op weg om ingeburgerd te raken als verboden maar sociaal aanvaard roesmiddel. Het uitgaansleven is ervan vergeven, maar ook het thuisgebruik zit in de lift. En niet alleen in Antwerpen: coke overspoelt alle steden van enige omvang in Noordwest-Europa.
...

Heeft Antwerpen een cokeprobleem? 'Als je in de Schelde springt, test je achteraf positief op cocaïne', zei politierechter Peter D'Hondt vorige week in Knack. 40 ton van het goedje werd vorig jaar onderschept, een kwart meer dan in 2016. De Federale Gerechtelijke Politie Antwerpen arresteerde 135 verdachten, en legde beslag op 10,2 miljoen euro aan witgewassen drugswinsten. Stuk voor stuk records, en toch weten we: dit is maar het topje van de ijsberg. Politie en justitie zijn de eersten om dat toe te geven. Cocaïne wordt al lang niet meer in sportzakken of koffers met dubbele bodem verstopt. Smokkelen gaat met tonnen tegelijk, in containers die met medeplichtigheid van corrupte havenarbeiders door internationaal vertakte bendes worden ingevoerd. Het levert de diamantstad een tweede bijnaam op: de coke hub van Europa. Tegenover de boomende import staat natuurlijk een boomende vraag. Na cannabis is cocaïne aardig op weg om ingeburgerd te raken als verboden maar sociaal aanvaard roesmiddel. Het uitgaansleven is ervan vergeven, maar ook het thuisgebruik zit in de lift. En niet alleen in Antwerpen: coke overspoelt alle steden van enige omvang in Noordwest-Europa. Het duidingsprogramma Pano wijdde onlangs een veelbesproken reportage aan de impact van de cocaïnehandel op enkele Antwerpse wijken. Getoond werd hoe verschillende Marokkaanse families de regionale cokedistributie voor hun rekening nemen. De families zouden ook de hand hebben gehad in recente opstootjes in Borgerhout en Antwerpen-Noord, waarbij de politie door rellende jongeren werd belaagd. Een strategie van drugsbaronnen om hun territorium af te schermen, verklaarde Bart De Wever, die een hoofdrol kreeg in de Pano-aflevering. De Antwerpse burgemeester en N-VA-voorzitter verkondigde uitgebreid zijn geloof in de war on drugs. Preventie alleen volstaat niet, volgens De Wever kan alleen consequente repressie de epidemie indijken. Niet iedereen is daarvan overtuigd. Al in 1914 werden in Amerika de eerste federale wetten ter beteugeling van narcotica goedgekeurd. Ook België voerde al vroeg de prohibitie in. De wet van 24 februari 1921 voorzag in een totaalverbod op het vervaardigen, verhandelen en gebruiken van verdovende middelen. Bijna een eeuw later is deze wet nog grotendeels van kracht, zij het met één belangrijke wijziging. Sinds 2003 maakt de wet een onderscheid tussen cannabis en andere drugs, terwijl ook het gebruik anders wordt vervolgd wanneer het om minder- of of meederjarigen gaat. Het totaalverbod bleef overeind, maar de wijziging zette de deur open voor een halfhartig gedoogbeleid. Cannabis voor eigen gebruik blijft in principe illegaal, maar het persoonlijke bezit van minder dan drie gram of het thuis kweken van één moederplant wordt in de regel niet vervolgd. Om het komende eeuwfeest van de Belgische war on drugs te 'vieren', werd ruim op voorhand de campagne #Stop 1921! op het getouw gezet. Echt vieren is er niet bij, want het burgerplatform wil een einde maken aan het repressieve drugsbeleid. 'De wet van 1921 was het startschot voor de criminalisering van drugs', zegt Sébastien Alexandre van Fédito BXl, de Franstalige koepel van instellingen voor verslavingszorg in Brussel. 'Het is een symbool, maar dan wel met concrete gevolgen. Buurlanden zoals Frankrijk en Duitsland zijn even repressief als België, maar ze laten wel veilige gebruikersruimten voor dakloze heroïneverslaafden toe. Dat beperkt de overlast voor de buurt, en het laat toe om de kwaliteit van de heroïne te monitoren. In België kan dat dus niet, omdat een wet van bijna honderd jaar geleden het verbiedt. Hedendaagse problemen aanpakken met recepten uit het interbellum, dat is toch belachelijk? De war on drugs is een fiasco. Alleen al de druk op de gevangenissen is onhoudbaar. Een derde van alle gedetineerden zit vast wegens drugsfeiten, en meer dan de helft kampt met verslavingsverschijnselen'. Ruim veertig organisaties uit de hulpverlening en het middenveld hebben zich achter #Stop1921! geschaard. Bijna allemaal Franstalig, maar daar komt volgens Sébastien Alexandre snel verandering in. 