"Het voorstel dat vanmorgen voorlag, is vernieuwend in die zin dat het gebaseerd is op een nieuwe methodologie die uitgaat van gezondheidszorgdoelstellingen, en tegelijk de toegankelijkheid van de zorg voor de patiënt vergroot. De grondslagen voor een nieuwe manier van kijken naar het gezondheidszorgbeleid zijn gelegd. Nu moet er op deze fundamenten verder worden gebouwd", benadrukt minister Vandenbroucke. Hij hamert er ook op dat een groeinorm van 2,5 procent meer dan ooit gerechtvaardigd is. De coronapandemie mag dan wel de veerkracht van ons gezondheidsstelsel hebben aangetoond, net als het groot aanpassingsvermogen van de zorgverstrekkers. Toch bracht de crisis ook de kwetsbaarheid van het gezondheidsstelsel aan het licht, waarbij de financiering in het gedrang kwam toen sommige activiteiten drastisch moesten worden teruggeschroefd. Bovendien heeft de crisis de ongelijkheid in de toegang tot de gezondheidszorg nog vergroot, aldus Vandenbroucke. De begroting zorgt ervoor dat de grote lopende projecten een vervolgstuk krijgen. Het gaat daarbij om de herziening van de nomenclatuur, de hervorming van de ziekenhuisfinanciering, de ziekenhuisnetwerken, de controle van het geneesmiddelenbudget en de nieuwe overeenkomst met de psychologische netwerken voor een betere toegang tot eerstelijnspsychologische zorg. De oefening bevat traditioneel ook nieuwe initiatieven. Minister Vandenbroucke merkt daarbij op dat het zorgbeleid meer wordt gericht op preventie. Het gaat daarbij onder meer om preventie via zorgpaden, waaronder een voortraject voor patiënten met een diabetesrisico en follow-up van diabetespatiënten, een zorgtraject voor kinderen met obesitas, een multidisciplinair perinataal zorgpad voor kwetsbare vrouwen en geïntegreerde zorg voor jongeren met ernstige eetstoornissen of in crisissituaties. Er is ook sprake van de verlaging van de maximumfactuur tot 250 euro voor mensen met de laagste inkomens, de afschaffing van het verbod op de derdebetalersregeling, een betere vergoeding van vervoerskosten voor oncologiepatiënten en een verhoging van de terugbetaling van (mond)tandheelkundige zorg. De aandacht voor tandheelkundige zorg komt niet uit de lucht gevallen. Verschillende studies tonen immers aan dat Belgen niet genoeg naar de tandarts gaan. "Deze onderbenutting van de zorg houdt ten dele verband met de toenemende deconventionering van de tandartsen, die extra supplementen in rekening brengen, en met de vele nieuwe technologieën die niet of slechts in geringe mate worden vergoed", weet Vandenbroucke. Daarom komen er maatregelen die er voor moeten zorgen dat de kosten niet langer een reden zijn om tandheelkundige zorg uit te stellen of zelfs te laten vallen. Denk aan de afschaffing van de leeftijdsgrens voor preventieve zorg, de invoering van een basisnomenclatuur voor mondhygiënisten en een betere vergoeding voor bepaalde mondbehandelingen. (Belga)

"Het voorstel dat vanmorgen voorlag, is vernieuwend in die zin dat het gebaseerd is op een nieuwe methodologie die uitgaat van gezondheidszorgdoelstellingen, en tegelijk de toegankelijkheid van de zorg voor de patiënt vergroot. De grondslagen voor een nieuwe manier van kijken naar het gezondheidszorgbeleid zijn gelegd. Nu moet er op deze fundamenten verder worden gebouwd", benadrukt minister Vandenbroucke. Hij hamert er ook op dat een groeinorm van 2,5 procent meer dan ooit gerechtvaardigd is. De coronapandemie mag dan wel de veerkracht van ons gezondheidsstelsel hebben aangetoond, net als het groot aanpassingsvermogen van de zorgverstrekkers. Toch bracht de crisis ook de kwetsbaarheid van het gezondheidsstelsel aan het licht, waarbij de financiering in het gedrang kwam toen sommige activiteiten drastisch moesten worden teruggeschroefd. Bovendien heeft de crisis de ongelijkheid in de toegang tot de gezondheidszorg nog vergroot, aldus Vandenbroucke. De begroting zorgt ervoor dat de grote lopende projecten een vervolgstuk krijgen. Het gaat daarbij om de herziening van de nomenclatuur, de hervorming van de ziekenhuisfinanciering, de ziekenhuisnetwerken, de controle van het geneesmiddelenbudget en de nieuwe overeenkomst met de psychologische netwerken voor een betere toegang tot eerstelijnspsychologische zorg. De oefening bevat traditioneel ook nieuwe initiatieven. Minister Vandenbroucke merkt daarbij op dat het zorgbeleid meer wordt gericht op preventie. Het gaat daarbij onder meer om preventie via zorgpaden, waaronder een voortraject voor patiënten met een diabetesrisico en follow-up van diabetespatiënten, een zorgtraject voor kinderen met obesitas, een multidisciplinair perinataal zorgpad voor kwetsbare vrouwen en geïntegreerde zorg voor jongeren met ernstige eetstoornissen of in crisissituaties. Er is ook sprake van de verlaging van de maximumfactuur tot 250 euro voor mensen met de laagste inkomens, de afschaffing van het verbod op de derdebetalersregeling, een betere vergoeding van vervoerskosten voor oncologiepatiënten en een verhoging van de terugbetaling van (mond)tandheelkundige zorg. De aandacht voor tandheelkundige zorg komt niet uit de lucht gevallen. Verschillende studies tonen immers aan dat Belgen niet genoeg naar de tandarts gaan. "Deze onderbenutting van de zorg houdt ten dele verband met de toenemende deconventionering van de tandartsen, die extra supplementen in rekening brengen, en met de vele nieuwe technologieën die niet of slechts in geringe mate worden vergoed", weet Vandenbroucke. Daarom komen er maatregelen die er voor moeten zorgen dat de kosten niet langer een reden zijn om tandheelkundige zorg uit te stellen of zelfs te laten vallen. Denk aan de afschaffing van de leeftijdsgrens voor preventieve zorg, de invoering van een basisnomenclatuur voor mondhygiënisten en een betere vergoeding voor bepaalde mondbehandelingen. (Belga)