'Binnenkort verdwijnen de militairen uit onze straten, maar we hebben nog steeds geen nieuwe politieagenten. De stad Brussel heeft een tekort van 200 agenten en heeft hiervoor een budget van 6 miljoen euro voorzien. Tot op vandaag hebben we geen extra agenten ontvangen', tweet Close. De Brusselse burgemeester uit daarmee zijn bekommernis dat de veiligheid niet gegarandeerd zal kunnen worden.

Op strategische plaatsen verandert er evenwel niets. Zo blijven in de Wetstraat, aan ambassades, aan Joodse en internationale instellingen militairen patrouilleren. 'Het is geen kritiek, maar het is een oproep om samen te werken en zo snel mogelijk die agenten naar de stad Brussel te krijgen. Er is ook budget voor vrijgemaakt', voegt Maïté Van Rampelbergh, woordvoerster van burgemeester Close, nog toe.

'De burgemeester vindt dat de militairen ongelooflijk goed werk hebben verricht, want hij was aanvankelijk wat tegen het idee gekant. Toch vindt hij ook dat hun functie blijft om op missie te gaan en niet op straat te patrouilleren', stelt Van Rampelbergh.

'Binnenkort verdwijnen de militairen uit onze straten, maar we hebben nog steeds geen nieuwe politieagenten. De stad Brussel heeft een tekort van 200 agenten en heeft hiervoor een budget van 6 miljoen euro voorzien. Tot op vandaag hebben we geen extra agenten ontvangen', tweet Close. De Brusselse burgemeester uit daarmee zijn bekommernis dat de veiligheid niet gegarandeerd zal kunnen worden. Op strategische plaatsen verandert er evenwel niets. Zo blijven in de Wetstraat, aan ambassades, aan Joodse en internationale instellingen militairen patrouilleren. 'Het is geen kritiek, maar het is een oproep om samen te werken en zo snel mogelijk die agenten naar de stad Brussel te krijgen. Er is ook budget voor vrijgemaakt', voegt Maïté Van Rampelbergh, woordvoerster van burgemeester Close, nog toe. 'De burgemeester vindt dat de militairen ongelooflijk goed werk hebben verricht, want hij was aanvankelijk wat tegen het idee gekant. Toch vindt hij ook dat hun functie blijft om op missie te gaan en niet op straat te patrouilleren', stelt Van Rampelbergh.