'Dit moet een nationale campagne worden, want de wetgeving is federaal. Vlaanderen is wat trager uit de startblokken geschoten, maar 2021 is nog veraf. Het komt er nu opaan om het debat aan te zwengelen. Daarom zijn we op zoek naar BV's die zich sterk maken voor de depenalisering van drugs.' De Gentse criminoloog en specialist drugsbeleid Tom Decorte is geen BV, maar hij is wel een bekende voorstander van depenalisering. 'Er bestaan zoveel misverstanden over legalisering', zegt Decorte. 'Bij het grote publiek roept het begrip visioenen op van supermarkten waar de rekken uitpuilen van de cocaïne en de cannabis. Onzin, natuurlijk. Legalisering is maar de opmaat voor regulering, en dat is de echte hoeksteen van een effectief roesmiddelenbeleid. Dat vereist maatwerk, want voor verschillende middelen zijn verschillende regels nodig op basis van hun specifieke kenmerken, zoals de toxiciteit, het verslavingseffect en de misdaadopwekkende eigenschappen. Sommige middelen kun je het best uitsluitend op voorschrift en onder streng toezicht afleveren. Voor andere kan de overheid de productie in handen nemen, of het monopolie op de distributie - Scandinavische landen doen dat nu al met alcohol. Wist u trouwens dat alcohol samen met nicotine en heroïne in de top drie van de meest toxische en verslavende roesmiddelen staat? Alcohol is veel schadelijker dan cocaïne en MDMA, dus het zou logischerwijs strenger gereglementeerd moeten worden.' Alcohol aan banden leggen? Zo'n vaart zal het niet gauw lopen in een land waar brouwerijen onder fiscale gunstregimes voetbalcompetities en popfestivals sponsoren. Pleitbezorgers van repressie zien trouwens geen graten in de door Decorte gehekelde discrepantie. Alcohol is nu eenmaal sociaal aanvaard, klinkt het in die kringen. Wijn en bier behoren tot het culturele erfgoed. Neveneffecten zoals verslaving, verkeersdoden, zieke levers en maatschappelijke overlast brengen hen niet aan het twijfelen. Integendeel, die overlast wordt aangehaald als argument om geen extra roesmiddelen te legaliseren. De redenering is: we hebben de handen al vol met de gevolgen van alcohol, dus waarom zouden we er nog problematisch cannabis- of cocaïnegebruik bovenop doen? Die redenering jaagt Decorte in de gordijnen. 'Omdat ze vertrekt vanuit de premisse dat repressie tot minder problematisch gebruik van illegale middelen leidt', zegt hij. 'Dat klopt helemaal niet, want illegale drugs zijn overal beschikbaar. De problemen zijn er dus al, en repressie maakt ze alleen maar erger. Door de handel aan criminelen uit te besteden, worden de middelen gevaarlijker. Cocaïne wordt met allerlei chemische rommel gemengd, en bij cannabis ligt het gehalte van de werkzame stof THC veel hoger dan dertig jaar geleden. Uiteindelijk is er maar één winnaar in de hele war on drugs: de georganiseerde misdaad, die er megawinsten uit slaat. En vergeet ook niet dat repressie de hulpverlening bemoeilijkt. Als je verslaafden met een strafblad opzadelt, raken ze sociaal nog meer geïsoleerd. De grote meerderheid van de gebruikers zijn geen misdadigers. En de 10 procent verslaafden, dat zijn zieke medemensen die hulp nodig hebben. Problematisch middelengebruik hoort niet in de strafwet, het is een zaak van volksgezondheid.' Tino Ruyters zal hem niet tegenspreken. De directeur van de Free Clinic, gespecialiseerd in ambulante verslavingszorg in Antwerpen, pleit voor de legalisering en regulering van alle drugs. 'Een repressie mikt op minder drugsgebruik, op minder maatschappelijke overlast, en wil afrekenen met het criminele milieu dat op de handel teert. Wel, dat lukt dus niet. Het gebruik neemt niet af, drugs zijn ruimer beschikbaar dan ooit tevoren, en de prijzen liggen historisch laag. De strijd tegen de criminaliteit is een achterhoedegevecht. Terwijl men een bende oprolt, staan er twee nieuwe op, en intussen groeien er alternatieve distributiekanalen zoals het internet en thuislevering.' Tom Decorte heeft het vaak meegemaakt: na een van zijn kritische uiteenzettingen over het falende Belgische drugsbeleid klampten politiemensen of magistraten hem aan, met de boodschap dat ze hem gelijk geven over de onzinnigheid van de war on drugs, maar dat ze dat niet hardop kunnen zeggen. 'Er rust een enorm taboe op', zegt Decorte. 'Debatten over drugsbeleid worden bij voorkeur met populistische argumenten gevoerd. Voor politici is het blijkbaar makkelijker om te roepen dat ze het probleem met tak en wortel zullen uitroeien, dan dat ze een genuanceerd betoog over regulering houden.' Opvallend vaak komen politici na hun carrière wel tot het inzicht dat de strijd tegen drugs geen goed idee is. Zo ook de vips die hun naam lenen aan de Global Commission on Drug Policy, een denktank die wereldwijd ijvert voor decriminalisering. Kofi Annan, Javier Solana, George Shultz, het is maar een greep uit de lijst waarop verder heel wat ex-presidenten en gewezen regeringsleiders uit Europa, de VS en Afrika prijken. Sommigen zetten zich daarmee af tegen een beleid dat ze in eigen land decennialang hebben gesteund of op z'n minst gedoogd. Hun engagement past in een internationale trend van decriminalisering die steeds vaker in wetten wordt gegoten. Na Washington en Colorado hebben vorig jaar nog zes Amerikaanse staten marihuana gelegaliseerd, tegen het federale verbod in dat door de regering-Trump wordt gehandhaafd. In Uruguay, voortrekker in Zuid-Amerika, wordt legale wiet gewoon bij de apotheker verkocht. Dichter bij huis heeft Portugal de pioniersrol van Nederland overgenomen door niet alleen cannabis maar álle drugs uit de strafwet te halen. Tom Decorte staat in Vlaanderen niet alleen met zijn engagement. Ook Paul De Grauwe, professor economie aan de London School of Economics, is principieel gewonnen voor een volledige legalisering. 'Vanuit een economische logica', benadrukt hij. 'Door de hele keten van productie tot distributie in de illegaliteit te duwen, genereer je een ongelooflijk krachtig winstmodel. De stijgende marges zuigen steeds meer criminelen aan, die bovendien dankzij de recordwinsten steeds meer middelen kunnen inzetten om de markt te bedienen. Daarom is de war on drugs bij voorbaat verloren, hoeveel de overheid ook in repressie investeert. Intussen valt de randschade niet te overzien. Ik heb het niet alleen over moord, geweld en corruptie, die inherent zijn aan deze illegale markt. Criminalisering onttrekt drugs aan iedere kwaliteitscontrole, met alle gezondheidsrisico's van dien. Het brengt gebruikers in contact met criminele milieus, terwijl ze helemaal geen misdadigers zijn'. De Grauwe krijgt vaak kritiek op zijn betoog. Dat hij drugsgebruik vergoelijkt en zelfs aanmoedigt, wordt hem verweten. 'Terwijl ik mezelf even goed als Bart De Wever een tegenstander van drugs mag noemen', zegt hij. 'Alleen wil ik de strijd op een intelligente manier voeren, zonder de humanitaire gevolgen uit het oog te verliezen. We moeten het geweer van schouder veranderen. In plaats van de aanbodzijde van de markt te bestrijden, moeten we de vraagzijde bespelen. Momenteel geven we gigabudgetten uit aan repressie. Dat geld zouden we aan preventie en hulpverlening kunnen besteden. We zouden ook belastingen en taksen kunnen heffen zodat de straatprijzen niet kelderen, want dat heeft een aanzuigeffect . Ik ben er trouwens niet van overtuigd dat legalisering tot méér gebruik zal leiden, zoals prohibitionisten altijd beweren. Voorbeelden zoals Portugal wijzen niet in die richting.' Twee jaar geleden schreef De Grauwe samen met Tom Decorte een kritisch boek over het Belgische cannabisbeleid. Bij dat werk was nog een derde auteur betrokken: de Leuvense professor toxicologie Jan Tytgat. In tegenstelling tot zijn coauteurs is hij geen voorstander van verregaande legalisering. 'In theorie kan het werken, ' zegt Tytgat, 'op voorwaarde dat je kunt vertrouwen op het gezonde boerenverstand. Je moet ervan uit kunnen gaan dat de gebruikers genoeg weten over de uitwerking, de gevaren en de gevolgen van de middelen. In de praktijk is dat natuurlijk niet zo.' Als toxicoloog houdt hij twee criteria voor ogen: de kans op een overdosis, en de verslavende werking van roesmiddelen. Op basis van die afwegingen ziet hij wel heil in een strikte regulering van alcohol, nicotine en - jawel - cannabis. 'Maar voor cocaïne en heroïne vind ik geen argumenten', zegt hij. 'Medisch gezien zijn ze te gevaarlijk, en je kunt er echt niet op rekenen dat gebruikers er verantwoord mee omspringen.' Tytgat zal er niet bijzijn op het conclaaf dat #Stop1921! eind februari in Brussel houdt. Het is de bedoeling te brainstormen over de verdere lobbystrategie. Wordt decriminalisering een thema bij de verkiezingen van 2019? Niet als het van Sébastien Alexandre afhangt. 'De materie is te complex en te gevoelig om in electorale slogans te vatten', zegt hij. 'Maar idealiter wordt er na de verkiezingen een soort parlementaire commissie opgericht.' Tom Decorte wijst op een precedent onder de regering-Dehaene II. Een jaar lang, van 1996 tot 1997, boog een parlementaire werkgroep zich over het drugsbeleid. 'Alle experts en belangengroepen werden opgetrommeld', zegt Decorte. 'Dat was heus geen praatbarak. De conclusies van die werkgroep lagen aan de basis van belangrijke koerswijzigingen, zoals het onderscheiden van soft- en harddrugs. We zijn nu twintig jaar later. Als er een nieuwe werkgroep komt, dan moet die ook legale roesmiddelen bespreken. Wie weet krijgt ons land dan eindelijk een deugdelijk alcoholplan.' Als de commissie er ooit komt, mag Peter Muyshondt een uitnodiging verwachten. De hoofdcommissaris van politiezone Voorkempen lijkt op het eerste gezicht een miscast als fervent pleitbezorger voor legalisering. Tenslotte valt hij onder het ressort van het Antwerpse parket, dat vastberaden doorzet met de war on drugs. Maar de war on drugs is een verloren strijd met immens schadelijke gevolgen voor de samenleving, en de strijd verslindt geld en manuren bij politie en justitie, meent hoofdcommissaris Muyshondt, die nota bene als BOB'er zelf dealers van containerschepen ging plukken. Het inzicht rijpte nadat zijn jongere broer Tom aan een overdosis heroïne en cocaïne stierf. Muyshondt is nu het enige Belgische lid van LEAP, een internationale club van wetsdienaren die opkomen voor de decriminalisering en de regulering van alle roesmiddelen. Ook van Anyone's Child, een vereniging van nabestaanden van drugsslachtoffers, heeft hij een lidkaart. 'Zo ben ik in contact gekomen met Anne-Marie Cockburn', vertelt Muyshondt. 'Ze heeft haar enige kind, een dochter van vijftien, verloren. Het meisje had voor het eerst xtc geslikt, een vervuilde pil met fatale gevolgen. Dat krijg je dus als je de hele drugshandel aan gewetenloze criminelen overlaat. De laatste tijd zien we hoe de fentanylcrisis vanuit Amerika naar Europa overwaait. Er zijn al doden gevallen door fentanyl-overdosissen, ook in België. Die stof is 50 tot 100 keer krachtiger dan morfine. Ideaal voor criminele bendes om heroïne te pimpen, of om in tablet- of poedervorm te smokkelen. Hoe compacter, hoe efficiënter de handel en hoe groter de winsten'. Muyshondt wil op het debat wegen. In september publiceerde hij het boek Beleid op Speed, een vuistdikke aanklacht tegen de mondiale war on drugs. Twee weken geleden schreef hij in De Standaard een vlammende brief aan Bart De Wever om diens repressieve drugsbeleid te hekelen. Van Tino Ruyters vernamen we nochtans dat het huidige drugsbeleid nauwelijks verschilt van dat onder SP.A-burgemeester Patrick Janssens. Waarom dan de man spelen? 'Omdat De Wever zich als kruisvaarder tegen drugs profileert', zegt Muyshondt. 'Daar zit trouwens ook een positieve kant aan. De N-VA hééft tenminste een visie op drugs. De andere partijen zwijgen het thema zowat dood.' Het ambassadeurschap voor de legalisering van drugs wordt Muyshondt niet in dank afgenomen. Ambities om korpschef te worden heeft hij opgeborgen, contacten met het parket verlopen stroef. Steun van collega's krijgt hij wel, maar altijd discreet. 'Ik doe mijn werk plichtsgetrouw', zegt hij. 'Ik arresteer dealers, en ik geef alle informatie over drugs door. Maar het is niet omdat ik een politie-uniform draag dat ik mijn mond moet houden. Ik verkoop trouwens geen slogans, mijn stellingen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek.' Het zal niemand verbazen dat Muyshondt aan de wieg stond van #Stop1921!. 'Een prachtig initiatief', zegt hij. 'Als de publieke opinie beweegt, moet de politiek volgen. Het gaat langzaam maar zeker de goede kant uit. Over twintig jaar zal niemand nog willen geloven dat je hier ooit in de gevangenis vloog omdat je een joint opstak.'